Dacia Felix: Romeins Dacië

Gezichtsmasker van een Romeinse ruiter, gevonden in Harsova

De laatste dag van het jaar, het laatste stukje over de Dacia Felix-tentoonstelling in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Die vertelt een complex verhaal over Thracische Geten, zeg maar de oerbevolking van het oostelijke Balkanschiereiland, over Griekse havensteden, over Skythische en Keltische immigranten, over het koninkrijk Dacië en tot slot de Romeinse provincia Dacia. De titel Dacia Felix staat op een munt uit het midden van de derde eeuw – het allereerste voorwerp dat de bezoeker ziet – en is nogal ironisch omdat de Romeinen het gebied twintig jaar later moesten ontruimen.

Toen keizer Trajanus Dacië annexeerde, erfde hij een gebied waar de bevolking al sterk was afgenomen, deels doordat zijn tegenstander Decebalus legers had verspeeld in een oorlog tegen Domitianus – een deel van de krijgsgevangen Daciërs zal zijn geëindigd in het pas gebouwde Colosseum – en deels doordat velen waren omgekomen toen Trajanus het gebied binnenviel. De Zuil van Trajanus toont het platbranden van nederzettingen, de deportatie van hele gezinnen en legionairs die de hoofden van gesneuvelde Dacische soldaten aan hun commandant aanbieden.

Lees verder “Dacia Felix: Romeins Dacië”

Het koninkrijk Dacië

Gouden penning met een godin (Bjala Zlatina, Bulgarije)

Zoals de trouwe lezers van deze blog merken, had ik het naar mijn zin op de dubbele expositie in Luik en Tongeren, “Racines, les civilisations du Bas-Danube” in le Grand Curtius en daarna “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum. Dacië was het koninkrijk dat in de eerste eeuw vóór en na Christus ten noorden van de Beneden-Donau lag. Het museum definieert ze als de Thraciërs die woonden in de Karpaten en Transsylvanië, archeologisch herkenbaar aan de versterkte nederzettingen die vanaf het midden van de tweede eeuw v.Chr. zijn aan te wijzen. Sarmizegetusa Regia is van deze davae, zoals ze worden aangeduid, de bekendste.

De hamvraag is waardoor die versterkingen ontstonden. Het is duidelijk dat in de voorafgaande eeuwen de inheemse bevolking, de Thracische Geten, contact had met Griekse kolonisten die zich hadden gevestigd aan de kust van de Zwarte Zee, en met Skythen en de Kelten, die zich ook vestigden aan de benedenloop van de Donau. De beeldschone tentoonstellingscatalogus zegt dat de Kelten in de vroege tweede eeuw v.Chr. vertrokken uit Transsylvanië, wellicht gedwongen door een sterker wordende plaatselijke bevolking, waarbij een nieuwe krijgerselite een rol kan hebben gespeeld. Andere specialisten, zo lees ik, menen dat de Kelten zijn geassimileerd. Ik heb ook weleens gelezen dat de Kelten de krijgerselite waren die het gebied veranderden in een Dacisch koninkrijk.

Lees verder “Het koninkrijk Dacië”

Dacia Felix: de Kelten

Keltisch beeldje van een everzwijn uit Luna

Ik blog deze dagen over de expositie “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum in Tongeren en haar oudere zusje “Racines, les civilisations du Bas-Danube” in le Grand Curtius in Luik. Over die laatste tentoonstelling leest u hier mee, over haar zusje in Vlaanderen vertel ik nog even dat er diverse culturen of zo u wil volken aan de orde komen: de Thracische Geten, die door kunnen gaan voor de oorspronkelijke bevolking, de Griekse kolonisten aan de kust, de immer fascinerende Skythen en de Kelten, waarover ik het vandaag wil hebben. Uit dit samenraapsel ontstond het koninkrijk Dacië, dat door de Romeinen werd onderworpen aan het begin van de tweede eeuw n.Chr.

De Kelten zijn dé grote IJzertijdcultuur uit West-Europa, ontstaan uit de Hallstatt-cultuur in het gebied dat van Champagne en Lotharingen via de Elzas, het Zwarte Woud en Beieren liep tot en met Bohemen. Hier woonde een elite die rijk was geworden met de handel in onder meer zout en ijzer en die vervolgens de tussenhandel was gaan monopoliseren in grondstoffen die de Mediterrane wereld nodig had uit het noorden, zoals tin en barnsteen. Ik heb het hier al eens verteld. Vaak lieten de leden van deze elite zich begraven met een wagen, zoals in het wagengraf in de Elzas waar ik ooit over blogde. Hun cultuur breidde zich uit; daar is het graf van de Vorst van Oss een voorbeeld van.

Lees verder “Dacia Felix: de Kelten”

Dacia Felix: de Skythen

Skythische krijger, eind zesde eeuw v.Chr.

Ik blogde gisteravond over de expositie “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Ze behandelt de geschiedenis van wat nu Roemenië heet tussen pakweg 650 v.Chr. en 200 n.Chr. en dat wil zeggen dat verschillende volken aan de orde komen, die elk op een bepaald moment invloed hadden. De Thracische stam der Geten valt te beschouwen als autochtoon. Er spoelden wat Grieken aan de Zwarte Zee-kust aan. De Skythen arriveerden in de zesde eeuw uit het oosten en de Kelten bereikten de regio in de vierde eeuw v.Chr. Deze vier groepen hebben allemaal in meerdere of mindere mate bijgedragen aan het ontstaan van het koninkrijk Dacië, dat in de jaren 101-106 n.Chr. werd ingelijfd door de Romeinse keizer Trajanus.

De Skythen behoren tot de steppenomaden van Centraal-Azië. Ze spraken een Indo-Iraanse taal en begonnen in pakweg de achtste eeuw v.Chr. aan hun tocht naar het westen, waar ze de gebieden overnamen van de Kimmeriërs. Achter de Skythen kwamen de Sauromaten aan, eveneens naar het westen migrerend. De verklaring van deze westwaartse beweging, die nog eindeloos vaak zou plaatsvinden (Hunnen, Avaren, Turken, Magyaren, Mongolen…) is dat de Euraziatische steppe van oost naar west vochtiger wordt, zodat nomaden liever westwaarts trekken dan vice versa. De Skythen zijn maar één zo’n volk geweest, maar we hebben in het vierde boek van HerodotosHistoriën een puike beschrijving van hun leefwijze, die niet eens zo beroerd is.

Lees verder “Dacia Felix: de Skythen”

Dacia Felix: de Geten

Een godin op een panter (Rogozen-schat, vierde eeuw v.Chr.)

De expositie die ik vanmorgen beschreef, “Racines, les civilisations du Bas-Danube” in het Grand Curtius-museum in Luik, is het oudere zusje van de tentoonstelling “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Waar het verhaal in Luik eindigt in de Vroege IJzertijd, daar neemt Tongeren de draad op door de geschiedenis van het Beneden-Donau-gebied te vertellen van de Late IJzertijd tot en met de Romeinse onderwerping van wat destijds Dacië heette.

Het is het verhaal van allerlei volken die naar de regio trokken en een gedeelde kunststijl hadden, met allerlei diermotieven. De Thracische stam der Geten stamde af van de eerste golf van Indo-Europese bewoners, die in het vierde en derde millennium v.Chr. westwaarts waren gekomen vanuit het huidige Oekraine; de Grieken arriveerden in de zevende eeuw op Zwarte Zee-kust; de Skythen behoorden tot een meer oostelijke groep Indo-Europees-sprekenden en trokken in de zesde eeuw vanuit Centraal-Azië richting Karpaten; de Kelten zakten ergens in de vierde eeuw v.Chr. vanuit het westen de Donau af. Uit dit alles ontstond het volk van de Daciërs, dat in de vroege tweede eeuw n.Chr. door de Romeinse keizer Trajanus werd onderworpen. De huidige taal van de regio, het Roemeens, stamt af van het Latijn.

Lees verder “Dacia Felix: de Geten”

Wat is dit?

Muurschildering uit Tongeren

Nog even over de ondergrondse expositie onder de Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek in Tongeren, waarover ik in september al eens blogde en waar de inscriptie ter ere van Jupiter Dolichenus is te zien die ik zojuist noemde. Even verderop is deze wandschildering te zien. Mijn vraag aan u: wat heeft die man in zijn hand?

Ik dacht even aan een schrijfplankje – een tablet dus – maar die droegen de Romeinen bij mijn weten niet op deze manier. Misschien een kistje? Uw gok is zo goed als de mijne.

Dolichenus in Tongeren

Votiefinscriptie voor Jupiter Dolichenus (Tongeren)

Een goed museum wil je twee keer bezoeken en ik was gisteren bepaald niet met tegenzin terug bij de archeologische site onder de Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek van Tongeren. Net als bij ons bezoek in september hadden we een tiptop-rondleidster die de complexe structuur duidde: antieke huizen (met badhuis), een laatantieke basiliek (vaak geassocieerd met bisschop Servatius) en daarna kerken uit de Merovingische, Karolingische, Ottoonse en gotische perioden. Die laatste is uiteraard de kerk met de karakteristieke stompe toren, die je vandaag al van een grote afstand kunt zien.

In mijn vorige stukje noemde ik een inscriptie voor Jupiter Dolichenus die onder de basiliek is gevonden. Zie de foto hierboven. Er staat:

…OM
DOLICHEN…
VOLVSIA SABIN…
…NA PRO SE ET SV…

Lees verder “Dolichenus in Tongeren”