De Nikè van Samothrakè

Nikè van Samothrakè (Louvre, Parijs)

Ik heb het weleens uit een vliegtuig gezien, meermalen zelfs, maar ben nog nooit op Samothrakè geweest, het eilandje, een fractie groter dan Texel, in het noorden van de Egeïsche Zee tegenover Thracië, die hier dan ook Thracische Zee wordt genoemd. Wat ik ervan weet is (a) er was een cultus voor de Kabeiren; (b) de Alexandrijnse geleerde Aristarchos kwam er vandaan; (c) bovenstaand standbeeld is er gevonden.

Dat gebeurde in 1863 tijdens opgravingen in het heiligdom van de Kabeiren. Dat dateerde uit de archaïsche periode en is door koning Ptolemaios II Filadelfos en koningin Arsinoë II in de hellenistische tijd herbouwd. Achter het heiligdom was een theater, met achteraan een platform waarop een beeld stond van de overwinningsgodin Nikè. Ze keek uit over het heilige terrein en de Egeïsche Zee. Tegenwoordig staat ze in Parijs, bovenaan een trappenhuis in het Louvre. Je kijkt altijd omhoog naar de majestueus neerdalende godin. Ik ken geen standbeeld ter wereld dat effectiever is opgesteld.

Neerdalende Nikè van Samothrakè

Beweging en realisme

En wat is het toch een schitterend beeld! Kunsthistorici prijzen de suggestie van beweging: je denkt dat de godin voor je ogen komt neervliegen en al een voet heeft neergezet op de voorplecht van het schip dat de sokkel vormt. Haar kleding lijkt te wapperen in de wind. Ook prijst men het realisme. Hieruit mogen we afleiden dat althans sommige kunsthistorici weleens een godin hebben zien neerdalen.

Het beeld zoals we het nu kennen, is overigens wel een beetje nep. Het grootste deel van de rechtervleugel, de rug en de linker zijde die u nu ziet, zijn negentiende-eeuwse reconstructies. Plausibele reconstructies, die het Louvre bij een recente restauratie van de Nikè van Samothrakè heeft gehandhaafd. Ze zijn niet al te gek en zijn na anderhalve eeuw ook deel geworden van het verhaal van het beeld. De armen en het hoofd zijn nooit gevonden.

Tja, die armen. De aanzet van de rechterarm suggereert dat die opgeheven was. De ontdekker, Charles Champoiseau, vergeleek het beeld met een beroemde munt van Demetrios de Stedendwinger waarop een Nikè neerdaalt op een scheepsplecht, met een trompet aan de mond. Als dit klopte, zouden we het beeld min of meer kunnen reconstrueren, maar bij latere opgravingen is de rechterhand teruggevonden – met gestrekte vingers. Daar kan dus geen trompet in hebben gezeten.

De hand van de Nikè van Samothrakè. De twee ontbrekende vingers zijn ook gevonden en wijzen vooruit.

Wiens zege?

Het is geen al te gekke gedachte dat het beeld is opgericht om een overwinning te gedenken. Er zijn twee plausibele kandidaten. De ene is de zeeslag van Kos in 261 v.Chr., waarin de vloot van de Macedonische koning Antigonos II Gonatas de schepen van de al genoemde Ptolemaios II versloeg. Het is echter een tikje problematisch dat elders op het tempelterrein al een monument stond. Daar was een door de Macedoniërs bij Kos buitgemaakt schip opgesteld.

De Nikè van Samothrakè

Een andere mogelijkheid is de zeeslag bij Myonnesos in 190 v.Chr., waarin een Romeins smaldeel, versterkt met schepen uit Rhodos, de vloot van Antiochos III de Grote versloeg. Het is interessant dat op de sokkel de letters …Σ ΡΟΔΙΟΣ te lezen zijn. Het is verleidelijk dat te zien als een signatuur, “…s de Rhodiër”. Misschien is het Pythokritos wel geweest, een Rhodische beeldhouwer die rond deze tijd actief was. Op Rhodos zelf is een door hem vervaardigd reliëf van een oorlogsschip te zien.

Maar goed, de identificatie van de zeeslag en dus de beeldhouwer blijven vooralsnog onzeker. Ook onzeker is de eigenaar. Griekenland beschouwt het beeld althans als roofkunst en wil het terug hebben.

[Dit was het 452e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

Audrey Hepburn in “Funny Face”
Deel dit: