
[Zevende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]
In de vorige blogjes vertelde ik hoe Constantijn de Grote n.a.v. een visioen – wat dat ook geweest moge zijn – besloot te breken met de andere heersers in het Romeinse Rijk. Het overlijden van keizer Galerius, die net de christenvervolging had beëindigd, zette de verhoudingen op scherp. In de oostelijke provincies probeerden Licinius en Maximinus Daia zich meester te maken van een zo groot mogelijk deel van Galerius’ bezittingen. Geen van hen kon winnen, terwijl in de westelijke provincies Constantijn en Maxentius zich nu ook vrij voelden voor een rondje landjepik.
Geen van de rivalen kon het echter winnen van de drie andere. Er zouden coalities gesloten moeten worden. De verloving van Constantijns zus Constantia met Licinius, de heerser op de Balkan, markeerde de totstandkoming van het eerste bondgenootschap. Omdat Maxentius in Italië zich nu bedreigd zag vanuit het noordwesten en noordoosten, verbond hij zich met Maximinus Daia. De eerste alliantie was sterker dan de tweede, want Constantijn had in de voorgaande jaren de Franken verslagen en de Rijngrens versterkt, terwijl Licinius de Donaugrens had verzekerd. Deze twee keizers konden zich dus storten in een burgeroorlog zonder dat hun grenssectoren gevaar liepen. Daia daarentegen ondervond problemen aan de grens met Armenië en kon weinig bijstand verlenen aan Maxentius. Die stond er dus alleen voor toen Constantijn in het voorjaar van 312 de Alpen overstak.
Bliksemcampagne
Hij deed dat met slechts een kwart van zijn troepen. Snelheid ging voor slagkracht, wat suggereert dat Constantijn Maxentius wilde uitschakelen vóór deze zich had kunnen versterken. Onder de legeronderdelen die naar het zuiden trokken, waren vermoedelijk twee door Constantijn gevormde eenheden, de Sagittarii Tungri en de Sagittarii Nervii, de Tungrische en Nervische boogschutters. Verder waren er de Tungricani en de Divitenses, vernoemd naar de stad Tongeren en het door Constantijn gebouwde Fort Divitia. Normaal gesproken bewaakten zij de weg van Keulen naar Bavay, maar wellicht namen ze nu deel aan de Italiaanse campagne.
Het is bekend dat Constantijn eerst het Noord-Italiaanse Susa innam en zijn manschappen niet toestond de stad te plunderen. Wat men ook van Constantijn denken mag: hij had zijn leger in de hand. De volgende stad was Turijn, waar het kwam tot een cavaleriegevecht. In Maxentius’ leger waren clibinarii, een in Perzië ontstaan type cavalerie van ruiters die met paard en al gepantserd waren. Ze creëerden doorgaans paniek in de vijandelijke gelederen. Constantijn had echter niet voor niets deelgenomen aan een oorlog tegen de Perzen: hij liet de eigen gelederen openen, waardoor de moeilijk wendbare ruiters kwetsbaar waren voor flankaanvallen door lichtbewapenden. Hierna werd Constantijn feestelijk onthaald in Milaan, sloeg hij het beleg op voor Verona, versloeg een ontzettingsleger en nam Aquileia. Daarmee stelde Constantijn het contact veilig met zijn bondgenoot Licinius op de Balkan.
Constantijns troepen zullen langs verschillende wegen over de Apennijnen zijn gekomen. Het leger zal zich hebben verenigd voor de strijd om Rome aan de bovenloop van de Tiber.
In Rome was Maxentius’ positie ronduit wanhopig: hij durfde het zelfs niet te laten aankomen op een belegering, hoewel hij de stadsmuur van Aurelianus had laten versterken, een muur die zelfs zonder deze versterkingen te machtig was geweest voor de legers van Severus II en Galerius. Dat Maxentius Constantijn tegemoet trok en hoopte met hem af te rekenen in een veldslag suggereert dat hij rekening hield met verraad in de stad. Sympathiseerde de bevolking met Constantijn? Was de Senaat op de hand van de aanvaller? In elk geval noteert een van onze bronnen, Eusebios, dat Maxentius weinig vertrouwen had in zijn populariteit bij zijn onderdanen.
[Dit was een bewerking/bekorting van een deel van het boek Het visioen van Constantijn, dat ik in 2018 samen met Vincent Hunink maakte. U kunt het nog bestellen. Wordt vervolgd.]

Wat zijn Romeinen?
Wat is een Romein? (1)
Grieks gedichtje
“clibinarii, een in Perzië ontstaan type cavalerie van ruiters die met paard en al gepantserd waren”
Er is al heel veel gediscussieerd over het verschil tussen clibinarii (of clibanarii) en cataphracti (of cataphractarii). En een stevige consensus is er niet uitgekomen. Het is echter wel duidelijk dat we de bovenstaande beschrijving niet zomaar mogen doen. Het is helaas dankzij de Romeinse wispelturigheid waar het om militaire terminologie gaat niet vast te stellen in hoeverre paard en ruiter bepantserd waren of alleen de ruiter – buiten die gevallen waar het specifiek in een bron vermeld werd. Vast staat wel dat het aantal van dit soort eenheden in het Westen veel zeldzamer was dan in het Oosten van het Romeinse Rijk.
De oorsprong van dit soort troepen hoeft niet Perzisch te zijn, we komen ze ook al tegen in Centraal-Azië ten tijde van de Achaemeniden, ze waren blijkbaar een reactie op de veel mobielere bereden boogschutters uit dat gebied, en de Perzen volgden die ontwikkeling. De Romeinen hebben waarschijnlijk inspiratie voor dit soort troepen opgedaan bij de Sarmaten, niet per se de Perzen.
“Dat Maxentius Constantijn tegemoet trok en hoopte met hem af te rekenen in een veldslag suggereert dat hij rekening hield met verraad in de stad. Sympathiseerde de bevolking met Constantijn? Was de Senaat op de hand van de aanvaller? In elk geval noteert een van onze bronnen, Eusebios, dat Maxentius weinig vertrouwen had in zijn populariteit bij zijn onderdanen.”
Eusebius is een mooischrijver. Maxentius kan ook overmoedig zijn geweest, of misschien de burgerbevolking hebben willen sparen, of zoiets. Als je verraad van de burgers verwacht blijf je juist IN de stad!