Een vervloekingstablet uit Tongeren

Het Tongerse vervloekingstablet (© Gallo-Romeins Museum, Tongeren)

Dat was leuk: zondag hoorde ik via Herman Clerinx (de auteur van een prachtboek over de Romeinen in de Lage Landen, een prachtboek over de hunebedden en een prachtboek waarover ik binnenkort blog), dat het Gallo-Romeins Museum in Tongeren maandagmorgen een persconferentie zou hebben over een onlangs gevonden defixio, een vervloekingstablet. Ik heb er weleens eerder over geschreven: dat is een loden plaatje waarop een onheilswens stond voor deze of gene. Een schip bij Kyrenia ging inderdaad naar de kelder – het loden tabletje werd althans gevonden in een scheepswrak.

De door Clerinx genoemde persconferentie beloofde interessant te zijn en dus zat ik, een nacht in een Maastrichts hotel later, bij de presentatie. In de trein naar huis schreef ik een stukje dat nog maandagmiddag op de website van het Handelsblad stond. U leest het hier en het komt erop neer dat iemand tussen pakweg 70 en 100 n.Chr. een Grieks-schrijvende vervloekingsspecialist een loden vloektablet heeft laten vervaardigen, dat de onbekende vervloeker dat heeft gepersonaliseerd door er in het Latijn de naam van ene Gaius Julius Viator aan toe te voegen en dat hij het vervolgens heeft weten binnen te smokkelen in het huis van de verdoemde.

Lees verder “Een vervloekingstablet uit Tongeren”

De adelaar van het Veertiende

De adelaar van het Veertiende

Driemaal is scheepsrecht en omdat ik al eergisteren en gisteren heb geblogd over de Eburoonse koning Ambiorix en zijn relatie tot Tongeren, doe ik het vandaag nog een derde keer. Er is namelijk onlangs een wijziging aangebracht in het door Jules Bertin gemaakte standbeeld op de Grote Markt. Ik zou het niet hebben herkend als Herman Clerinx me er niet op had gewezen. De auteur van de prachtboeken Een paleis voor de doden en Romeinse sporen is, voor wie dat niet mocht weten, een van de beste schrijvers over de Oudheid in ons taalgebied.

Het beeld stelt dus Ambiorix voor, de “koning van alles” die in 54 v.Chr. het Veertiende Legioen vernietigde, wellicht in de vallei van de Jeker, bij Kanne-Caestert. Het beeld toont een stoere krijger die een lauwerkrans en Romeinse roedenbundels vertrapt, de fasces die in de dagen van Bertin nog niet de nare associatie hadden die ze sindsdien hebben. Ook hield hij – ik bedoel de bronzen Ambiorix – een adelaar in bedwang, maar die vogel was sinds 1965 ineens gevlogen.

Lees verder “De adelaar van het Veertiende”

Misverstand: Ambiorix in Tongeren (2)

Het standbeeld van Ambiorix in Tongeren. Ik zeg dit er voor de zekerheid even bij: dit is dus een negentiende-eeuwse reconstructie. De held der Belgae zal in het echt niet hebben geleken op een pakje Gauloises of zijn gaan staan op een hunebed uit de tijd van de Trechterbekercultuur.

Misverstand: Ambiorix’ standbeeld stelt eigenlijk Vercingetorix voor

Er bestaat nog een ander misverstand rond Ambiorix in Tongeren. De auteur van dit boekje heeft verschillende keren horen vertellen dat het standbeeld eigenlijk Caesars laatste Gallische tegenstander Vercingetorix voorstelt. De Fransen zouden het beeld niet meer nodig hebben gehad nadat ze een groter standbeeld voor hun held hadden opgericht in Alesia, waar Caesar Vercingetorix en de Galliërs definitief versloeg. Nu ze iets indrukwekkenders hadden, zouden de Fransen het kleine beeld maar hebben verkocht aan de Belgen.

Lees verder “Misverstand: Ambiorix in Tongeren (2)”

Misverstand: Ambiorix in Tongeren (1)

Een aarden wal bij Kanne-Caestert

Misverstand: Ambiorix versloeg de Romeinen bij Tongeren

Het standbeeld in het stadscentrum van Tongeren mag er zijn. Het is een stoer besnorde Ambiorix, die als leider van de Eburonen in de herfst van 54 v.Chr.  het Veertiende Legioen van Julius Caesar vernietigde. Caesar noemt de plaats waar het gebeurde Atuatuca, en omdat dit ook de naam was die Tongeren in de Romeinse keizertijd droeg, heeft men die stad lang aangewezen als de plaats waar de legionairs ten onder waren gegaan.

Lees verder “Misverstand: Ambiorix in Tongeren (1)”

Dacia Felix: Romeins Dacië

Gezichtsmasker van een Romeinse ruiter, gevonden in Harsova

De laatste dag van het jaar, het laatste stukje over de Dacia Felix-tentoonstelling in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Die vertelt een complex verhaal over Thracische Geten, zeg maar de oerbevolking van het oostelijke Balkanschiereiland, over Griekse havensteden, over Skythische en Keltische immigranten, over het koninkrijk Dacië en tot slot de Romeinse provincia Dacia. De titel Dacia Felix staat op een munt uit het midden van de derde eeuw – het allereerste voorwerp dat de bezoeker ziet – en is nogal ironisch omdat de Romeinen het gebied twintig jaar later moesten ontruimen.

Toen keizer Trajanus Dacië annexeerde, erfde hij een gebied waar de bevolking al sterk was afgenomen, deels doordat zijn tegenstander Decebalus legers had verspeeld in een oorlog tegen Domitianus – een deel van de krijgsgevangen Daciërs zal zijn geëindigd in het pas gebouwde Colosseum – en deels doordat velen waren omgekomen toen Trajanus het gebied binnenviel. De Zuil van Trajanus toont het platbranden van nederzettingen, de deportatie van hele gezinnen en legionairs die de hoofden van gesneuvelde Dacische soldaten aan hun commandant aanbieden.

Lees verder “Dacia Felix: Romeins Dacië”

Het koninkrijk Dacië

Gouden penning met een godin (Bjala Zlatina, Bulgarije)

Zoals de trouwe lezers van deze blog merken, had ik het naar mijn zin op de dubbele expositie in Luik en Tongeren, “Racines, les civilisations du Bas-Danube” in le Grand Curtius en daarna “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum. Dacië was het koninkrijk dat in de eerste eeuw vóór en na Christus ten noorden van de Beneden-Donau lag. Het museum definieert ze als de Thraciërs die woonden in de Karpaten en Transsylvanië, archeologisch herkenbaar aan de versterkte nederzettingen die vanaf het midden van de tweede eeuw v.Chr. zijn aan te wijzen. Sarmizegetusa Regia is van deze davae, zoals ze worden aangeduid, de bekendste.

De hamvraag is waardoor die versterkingen ontstonden. Het is duidelijk dat in de voorafgaande eeuwen de inheemse bevolking, de Thracische Geten, contact had met Griekse kolonisten die zich hadden gevestigd aan de kust van de Zwarte Zee, en met Skythen en de Kelten, die zich ook vestigden aan de benedenloop van de Donau. De beeldschone tentoonstellingscatalogus zegt dat de Kelten in de vroege tweede eeuw v.Chr. vertrokken uit Transsylvanië, wellicht gedwongen door een sterker wordende plaatselijke bevolking, waarbij een nieuwe krijgerselite een rol kan hebben gespeeld. Andere specialisten, zo lees ik, menen dat de Kelten zijn geassimileerd. Ik heb ook weleens gelezen dat de Kelten de krijgerselite waren die het gebied veranderden in een Dacisch koninkrijk.

Lees verder “Het koninkrijk Dacië”

Dacia Felix: de Kelten

Keltisch beeldje van een everzwijn uit Luna

Ik blog deze dagen over de expositie “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum in Tongeren en haar oudere zusje “Racines, les civilisations du Bas-Danube” in le Grand Curtius in Luik. Over die laatste tentoonstelling leest u hier mee, over haar zusje in Vlaanderen vertel ik nog even dat er diverse culturen of zo u wil volken aan de orde komen: de Thracische Geten, die door kunnen gaan voor de oorspronkelijke bevolking, de Griekse kolonisten aan de kust, de immer fascinerende Skythen en de Kelten, waarover ik het vandaag wil hebben. Uit dit samenraapsel ontstond het koninkrijk Dacië, dat door de Romeinen werd onderworpen aan het begin van de tweede eeuw n.Chr.

De Kelten zijn dé grote IJzertijdcultuur uit West-Europa, ontstaan uit de Hallstatt-cultuur in het gebied dat van Champagne en Lotharingen via de Elzas, het Zwarte Woud en Beieren liep tot en met Bohemen. Hier woonde een elite die rijk was geworden met de handel in onder meer zout en ijzer en die vervolgens de tussenhandel was gaan monopoliseren in grondstoffen die de Mediterrane wereld nodig had uit het noorden, zoals tin en barnsteen. Ik heb het hier al eens verteld. Vaak lieten de leden van deze elite zich begraven met een wagen, zoals in het wagengraf in de Elzas waar ik ooit over blogde. Hun cultuur breidde zich uit; daar is het graf van de Vorst van Oss een voorbeeld van.

Lees verder “Dacia Felix: de Kelten”

Dacia Felix: de Skythen

Skythische krijger, eind zesde eeuw v.Chr.

Ik blogde gisteravond over de expositie “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Ze behandelt de geschiedenis van wat nu Roemenië heet tussen pakweg 650 v.Chr. en 200 n.Chr. en dat wil zeggen dat verschillende volken aan de orde komen, die elk op een bepaald moment invloed hadden. De Thracische stam der Geten valt te beschouwen als autochtoon. Er spoelden wat Grieken aan de Zwarte Zee-kust aan. De Skythen arriveerden in de zesde eeuw uit het oosten en de Kelten bereikten de regio in de vierde eeuw v.Chr. Deze vier groepen hebben allemaal in meerdere of mindere mate bijgedragen aan het ontstaan van het koninkrijk Dacië, dat in de jaren 101-106 n.Chr. werd ingelijfd door de Romeinse keizer Trajanus.

De Skythen behoren tot de steppenomaden van Centraal-Azië. Ze spraken een Indo-Iraanse taal en begonnen in pakweg de achtste eeuw v.Chr. aan hun tocht naar het westen, waar ze de gebieden overnamen van de Kimmeriërs. Achter de Skythen kwamen de Sauromaten aan, eveneens naar het westen migrerend. De verklaring van deze westwaartse beweging, die nog eindeloos vaak zou plaatsvinden (Hunnen, Avaren, Turken, Magyaren, Mongolen…) is dat de Euraziatische steppe van oost naar west vochtiger wordt, zodat nomaden liever westwaarts trekken dan vice versa. De Skythen zijn maar één zo’n volk geweest, maar we hebben in het vierde boek van HerodotosHistoriën een puike beschrijving van hun leefwijze, die niet eens zo beroerd is.

Lees verder “Dacia Felix: de Skythen”

Dacia Felix: de Geten

Een godin op een panter (Rogozen-schat, vierde eeuw v.Chr.)

De expositie die ik vanmorgen beschreef, “Racines, les civilisations du Bas-Danube” in het Grand Curtius-museum in Luik, is het oudere zusje van de tentoonstelling “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Waar het verhaal in Luik eindigt in de Vroege IJzertijd, daar neemt Tongeren de draad op door de geschiedenis van het Beneden-Donau-gebied te vertellen van de Late IJzertijd tot en met de Romeinse onderwerping van wat destijds Dacië heette.

Het is het verhaal van allerlei volken die naar de regio trokken en een gedeelde kunststijl hadden, met allerlei diermotieven. De Thracische stam der Geten stamde af van de eerste golf van Indo-Europese bewoners, die in het vierde en derde millennium v.Chr. westwaarts waren gekomen vanuit het huidige Oekraine; de Grieken arriveerden in de zevende eeuw op Zwarte Zee-kust; de Skythen behoorden tot een meer oostelijke groep Indo-Europees-sprekenden en trokken in de zesde eeuw vanuit Centraal-Azië richting Karpaten; de Kelten zakten ergens in de vierde eeuw v.Chr. vanuit het westen de Donau af. Uit dit alles ontstond het volk van de Daciërs, dat in de vroege tweede eeuw n.Chr. door de Romeinse keizer Trajanus werd onderworpen. De huidige taal van de regio, het Roemeens, stamt af van het Latijn.

Lees verder “Dacia Felix: de Geten”

Wat is dit?

Muurschildering uit Tongeren

Nog even over de ondergrondse expositie onder de Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek in Tongeren, waarover ik in september al eens blogde en waar de inscriptie ter ere van Jupiter Dolichenus is te zien die ik zojuist noemde. Even verderop is deze wandschildering te zien. Mijn vraag aan u: wat heeft die man in zijn hand?

Ik dacht even aan een schrijfplankje – een tablet dus – maar die droegen de Romeinen bij mijn weten niet op deze manier. Misschien een kistje? Uw gok is zo goed als de mijne.