Het mausoleum van Belevi

Sculptuur uit het mausoleum van Belevi

De geschiedenis van de opvolgers van Alexander de Grote, de zogeheten Diadochen, is eigenlijk iets te complex. Zijn voornaamste officieren raakten eerst slaags over de vraag als regenten moesten optreden voor Alexanders zwakbegaafde broer, en belandden vervolgens in een reeks oorlogen, waarin de koninklijke dynastie steeds meer op de achtergrond raakte en vervolgens de rijkseenheid verloren ging. De oorlogen gingen net zo lang door tot al het door Alexander op de Perzen veroverde edelmetaal was uitgegeven aan soldij.

De beslissende slag was daarom die bij Ipsos, in 301 v.Chr., want daarna was er geen geld meer. Voor enige tijd lagen de grenzen vast: een machtig rijk in Egypte voor Ptolemaios I Soter, een immens Aziatisch rijk voor Seleukos I Nikator, in het aloude Macedonië een rijk voor Demetrios de Stedendwinger en in Thracië en Klein-Azië een rijk voor Lysimachos. In de meeste geschiedenisboeken staat het allemaal nog beknopter, want voor vrijwel alle doelen die je als auteur wil bereiken, kun je makkelijk twee decennia overslaan en doorgaan naar het eindresultaat.

Lees verder “Het mausoleum van Belevi”

Euhemeros van Messina

Het is bizar maar waar: ik bestelde onlangs op zaterdagmorgen een boek bij een uitgever in Parijs, en het was er op maandagavond, tegen een alleszins schappelijk posttarief. Voor het boek betaalde ik ook al een prijs die je vrijwel redelijk zou kunnen noemen. Ik heb het over de nieuwe tekstuitgave van de hellenistische auteur Euhemeros. Het boek, Évhémère de Messène: Inscription sacrée (2022), gaat terug op het proefschrift waarmee Sébastien Montanari in Tours promoveerde bij Bernard Pouderon.

Euhemeros

En het was een feest om te lezen! In een uitgebreide introductie vernemen we de voornaamste biografische details over Euhemeros: hij kwam uit Messina, schreef De heilige inscriptie en sleet begin derde eeuw v.Chr. zijn oude dagen in Alexandrië. Montanari en Pouderon menen dat Euhemeros, zoals deze zelf schrijft, aan het hof van koning Kassandros van Macedonië verbleef en werkelijk een tocht over de Indische Oceaan heeft gemaakt. Dit overtuigde mij niet maar is verder onbelangrijk, omdat het verslag sowieso grotendeels erkende fictie is.

Lees verder “Euhemeros van Messina”

De Kolossos van Rhodos

Er zijn geen afbeeldingen van de Kolossos van Rhodos, maar het gezicht moet hebben geleken op deze Rhodische munt (Bodemuseum, Berlijn)

In het jaar 305 v.Chr. sloeg een van de opvolgers van Alexander de Grote, Demetrios de Stedendwinger, het beleg op voor de stad Rhodos. De daarop volgende blokkade is in detail beschreven en zo weten we dat de belegeraars allerlei machines inzetten, zoals een verrijdbare belegeringstoren van veertig meter hoog. De stad wist de belegering echter te weerstaan en na vele maanden kwamen de twee partijen een compromisvrede overeen.

De Kolossos van Rhodos

Demetrios liet de belegeringstoren achter en de Rhodiërs smolten de metalen beplating om. Vervolgens gaven ze architect Chares van Lindos de opdracht om van het metaal een enorm standbeeld te maken van de god die de stad had beschermd: Helios, de zonnegod. Veertien jaar later, in 290 v.Chr., was het voltooid. Het was ruim dertig meter hoog en stond op een sokkel van tien meter, dus het geheel was even hoog als de belegeringstoren. Het opschrift op de sokkel is overgeleverd:

Lees verder “De Kolossos van Rhodos”

De Nikè van Samothrakè

Nikè van Samothrakè (Louvre, Parijs)

Ik heb het weleens uit een vliegtuig gezien, meermalen zelfs, maar ben nog nooit op Samothrakè geweest, het eilandje, een fractie groter dan Texel, in het noorden van de Egeïsche Zee tegenover Thracië, die hier dan ook Thracische Zee wordt genoemd. Wat ik ervan weet is (a) er was een cultus voor de Kabeiren; (b) de Alexandrijnse geleerde Aristarchos kwam er vandaan; (c) bovenstaand standbeeld is er gevonden.

Dat gebeurde in 1863 tijdens opgravingen in het heiligdom van de Kabeiren. Dat dateerde uit de archaïsche periode en is door koning Ptolemaios II Filadelfos en koningin Arsinoë II in de hellenistische tijd herbouwd. Achter het heiligdom was een theater, met achteraan een platform waarop een beeld stond van de overwinningsgodin Nikè. Ze keek uit over het heilige terrein en de Egeïsche Zee. Tegenwoordig staat ze in Parijs, bovenaan een trappenhuis in het Louvre. Je kijkt altijd omhoog naar de majestueus neerdalende godin. Ik ken geen standbeeld ter wereld dat effectiever is opgesteld.

Lees verder “De Nikè van Samothrakè”

De Dekapolis

Skythopolis (Beth Shean)

Je hoeft niet bijzonder goed in Grieks te zijn om Dekapolis te vertalen. Het betekent inderdaad zoiets als “tienstedenland”. Het gaat om wat wij Jordanië noemen. Ruwweg dan. En hoewel de naam Grieks is en de bevolking Aramees of Arabisch was, was de Dekapolis Romeins.

Dat zit zo. Na de slag bij Issos (333 v.Chr.) onderwierp Alexander de Grote de Levant. De regio raakte steeds meer opgenomen in het Griekse handelsnetwerk en met de handel kwamen allerlei gebruiken en ideeën. Dat riep weerstand op, waarvan de Makkabeeënopstand in Judea het bekendste is. Ondanks de anti-hellenistische ideologie die een rol speelde, veranderde Judea in een hellenistisch koninkrijk, eerst onder leiding van de Hasmoneeën en later onder leiding van het huis van Herodes.

Lees verder “De Dekapolis”

De Antigoniden

Demetrios de Stedendwinger (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote, zo lezen we aan het begin van 1 Makkabeeën, voerde vele oorlogen, veroverde vestingen, liet overal op aarde koningen doden en trok op tot aan de uiteinden van de aarde. Toen de Macedonische veroveraar de hele wereld in zijn macht had, werd hij ziek en omdat hij wist dat hij zou sterven, riep hij zijn hoogste bevelhebbers bij zich en verdeelde zijn koninkrijk onder hen. Na zijn dood namen die bevelhebbers het bestuur over, ieder in hun eigen gebied, waarna zij zichzelf tot koning kroonden. Hun bewind en dat van hun nakomelingen bracht nog lange tijd veel onheil op aarde.

Tot zover 1 Makkabeeën. Het is mooi geschreven maar daarom nog niet waar. Dat er nog lange tijd veel onheil op aarde was, kwam doordat Alexander in 323 v.Chr. stierf zonder zijn opvolging te hebben geregeld. Zijn broer was zwakbegaafd en zijn zoontje was een enfant du miracle, geboren na de dood van zijn vader. Aanvankelijk waren er regenten die de koninklijke familie dienden, maar hun gezag was van korte duur. Er waren oorlogen, er waren wapenstilstanden en in de tussentijd werden de leden van de dynastie vermoord.

Lees verder “De Antigoniden”

De hellenistische steden

De hoofdstraat van Apameia

Zoals zoveel zaken in de hellenistische tijd, was de gewoonte steden te stichten een voortzetting van een eerdere praktijk. De vader van Alexander de Grote, Filippos, was de stichter van Filippoi, terwijl drie Fenicische moedersteden Tripoli hadden gesticht. Dit zijn geen koloniën – sowieso een lastig begrip – want Filippoi en Tripoli verrezen niet overzee. Het waren volksplantingen in eigen land.

Het was, zoals zo vaak, Alexander die radicaliseerde. Het lijstje begint met Iskenderun in Turkije, Alexandrië in Egypte en Edessa in Turkije. In Afghanistan liggen Alexandrië in Areia (Herat), Proftasia, Alexandrië in Arachosië (Kandahar) en Alexandrië in de Kaukasos (Begram bij Kabul). Alexandrië aan de Oxus is identiek aan Kampyr Tepe in Oezbekstian. Het Verste Alexandrië is vermoedelijk Khojand. Nikopolis, Boukefala en Alexandrië aan de Akesines (Uch) liggen in de Punjab. Er lijken stadstichtingen te zijn geweest rond Karachi. Charax ligt in zuidelijk Irak. We ronden af met Alexandrië in de Troas in Turkije en Alexandrië in Margiana (Gyaur Kala in Turkemistan). Dit waren compleet nieuwe steden of sterk vergrote oudere dorpen.

Lees verder “De hellenistische steden”

De Babylonische Oorlog (4)

Demetrios was een van de verliezers van de Babylonische Oorlog (Louvre, Parijs)

[In 311 v.Chr. heroverde Seleukos Nikator, een van de opvolgers van Alexander de Grote, Babylonië op zijn tegenstander, Antigonos Eénoog. Wetend dat Antigonos naar hem zou optrekken, verzekerde Seleukos eerst zijn rug. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks over de Babylonische Oorlog was hier.]

Antigonos Eénoog was danig geschrokken van Seleukos’ snelle successen en stuurde zijn zoon Demetrios met vijfduizend Macedoniërs, tienduizend Griekse huurlingen en vierduizend ruiters richting Babylon. Demetrios kan niet voor februari 310 zijn begonnen aan zijn opmars en zal op zijn vroegst in maart in Babylonië zijn gearriveerd. De Babylonische boeren moeten hem hebben vervloekt, want op dat moment stond de gerst hoog en ze kon niet worden binnengehaald. Onze bron Diodoros van Sicilië schrijft (in de vertaling van Simone Mooij) het volgende:

Lees verder “De Babylonische Oorlog (4)”

Hellenisme: Alexanders opvolgers

Seleukos I Nikator (Louvre, Parijs)

Het is wat, met alle corona en polarisatie, en ik kan me voorstellen dat u in alle drukte even niet paraat hebt hoe het ook alweer zit met het hellenisme en de diadochenoorlogen. Kan de beste overkomen hoor, maakt u zich geen zorgen, ik praat u wel even bij.

Alexander de Grote stierf op 11 juni 323 v.Chr. en zijn kolonels benoemden zijn broer Arridaios tot koning. Dat was nogal een besluit, want de man was verstandelijk beperkt en er moest dus een regent komen, Perdikkas. Ze hadden ook Alexanders oudste zoon kunnen benoemen, Herakles, maar diens moeder Barsine behoorde bij een hoffactie die in deze tijd op z’n retour was. De kolonels spraken bovendien af dat als Alexanders echtgenote Roxane, die op dat moment in verwachting was, een zoon zou krijgen, ook deze als koning zou worden erkend. Dat werd Alexander IV.

Lees verder “Hellenisme: Alexanders opvolgers”

Ptolemaïsch Cyprus

De filosoof Zenon, afkomstig van Cyprus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Cyprus heeft altijd opengestaan voor invloeden van buitenaf. In de vroege zesde eeuw was er invloed uit Egypte, in de vijfde eeuw uit Perzië en daarna worden de Griekse elementen prominenter. Nadat Alexander de Grote het Achaimenidische Rijk was binnengevallen en de Perzische koning Darius III Codomannus in 333 v.Chr. bij Issos had verslagen, kozen de Cyprioten de zijde van de Macedonische koning, met wie zij de Griekse cultuur deelden. Een jaar later namen Cypriotische schepen deel aan het beleg van Tyrus.

Na de dood van Alexander in 323 was Cyprus een van de strijdtonelen voor zijn opvolgers (meer). Aanvankelijk bezet door Ptolemaios, de satraap van Egypte, werd het aangevallen door diens rivalen Antigonos Eénoog en zijn zoon Demetrios, die in 306 het garnizoen van Ptolemaios te Salamis belegerden. Toen Ptolemaios arriveerde met een vloot om de blokkade op te heffen, werd hij verslagen en moest het garnizoen capituleren. Het belang van Cyprus kan worden afgeleid uit het feit dat Antigonos en Demetrios zich onmiddellijk daarna tot koningen lieten uitroepen.

Lees verder “Ptolemaïsch Cyprus”