Een oud legioen: VII Claudia (1)

Grafschrift van een soldaat van VII Claudia (Archeologisch Museum, Split)

Met het Achtste, Negende en Tiende legioen behoorde het Zevende tot de oudste eenheden van het Romeinse leger uit de keizertijd. Deze vier eenheden waren al bij Julius Caesar toen die in 58 v.Chr. Gallië binnenvielen en moeten al vóór zijn gouverneurschap zijn samengesteld. De Romeinse commandant vermeldt het Zevende in zijn verslag over het jaar 57: het nam deel aan het gevecht tegen de Nerviërs aan de rivier de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk.

Later lijkt het Zevende te hebben gevochten in westelijk Gallië; het was aanwezig bij de campagne tegen de Veneten in wat nu Bretagne heet, en nam deel aan de twee expedities naar Brittannië (in 55 en 54). Tijdens de oorlog tegen Vercingetorix was het Zevende actief in de omgeving van Lutetia (52) en bij Alesia. Het was later betrokken bij de “veegoperaties” tegen de Bellovaci (51).

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (1)”

De vloek van het Engels

De Selle

De laatste keer dat er een fatsoenlijk Nederlandstalig overzichtswerk verscheen over de Lage Landen in de Romeinse tijd was in 1981: De Romeinen in Nederland van Wim van Es. En dat was een herdruk. Er zijn sindsdien boeken verschenen over deelaspecten; feitelijk is het boek van Van Es eveneens een boek over een deelaspect. Zelf heb ik ook eens iets geschreven, maar het is niet moeilijk te erkennen dat De randen van de aarde en De rand van het Rijk niet de volwaardige syntheses zijn die we nodig hebben. Des te blijer ben ik dat me onlangs een lijvig manuscript werd toegestuurd van iemand die de Belgische en Nederlandse archeologie overziet én weet hoe een bron te lezen. Ik kreeg het verzoek te zien of er zaken ontbraken, en voor zover ik momenteel overzie, is dat niet het geval. Er is iets moois op komst.

Toch stuitte ik op iets wonderlijks: de rivier de Sabis, waar Julius Caesar in 57 v.Chr. de Nerviërs versloeg, zou “wellicht” de Selle zijn. Akkoord, alle kennis is  voorlopig en je kunt iedere bewering daarom clausuleren met “wellicht”. En ja, topografische identificaties zijn lastig. Ik blogde al eens over de simplistische aanname dat de Drususgracht lag in Nederland en ik schreef een boek over de onmogelijkheid te bepalen waar Hannibal over de Alpen trok. Maar in het geval van de Sabis is er redelijke zekerheid.

Lees verder “De vloek van het Engels”

Het ontstaan van XI Claudia

Inscriptie voor een soldaat van het Elfde Legioen, die vocht in Aktion (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Rome is niet gebouwd op één dag en is niet gebouwd door keizers of consuls. Het Mediterrane wereldrijk is ontstaan door de integratie van de diverse regionale economieën en kreeg een Romeins uiterlijk doordat er altijd legionairs waren die bereid waren te strijden voor consuls of keizers. Wat betekent dat de geschiedenis van de Mediterrane economie en Romeinse regimentsgeschiedenis belangrijk zijn. Wat weer betekent dat we het vandaag gaan hebben over het Elfde Legioen, dat een eeuw na zijn oprichting de bijnaam Claudia zou krijgen.

Een eerste begin

(U zult in een moment weten waarom “eerste begin” voor één keer geen pleonasme is.) Het was een van Romes oudste legioenen. Toen Julius Caesar in 58 v.Chr. besloot niet vanaf de Povlakte naar Dacië te trekken, maar in plaats daarvan Gallië binnen te vallen, rekruteerde hij twee extra eenheden: het Elfde en het Twaalfde. Caesar vermeldt het Elfde in zijn beschrijvingen van de strijd tegen de Nerviërs, en het legioen zal zeker ook hebben deelgenomen aan andere beroemde campagnes, zoals de belegeringen van Bourges en Alesia.

Lees verder “Het ontstaan van XI Claudia”

VIII Augusta op de Balkan

Grafsteen van Gaius Valerius Valens van VIII Augusta (Archeologisch Museum, Korinthe)

Met het Zevende, het Negende en het Tiende Legioen behoorde het Achtste tot de oudste eenheden in het leger van het Romeinse keizerrijk. Het viertal bestond al – we weten niet hoe lang – toen Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië. Hij vermeldt het Achtste in zijn verslag van de strijd tegen de Nerviërs en bij de belegering van Gergovia. Het is niet ondenkbaar dat het legioen tijdens deze oorlog op sterkte is gebracht door Gallische strijders in de gelederen op te nemen, want een inscriptie vermeldt ene Gaius Cabilenus “uit Gallië”.

Aan het begin van de Tweede Burgeroorlog, waarin Caesar het opnam tegen de Senaat, kwam het Achtste in actie bij Corfinium en Brindisi (49), waarna het enige tijd in Apulië was gestationeerd. In het voorjaar van 48 diende het bij Dyrrhachion en leed het zware verliezen. Daarom streed hij bij Farsalos samen met het Negende als één eenheid en werden de soldaten, na de overwinning, teruggestuurd naar Italië om daar te worden gedemobiliseerd. Ze kregen land in Campanië. Hoewel veel veteranen zich moeten hebben teruggetrokken op het platteland, wordt het Achtste opnieuw vermeld tijdens als Caesars Afrikaanse campagne. In 45 v.Chr. kregen deze soldaten – die misschien nog niet waren gedemobiliseerd of opnieuw hadden bijgetekend – land in Casilinum.

Lees verder “VIII Augusta op de Balkan”

XII Fulminata, het bliksemlegioen

Een soldaat van XII Fulminata (Capitolijnse Musea, Rome)

Het heeft er de schijn van, al is het niet bewijsbaar, dat de nummers van de Romeinse legioenen al vóór Julius Caesar waren gekoppeld aan provincies – wat in de tijd vóór Caesar overigens geen territoriaal afgebakende gebieden waren maar aangewezen oorlogszones. De eerste vier legioenen stonden ter beschikking van de twee consuls, de nummers vijf en zes lagen in de twee Spaanse provincies en de nummers VII, VIII, VIIII en X lagen in de Provence en op de Po-vlakte. Waarna de oostelijker gebieden weer hogere nummers hadden.

Caesar

Toen Caesar gouverneur werd van de Provence en de Po-vlakte, beschikte hij dus over vier legioenen. Voor de oorlog tegen Helvetiërs die in 58 v.Chr. uitbrak, voegde hij er twee aan toe, die hij de nummers XI en XII gaf. Over dat laatste legioen wil ik het vandaag hebben. Het heeft tijdens de Gallische Oorlog zeker gestreden in de slag aan de Sabis (de Selle in Noord-Frankrijk) tegen de Nerviërs; het nam deel aan de belegering van Bourges, onderscheidde zich bij Lutetia en hielp bij de blokkade van Alesia.

Lees verder “XII Fulminata, het bliksemlegioen”

XIII Gemina (1)

De brug over de Rubico

Een van de betere zinnen van Titus Livius is dat Julius Caesar, toen hij de Rubico overstak, met het Dertiende Legioen “de wereld bestormde”. De slimmerik die opmerkt dat we Livius’ verslag van de Tweede Burgeroorlog niet hebben, kan het citaat vinden bij Orosius.

Caesar had de eenheid in 57 v.Chr. geformeerd, in de aanloop naar zijn aanval op de Belgische stammen in noordelijk Gallië. Het legioen stond in de achterhoede tijdens de slag aan de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk, waarin Caesar de Nerviërs versloeg. Later vinden we de eenheid aan de Atlantische kust en tijdens de belegering van Gergovia. Ook blij de blokkade van Alesia moet het Dertiende betrokken zijn geweest.

Lees verder “XIII Gemina (1)”

C07 | Constantijn trekt ten strijde

Rome, boog van Constantijn de Grote: de belegering van Susa of Verona

[Zevende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

In de vorige blogjes vertelde ik hoe Constantijn de Grote n.a.v. een visioen – wat dat ook geweest moge zijn – besloot te breken met de andere heersers in het Romeinse Rijk. Het overlijden van keizer Galerius, die net de christenvervolging had beëindigd, zette de verhoudingen op scherp. In de oostelijke provincies probeerden Licinius en Maximinus Daia zich meester te maken van een zo groot mogelijk deel van Galerius’ bezittingen. Geen van hen kon winnen, terwijl in de westelijke provincies Constantijn en Maxentius zich nu ook vrij voelden voor een rondje landjepik.

Geen van de rivalen kon het echter winnen van de drie andere. Er zouden coalities gesloten moeten worden. De verloving van Constantijns zus Constantia met Licinius, de heerser op de Balkan, markeerde de totstandkoming van het eerste bondgenootschap. Omdat Maxentius in Italië zich nu bedreigd zag vanuit het noordwesten en noordoosten, verbond hij zich met Maximinus Daia. De eerste alliantie was sterker dan de tweede, want Constantijn had in de voorgaande jaren de Franken verslagen en de Rijngrens versterkt, terwijl Licinius de Donaugrens had verzekerd. Deze twee keizers konden zich dus storten in een burgeroorlog zonder dat hun grenssectoren gevaar liepen. Daia daarentegen ondervond problemen aan de grens met Armenië en kon weinig bijstand verlenen aan Maxentius. Die stond er dus alleen voor toen Constantijn in het voorjaar van 312 de Alpen overstak.

Lees verder “C07 | Constantijn trekt ten strijde”

VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (1)

Grafsteen van Moranus, soldaat van VIIII Hispana (ingemetseld in de stadspoort van Motovun)

Kan een Romeins legioen negentien eeuwen na zijn verdwijning nog tot de verbeelding spreken? De enige Romeinse militaire eenheid die daar in slaagt, is het Negende Legioen Hispana. De reden is welbekend: het fenomenale kinderboek van Rosemary Sutcliff, De adelaar van het Negende. Ze vertelt het verhaal van de speurtocht naar het lot van het legioen, dat vanuit York noordwaarts de Schotse mist in was gemarcheerd en waarvan nadien niemand meer was vernomen. Ik ken niemand die het een slecht boek vond, het heeft eindeloos veel jonge mensen een fascinatie bijgebracht voor het oude Rome, het is verfilmd en het heeft een hardnekkig misverstand opgeleverd, want het legioen is niet in Schotland verdwenen. Daar heb ik het vaker over gehad en dat laat ik nu verder rusten.

Caesar

VIIII Hispana behoorde met de legioenen VII, VIII en X Equestris tot de oudste eenheden in het keizerlijke leger. Dit viertal was al bij Julius Caesar toen hij in 58 v.Chr. de Gallische Oorlog ontketende. Caesar noemt het Negende bijvoorbeeld in zijn verslag van de strijd aan de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk, waar hij de Nerviërs versloeg.

Lees verder “VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (1)”

“Briljante” nieuwe inzichten

“Ja natuurlijk, maar Schliemann was ook geen archeoloog”: ik weet niet meer hoe vaak ik dat zinnetje heb gelezen. Of iets dat erop lijkt. En steeds dezelfde context: iemand denkt een briljant inzicht te hebben, mailt me, wil dat ik er aandacht aan besteed en is verbolgen als ik uitleg dat ik er onvoldoende van verwacht om er mijn (en uw) schaarse tijd aan te besteden. Dat is geen kwaaie wil mijnerzijds, en ongetwijfeld wil ook u álles lezen, maar iedereen heeft meer te doen dan alles lezen. En we mogen sceptisch zijn over claims dat Dorestad eigenlijk Doornik is, dat de Feniciërs in Brazilië zijn geweest, dat Varus ten onder is gegaan bij Oberhausen en dat de kerstster valt te identificeren met deze of gene komeet. Allemaal heel boeiend. De beste verhalen zijn de verhalen die niemand anders vertelt. Maar dat maakt ze niet per se waar.

Opleiding en vakliteratuur

Elke gedachte valt te overwegen, zeker, maar op voorhand zijn sommige gedachten plausibeler dan andere. Bijvoorbeeld als degene die een nieuw idee oppert, ervoor heeft doorgeleerd. Een oudheidkundige opleiding is geen noodzakelijke voorwaarde om kwaliteit te leveren, maar helpt wel. Ook is de kans dat iemand een goed nieuw idee heeft, groter als zo iemand de vakliteratuur kent. En dan bedoel ik niet alleen Engelstalige publicaties, maar ook artikelen en boeken in het Duits en Frans. Als het gaat over de historische achtergrond van de Trojaanse Oorlog, wil ik verwijzingen zien naar publicaties over Wiluša.

Lees verder ““Briljante” nieuwe inzichten”

Misverstand: De Samber

De Selle (niet de Samber)

Misverstand: Caesar versloeg de Nerviërs aan de Samber

Het verhaal van de Romeinse veroveringen is deprimerend eentonig. De Romeinen slaagden erin steeds grotere legers uit te rusten en te trainen en versloegen daarmee een voor een de grote Grieks-Macedonische koninkrijken in het oosten, die daar waren ontstaan na de veroveringen van Alexander. Rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. veroverde generaal Pompeius delen van het huidige Turkije, Syrië, Libanon en Israël.

Zijn rivaal, vriend en schoonvader Julius Caesar voegde iets later Gallië toe, ruwweg het huidige Frankrijk. In 57 v.Chr. viel hij de Belgen aan. Een coalitie onder leiding van de Nerviërs wachtte hem echter op bij een riviertje dat Caesar aanduidt als de Sabis. De stamkrijgers kwamen dicht bij de overwinning, maar de routine van de legionairs verzekerde de Romeinse zege.

Lees verder “Misverstand: De Samber”