De Dame van Auxerre

De Dame van Auxerre (Louvre, Parijs)

Dit weten we zeker: op een dag in 1906 liep de Franse archeoloog Maxime Collignon door de abdij van Saint-Germain te Auxerre, en trof daar het bovenstaande beeldje aan. Niemand wist hem vertellen waar het vandaan kwam, en omdat er geen duidelijke eigenaar was, besloot hij dat het beter naar Parijs kon worden overgebracht. Als het beeldje namelijk stond opgesteld te midden van de Griekse kunst in het Louvre, zou het meer tot zijn recht komen. Sindsdien is wel geopperd dat het beeldje, de Dame van Auxerre, een tijdje dienst heeft gedaan als rekwisiet in het plaatselijke theater en dat het voordien eigendom is geweest van een reislustige koopman. Hoe en waar die eraan is gekomen, valt echter niet langer te achterhalen.

In het Louvre heeft het een ereplaats. Je kunt het daar niet missen, zelfs al is het nog geen tachtig centimeter hoog. Het staat in bijna elke inleiding tot de Griekse beeldhouwkunst omdat het geldt als een goed voorbeeld van de zogeheten daidalische stijl: een vroeg soort sculptuur die voortbouwt op de iets oudere Griekse geometrische kunst maar openstaat voor invloeden uit Egypte en het Nabije Oosten. Die combinatie was in de tweede helft van de zevende eeuw v.Chr., toen de Dame van Auxerre is gemaakt, natuurlijk niet ongebruikelijk en we duiden de periode dan ook wel aan als “oriëntaliserend”. Daidalische kunst wordt vooral geassocieerd met Kreta, en is door kunsthistorici met wat teveel verbeeldingskracht vernoemd naar de legendarische beeldhouwer Daidalos. U weet wel, de luchtvaartpionier.

Lees verder “De Dame van Auxerre”

Een bijl uit Margiana

Een bijl uit Margiana (Louvre, Parijs)

In de afdeling Nabije Oosten in het Louvre in Parijs is momenteel een kleine expositie van voorwerpen die normaal gesproken in het Metropolitan Museum in New York zijn. Er zijn duizend redenen om naar het Louvre te gaan, maar deze tentoonstelling behoort er niet toe: het gaat namelijk om zegge en schrijve tien objecten. Die liggen dan naast voorwerpen uit het Louvre die er enigszins op lijken, wat in museale koeterwaals dan heet dat ze een dialoog aangaan.

Een van de Amerikaanse voorwerpen is bovenstaande bijl. Het voorwerp komt – en eigenlijk klinkt dit verdacht – uit een na de Iraanse Revolutie van 1979 naar de Verenigde Staten overgebrachte collectie van een Iraanse verzamelaar. Ik heb niet kunnen achterhalen waar die verzamelaar de bijl heeft verworven, maar het voorwerpje behoort tot het zogeheten Bactria-Margiana Archaeological Complex (BMAC). Dat is een bronstijdcultuur uit het zuiden van Turkmenistan en Oezbekistan en het noorden van Afghanistan, die u moet plaatsen tussen 2200 en 1700 v.Chr. Ze kenmerkt zich door opvallend grote burchten – ik heb Gonur Deppe weleens genoemd – en handelscontacten met India, de (Indo-Europese) Andronovo-cultuur en Mesopotamië.

Lees verder “Een bijl uit Margiana”

Vijf dagen Parijs

Illustratie uit een Arabisch commentaar op Galenus’ beschrijving van theriac (Institut du monde arabe, Parijs)

Je wil het liefst het nuttige met het aangename verenigen, en als je iets nuttigs te doen hebt in Parijs, is het vanzelf aangenaam. Aangenaam waren vooral de musea die ik kon bezoeken. Hierbij een paar aantekeningen.

Institut du monde arabe

Het Institut du monde arabe is gevestigd in een prachtig gebouw tegenover het Île Saint-Louis. De vaste collectie is niet wezenlijk vernieuwd, maar die is zo interessant dat dat ook niet nodig is. Er is momenteel een expositie over Bagdad in de negende eeuw. Die is opgehangen aan de laatste versie van Assassin’s Creed, zodat je niet alleen voorwerpen ziet die het leven in de hoofdstad van het Abbasidische Rijk documenteren, maar ook uitleg krijgt over het maken van zo’n game. Die uitleg is niet heel anders dan wat je in Groningen in StoryWorld verneemt over Horizon Zero Dawn, dus de voorwerpen trekken de meeste aandacht. Wat mij betreft was een beeldschoon manuscript van een vertaling van / commentaar op Galenus het hoogtepunt. En uiteraard de vaste collectie.

Lees verder “Vijf dagen Parijs”

Mummieportretten in Amsterdam

Mummieportret uit Luxor (Louvre, Parijs)

Henry Salt was van 1815 tot 1827 de Britse consul-generaal in Egypte. Hij is ook een vrijwel vergeten geleerde, maar niet de onbelangrijkste. Toen Champollion in 1822 het systeem van de hiërogliefen had begrepen en erover had gepubliceerd, paste Salt het ontdekte principe toe op enkele nog niet in Europa bekende inscripties. Omdat hij een betekenisvolle tekst kon reconstrueren, was er een argument dat Champollion het bij het rechte eind had. Salt deed ook een andere ontdekking: in 1826 verwierf hij in Luxor het bovenstaande mummieportret, dat sindsdien behoort tot de collectie van het Louvre. Het was een van de eerste mummieportretten in een Europese collectie – en het trok destijds niet veel aandacht.

Dat veranderde in 1887, toen de Franse arts Daniel-Marie Fouquet twee soortgelijke portretten aantrof in een (al geplunderde) grot in de Fayyum: de regio rond een groot meer ten zuidwesten van Cairo. Sindsdien noemde men deze op hout aangebrachte schilderingen “Fayyumportretten”.

Lees verder “Mummieportretten in Amsterdam”

Mari in Mariemont

De expositie over Mari in het het Mariemontmuseum in Morlanwelz

Ik blogde zojuist over de Bronstijdstad Mari, waaraan het Musée Royal de Mariemont in het Belgische Morlanwelz momenteel een mooie expositie wijdt: Mari en Syrie. Renaissance d’une cité au 3e millénaire. Nu duurt de geschiedenis van de stad een eeuw of twaalf, van 2900 tot 1751 v.Chr. (lage middenchronologie), dus men heeft gekozen voor de tweede helft. Dat is de tijd van de šakkanakku’s die ik in het vorige stukje noemde: eerst waren zij gouverneurs van het Rijk van Akkad, later herstelden ze de onafhankelijkheid, nog wat later (ten tijde van Ur III) heersten ze als onafhankelijke koningen en tot slot verloren ze hun onafhankelijkheid aan de Babyloniërs. Dat is nog altijd een periode van een half millennium.

Als ik het goed heb gezien, kwamen alle voorwerpen in het Mariemontmuseum uit het Louvre in Parijs. Het waren er eigenlijk niet eens zo gek veel. Sterker, enkele stukken die ik zou hebben verwacht, zoals de parelmoeren inlegreliëfs waarvan het Louvre nogal wat heeft, vallen op door afwezigheid. Mari en Syrie is zo’n tentoonstelling waar het gaat om enkele goedgekozen objecten die tekstueel (Frans, Nederlands, Engels) of met geluid worden uitgelegd. Van de stukken uit de andere musea, zoals de watergodin in het Archeologisch Museum in Aleppo, waren foto’s met uitleg. Ik kan me voorstellen dat dit niet naar ieders smaak is; sommige mensen zijn minder tekstueel dan visueel ingesteld.

Lees verder “Mari in Mariemont”

Bronstijdstad Mari

Bronzen leeuw uit de “temple du roi du pays”, Mari (Archeologisch museum Aleppo)

In 2008 probeerde ik in Mari te komen. De ruïnes van de Syrische Bronstijdstad lagen vanuit mijn hotel in Deir ez-Zor ruim honderd kilometer stroomafwaarts langs de Eufraat, op een steenworp van de grens met Irak. Twee uur rijden zou voldoende moeten zijn. We zijn er echter nooit aangekomen. De Amerikaanse luchtmacht gooide bommen in het grensgebied. Ik heb het dus moeten doen met voorwerpen uit de musea van Damascus, Deir ez-Zor, Aleppo, Berlijn en Parijs. Het leeuwtje hierboven zag ik in Aleppo, het leeuwtje hieronder staat meestal in het Louvre. En momenteel staat het in Morlanwelz, in het Musée Royal de Mariemont.

Voor de Nederlanders: dat is een van de mooiste musea van Europa, gelegen in een prachtig park, niet ver van La Louvière. Het is vreemd dat het zo onbekend is, want het heeft een degelijke collectie en er zijn prachtige tentoonstellingen, zoals die over Mithras waarover ik eerder blogde. De expositie over Mari – of Tell Hariri – doet niet onder voor eerdere tentoonstellingen.

Lees verder “Bronstijdstad Mari”

De Nikè van Samothrakè

Nikè van Samothrakè (Louvre, Parijs)

Ik heb het weleens uit een vliegtuig gezien, meermalen zelfs, maar ben nog nooit op Samothrakè geweest, het eilandje, een fractie groter dan Texel, in het noorden van de Egeïsche Zee tegenover Thracië, die hier dan ook Thracische Zee wordt genoemd. Wat ik ervan weet is (a) er was een cultus voor de Kabeiren; (b) de Alexandrijnse geleerde Aristarchos kwam er vandaan; (c) bovenstaand standbeeld is er gevonden.

Dat gebeurde in 1863 tijdens opgravingen in het heiligdom van de Kabeiren. Dat dateerde uit de archaïsche periode en is door koning Ptolemaios II Filadelfos en koningin Arsinoë II in de hellenistische tijd herbouwd. Achter het heiligdom was een theater, met achteraan een platform waarop een beeld stond van de overwinningsgodin Nikè. Ze keek uit over het heilige terrein en de Egeïsche Zee. Tegenwoordig staat ze in Parijs, bovenaan een trappenhuis in het Louvre. Je kijkt altijd omhoog naar de majestueus neerdalende godin. Ik ken geen standbeeld ter wereld dat effectiever is opgesteld.

Lees verder “De Nikè van Samothrakè”

Alexander de Grote in context

Al voor Alexander de Grote verspreidde de Griekse cultuur zich, zoals gedocumenteerd door dit reliëf uit Sidon uit het tweede kwart vierde eeuw v.Chr. (Nationaal Museum, Beiroet).

[Dit is het eerste van vijf blogjes over Alexander. Als u meteen naar zijn biografie wil, dan vindt u die hier. Als u in detail wil lezen, dan kan dat daar.]

Alexander de Grote: in het handboek waarover ik op donderdag vaak blog, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, ben ik nu aangekomen bij deze wereldveroveraar. Ik heb al aangegeven dat de auteurs bij hun behandeling van de vijfde eeuw v.Chr. de nadruk legden op de Griekse stadstaten die lagen binnen de grenzen van het huidige Griekenland. Eenmaal aangekomen bij de vierde eeuw trekken ze dit enigszins recht met een kort, eigenlijk te kort, stuk over de westelijke Grieken. Ook is er een paragraaf over de economie. Daarmee komt het hoofdstuk over de klassieke tijd ten einde.

Het volgende hoofdstuk gaat over de hellenistische periode, dus de tijd van Alexander tot Augustus, zeg 330 tot 30 v.Chr. Een belangrijk kenmerk van dit tijdvak is dat de Griekse cultuur zich verspreidde over het Nabije Oosten. Overal moest ze zich met oudere beschavingen zien te verhouden, wat echt interessante wisselwerkingen oplevert. Alleen al voor de zalen die in het Louvre zijn gewijd aan het hellenistische en Romeinse Nabije Oosten zou je naar Parijs willen. Ik schrijf dat zonder ironie of overdrijving. Je kunt er twee dagen rondlopen zonder je te vervelen.

Lees verder “Alexander de Grote in context”

Mithras in Sidon

Een Mithrasgroep uit Sidon, vervaardigd in de laatste jaren van de vierde eeuw. V.l.n.r,: Mithras draagt de stier weg, Cautopates, tauroktonie, Cautes, en Chronus (tijd)

Er kan maar één plek ter wereld zijn waar je het allervaakst van de ene verbazing naar de andere wordt geworpen. Dat is natuurlijk het Louvre in Parijs, het grootste en mooiste en meest bezochte en beste museum op deze planeet. Een van de minder drukke afdelingen is gewijd aan het Romeinse Nabije Oosten: Egypte dus en de voormalige Franse mandaatgebieden in de Levant. Hier is ook de wonderbaarlijk goed bewaarde sculptuur te zien die is gevonden in een aan Mithras gewijde tempel in Sidon.

Alleen, alles aan deze vondst is omstreden.

Om te beginnen: de vinder. Hij heette Edmond Durighello en was de Franse vice-consul in de Libanese havenstad. Hij was ook een nogal gretige verzamelaar die het met de Ottomaanse regelgeving niet zo nauw nam. In 1881 zou hij de beelden hebben gevonden. Acht jaar later droeg hij ze over (of verkocht hij ze) aan de verzamelaar Louis Le Clercq, die ze later aan het Louvre deed toekomen. Omdat de Ottomaanse autoriteiten enkele verplichtingen aan Durighello niet waren nagekomen, weigerde deze de locatie van de Mithrastempel bekend te maken. Ik weet niet wat hier speelde, maar dit waren de jaren waarin Osman Hamdi in Sidon actief was, en ik sluit niet uit dat die vertikte Durighello’s illegale opgraving te legitimeren.

Lees verder “Mithras in Sidon”

Een Achaimenidische Bes

Oor van een Achaimenidische kruik, met onderaan Bes (Louvre, Parijs)

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, ben ik vorige maand een paar dagen naar Parijs geweest. We bezochten de Al-‘Ula-expositie in het Institut du Monde Arabe en als u wil weten wat we daar zagen en waarom het interessant is, dan kunt u terecht op een drietal webpagina’s dat ik onlangs heb gewijd aan de IJzertijdstad Dedan, het bergheiligdom Umm Daraj en de Nabatese stad / het Romeinse fort Hegra. Mooie sculptuur.

Maar ons voornaamste doel was natuurlijk het Louvre en daar bekeken we onder andere de Perzische afdeling. Tot de mooiste voorwerpen behoort een prachtig, van zilver gemaakt en deels verguld beeldje van een gevleugelde steenbok dat ooit het oor is geweest van een metalen kruik. (Het andere oor is tegenwoordig te zien in Berlijn.) Ik had het beeldje al eerder gezien maar dit keer viel me iets op.

Lees verder “Een Achaimenidische Bes”