Waarom oorlog?

Twaalf Bronstijd-oorlogsgoden, Yazilikaya

Waarom bestaat er eigenlijk zoiets als oorlog? De mens is vanzelfsprekend niet de enige soort die zichzelf te gronde richt. Andere primaten, zoals stokstaartjes en chimpansees, weten er ook wel raad mee, dus het lijkt me geen al te woeste aanname dat agressie diep in ons zit. Het lijkt er bovendien op dat groepsdwang een rol speelt: stokstaartjes vechten als roedels tegen andere roedels. Het gedrag van de vroegste mensen zal dus niet heel anders zijn geweest dan het conflict aan het begin van 2001. A Space Odyssey.

Archeologisch bewijs?

We redeneerden in de vorige alinea vanuit een algemeen biologisch patroon, net zoals we doen als we het hebben over de oorsprong van de menselijke taal. Archeologen hebben echter ook direct bewijs gevonden voor menselijke agressie, zoals kannibalisme in het Paleolithicum, waarbij overigens meestal onduidelijk is of het slachtoffer vooraf werd gedood of dat men zich tegoed deed aan iemand die al overleden was. Verder is er geen enkel bewijs voor collectief geweld. Oorlog is, om zo te zeggen, niet iets waar ze in de Steentijd aan deden.

Lees verder “Waarom oorlog?”

Venusval

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Edgar Allan Poe bedacht de detectiveroman, Dan Brown verzon de thriller met de pseudo-onthulling en Ruurd Halbertsma is (voor zover mijn belezenheid reikt) de ontwerper van een vooralsnog naamloos genre op de grens van thriller en historische roman. Halbertsma combineert in zijn romans de avonturen van de eenentwintigste-eeuwer Tjalling Kingma in de wereld van illegale oudheden en politieke intrige, met de wederwaardigheden van vrijwel vergeten geleerden uit de vroege negentiende eeuw in hun wereld van illegale oudheden en politieke intrige. En waar de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, zijn de beschrijvingen van het leven van een Jean-Emile Humbert, van een Caspar Reuvens en van een Bernard Rottiers feitelijk correct. Ik ken geen andere boeken die verleden feiten en hedendaagse fictie zo combineren, maar ik heb vanzelfsprekend niet alles gelezen.

Ik schreef dat de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, maar dat is niet helemaal waar. In Venusval besluit Frankrijk de Venus van Milo terug te geven aan Griekenland, zoals het land werkelijk deed met de Benin-bronzen. We lezen over een premier in Groot-Brittannië die een sterke gelijkenis vertoont met Boris Johnson. De directrice van het museum in Paestum maakt een compliment aan het Rijksmuseum van Oudheden voor het organiseren van een expositie over Paestum. En laatstgenoemd museum wordt in Venusval in opspraak gebracht door activisten – in de roman Turken, in werkelijkheid Egyptenaren – die een voorspelbaar nationalistisch relletje voorspelbaar opstoken.

Lees verder “Venusval”

Alweer een petitie

Even een meerstemmig blogje. Want ik ben het oneens met mezelf. Al tijden.

Eerste stem. Er wordt een oudheidkundige instelling bedreigd en er is een petitie. Opnieuw betreft het de universiteit van Cardiff en u leest er meer over op deze pagina, waar u ook uw handtekening kunt zetten.

U zegt: “alweer een petitie?” Ook vorige maand vroeg ik immers uw aandacht voor de bezuinigingen op de oudheidkunde. En in de tijd daarvoor waren er acties om de sluiting te verhinderen van de archeologische opleidingen in Leipzig en Helsinki, waren er acties voor het behoud van oude talen in Frankfurt, in Kingston en in (ook al) Cardiff. Verder waren er petities voor het museum in Ename, voor het behoud van geesteswetenschappen in Kent en voor de toekomst van de gymnasia in Denemarken. Uit eigen land herhaal ik de petitie voor het Keltisch in Utrecht.

Lees verder “Alweer een petitie”

Rode lichten in de archeologie (en aanverwante vakgebieden)

Het zou simpel moeten zijn. Onderzoekers ontdekken dingen en doen de peer-review, waarna voorlichters en journalisten de informatie doorgeven aan het publiek. Zo simpel is het natuurlijk niet. Teveel artikelen komen door de peer-review die nooit gepubliceerd hadden mogen zijn. Vervelend. Journalisten en voorlichters willen hun publiek immers niet voor de gek houden. Zodoende moeten ze de aangeleverde informatie toch toetsen, terwijl ze daarvoor niet zijn toegerust. Veel benodigde informatie ligt immers achter academische betaalmuren. Dat veel media inmiddels navraag doen bij een deskundige, niet betrokken bij het onderzoek, is een kwestie van noodzakelijk geworden wantrouwen.

Neem van mij aan: archeologen, classici en historici jokken weleens. In 2009 heb ik het geïnventariseerd en destijds bevatte ongeveer twee vijfde van de nieuwsberichten onjuistheden die de onderzoekers moesten hebben herkend. Doordat tegenwoordig elk bericht wordt gechurnalismd, valt zoiets niet langer te tellen, maar er is geen reden voor optimisme.

Zonder hernieuwde inventarisatie van the good, the bad, and the ugly zijn enkele rode lichten echter herkenbaar genoeg. En ook enkele oranje en groene lichten, gelukkig.

Lees verder “Rode lichten in de archeologie (en aanverwante vakgebieden)”

Na de Zeevolken (1)

De Mykeense “warrior vase” uit de twaalfde eeuw; deze mensen zwierven als piraten uit (“Zeevolken”) (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In 2014 publiceerde de Amerikaanse archeoloog Eric Cline een boek over de instorting van het Bronstijdsysteem: 1177 BC. The Year Civilization Collapsed. De titel verwijst naar het jaar waarin farao Ramses III een groep migranten versloeg die oudheidkundigen sinds de negentiende eeuw aanduiden als Zeevolken. Als ik pedant constateer dat het jaartal vermoedelijk niet klopt, is dat om te illustreren dat we over deze periode heel veel niet weten. De dataschaarste die het centrale thema is van de geschiedtheorie, is nog groter dan anders voor de transitie van Bronstijd naar IJzertijd. Desalniettemin kon Cline in 1177 BC vertellen dat klimaatveranderingen, droogte, veranderingen in de economie en migratie een rol speelden, en ook hypercoherentie: de diverse delen van de Bronstijdwereld waren zó intensief met elkaar verbonden dat problemen in pakweg Griekenland gevolgen hadden in Kanaän.

Sterke en zwakke punten

1177 BC was te lezen als antwoord op 2008, toen wereldwijd de hedendaagse, verstrengelde economieën gelijktijdig een crisis indoken. Clines boek werd dan ook een bestseller, vertaald in diverse talen (ook Nederlands). Terecht, want wat Cline over de Late Bronstijd vertelde, was uitstekend gedocumenteerd. En de Late Bronstijd is nu eenmaal fascinerend. Dit zijn sterke punten. Tegelijk: we kunnen geen lessen trekken uit een periode waarover we onvoldoende data hebben. Natuurlijk, in de Oudheid hadden ze ook klimaatverandering, I.D.O.H.Z.O. droogtes, I.D.O.H.Z.O. economische aanpassingen, I.D.O.H.Z.O. migratie – de data staan toe te constateren dát ze er zijn geweest, maar wie het huidige tijdsgewricht wenst te begrijpen, profiteert meer van hedendaagse data dan van de niet-robuuste data die we hebben over de Vroege IJzertijd.

Lees verder “Na de Zeevolken (1)”

Vijf misverstanden over de Oudheid

De Oudheid biedt meer dan Grieks en Latijn (Louvre, Parijs)

Vandaag begint de Week van de Klassieken. U vindt het programma hier. Het thema is dit jaar de relatie tussen de antieke mens en zijn natuurlijke leefomgeving, en als u cynisch aanneemt dat “in de Oudheid dachten ze ook over natuur” weer eens een gemakzuchtig I.D.O.H.Z.O.-tje is, dan hebt u het mis. Lees nog even wat ecokritiek is en u herkent dat er een wetenschappelijke innovatie schuilt achter deze thematiek.

De klassieken doen ertoe, althans in potentie, en oudheidkunde is wél interessant. Voor degenen die het desondanks niet geloven willen, presenteer ik hier vijf smoezen om zich er niet in te hoeven verdiepen. Plus uitleg waarom dat drogredenen zijn. Dat ook.

1. Het is alleen maar Griekenland en Rome

De Oudheid is de periode waarin we, anders dan in de Prehistorie (waarvoor alleen de archeologie informatie levert), wél geschreven bronnen hebben, maar waarvoor we, anders dan voor de Middeleeuwen, onvoldoende bronnen hebben om te komen tot werkelijke geschiedvorsing. In jaartallen: het is de periode tussen pakweg 3000 v.Chr. en 650 of 800 na Chr. Geografisch bezien: de regio vanaf Iran en Centraal-Azië tot aan de Atlantische Kust.

Lees verder “Vijf misverstanden over de Oudheid”

Faits divers (16)

In de onregelmatig verschijnende reeks Faits Divers deze keer: de Week van de Klassieken en de ontcijfering van het Kalasmisch.

Week van de Klassieken

In het voorjaar is altijd het evenement dat bekendstaat als de Week van de Klassieken. Dit jaar alweer voor de zeventiende keer. Het begint op 4 april. Toegegeven, de naam is onaantrekkelijk. Alleen mensen die de waarde van de klassieken al kennen, zullen geïnteresseerd opkijken; de rest van de wereld zal er niet nieuwsgierig van worden. Marketeers hebben dat zelfs gemeten: mensen verliezen hun belangstelling bij woorden als “oud”, “antiek”, “klassiek” en veren op bij woorden als “toekomst”. De Oudheid had “de tijd van experimenten” moeten heten. Maar ja.

Aan het programma van de Week van de Klassieken zal het echter niet liggen! U vindt het hier. De activiteiten draaien om de relatie tussen mens en natuur in de Oudheid, en als u, mediawijs als u bent, denkt dat dat thema een gemakzuchtig I.D.O.H.Z.O.-tje is, vergist u zich. Lees nog even wat ecokritiek is: dit thema komt voort uit wetenschappelijke innovatie. De activiteiten vinden plaats op diverse locaties en zijn regelmatig online te volgen. Ik zal er nog op terugkomen.

Lees verder “Faits divers (16)”

Het belang van de Oudheid(kunde)

Een I.D.O.H.Z.O.-tje toont het belang van de Oudheid niet

Wat is het belang van de Oudheid, van de oudheidkunde? Iemand vroeg me onlangs om het nog eens uit te leggen. Een nieuwe vraag is het niet. Toen het Gronings Archeologisch Instituut in 2017 een jubileum vierde, was een van de thema’s “Archeologie, voor wie doen we het ook alweer?” (Ik was een van de sprekers.) In 2019 hield David Fontijn een toespraak over dezelfde vraag. Ik heb het zelf uitgelegd in mijn laatste boek (blz.48-49). Het is opvallend dat de vraag, welbeschouwd eerstejaarsstof, terug blijft keren.

Antwoord 1: De Oudheid is leuk

Eerst het makkelijkste antwoord: inhoudelijk. Oudheidkundigen kunnen dingen vertellen over hoe het vroeger was. Dat is leuk. Ik houd me al veertig jaar met de Oudheid bezig en zie nog elke dag iets verrassends. Dat is waarom musea en parken als Archeon tienduizenden bezoekers hebben en publieksprijzen winnen. Zo simpel.

Lees verder “Het belang van de Oudheid(kunde)”

Nieuws dat u mag negeren (en waarom)

Nepnieuws

Onlangs kreeg ik over een kop koffie de vraag voorgelegd of ik kon samenvatten bij welk nieuws over de Oudheid een krantenlezer alert moest zijn. De vraag bracht me van mijn à propos. Hoewel signaalwoorden als “Israël” of “Pompeii” voor de hand liggen, is het lastig beknopt uit te leggen waarom juist die onderwerpen problematisch zijn.

Trouwens, ik weet niet eens waarom stukken over Pompeii zo vaak niet deugen. Misschien hebben ze daar een publiciteitsmedewerker die denkt dat het niet uitmaakt hoe je in het nieuws komt, als je maar in het nieuws komt. Feit is dat het meeste nieuws over Pompeii niet klopt. Dat kale vertrek met tralies in die bakkerij, afgelopen december gehypet als bewijs van de slechte levensomstandigheden van slaven, kan evengoed een tegen diefstal beveiligde graanopslag zijn geweest. En nee, die tovenaar wiens uitrusting zou zijn gevonden, dat is gewoon een verzinsel.

  • Advies: als een bezoek aan Pompeii er niet in zit, bezoek dan een expositie, lees een boek, maar geloof de media liever niet.

Lees verder “Nieuws dat u mag negeren (en waarom)”

Relevantie is de vijand van de geschiedenis

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Ieder mens heeft in het leven een zekere mate van pech en geluk, en daarin ben ik niet anders dan u. Beroepshalve leg ik de Oudheid uit, maar voor ik aan het werk kan gaan, moet ik helaas geld verdienen. Dat doe ik als journalist, als reisleider – ik heb nog een leuke reis naar Tunesië in de aanbieding en durf zachtjes weer te dromen van Jordanië en Libanon – en als docent. In die laatste categorie kwam zo’n anderhalf jaar geleden een verzoek iets te vertellen over de Skythen, terwijl nog onlangs mensen informeerden of ik de Avaren wilde behandelen. Oost-Europa staat immers in brand en als historicus kon ik wellicht licht werpen op de zaak.

Helaas nee. De vraag is op zich niet raar. Als je de eenentwintigste eeuw wil begrijpen, is kennis van de negentiende en twintigste eeuw zinvol. Meer onderwijs over de nieuwste tijd kan bepaald geen kwaad. Maar we hoeven en kunnen voor begrip van onze eigen tijd zelden terug te gaan naar Oudheid.

Lees verder “Relevantie is de vijand van de geschiedenis”