C08 | De slag bij de Milvische Brug

De slag bij de Milvische Brug op de boog van Constantijn

[Achtste van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Het beslissende gevecht vond plaats bij de Milvische Brug, even ten noorden van Rome, waar de Via Flaminia de Tiber kruist. De datum: 28 oktober 312, op de kop af zes jaar na Maxentius’ staatsgreep. Een redenaar vertelde later, in het jaar 313, dat Maxentius de rivier overstak en zijn leger bevel gaf de troepen van Constantijn op te wachten met de Tiber in de rug. Deze riskante opstelling suggereert dat Maxentius de loyaliteit van zijn manschappen wantrouwde: hij liet hun geen mogelijkheid zich uit de strijd terug te trekken en dwong hen dapper te vechten. Vreemd is het niet, want Constantijn had de oorlog feitelijk op de Povlakte al gewonnen.

Een andere auteur, de historicus Zosimos, vermeldt dat de strijd losbarstte toen Constantijns ruiters Maxentius’ cavalerie versloegen en dat daarna de infanterie slaags raakte. Onder de verdedigers waren aarzelend vechtende soldaten uit Rome zelf, misschien inderhaast gelichte rekruten, terwijl andere troepen uit Maxentius’ leger juist fanatiek streden, maar geen partij waren voor Constantijns ervaren leger. Toen Maxentius zag dat de nederlaag zich aftekende probeerde hij over de rivier terug te keren naar de stad, maar hij verdronk toen de brug instortte. Zijn hoofd zou later, op een speer gestoken, door Rome worden rondgedragen. De redenaar die dit alles vertelt, wijst erop dat een echte vent om het leven zou zijn gekomen door het zwaard of de speer van een dappere krijger – Maxentius’ verdrinkingsdood bewees zijn lafheid.noot Panegyrici Latini XII(9).16.2-18.3; Lactantius, De dood van de vervolgers 44.8-9; Panegyrici Latini IV(10).27.5-31.4; Eusebios, Kerkgeschiedenis 9.9.1-7 ; Aurelius Victor, De keizers 40.23; Eutropius, Samenvatting 10.4.4; Afstamming van Constantijn 12; Zosimos, Nieuwe geschiedenis 2.16.2-17.1.

Christelijke interpretaties

In een in 315 verschenen deel van zijn Kerkgeschiedenis doet ook de christelijke auteur Eusebios verslag van het gevecht. Dat was ongeveer twee jaar na de gebeurtenissen, toen het christendom een toegestane religie was. Daarom kan Eusebios de veldslag interpreteren als een gebeurtenis waarop allerlei oudtestamentische verzen van toepassing leken. Eusebios’ beschrijving van de veldslag is daardoor niet heel informatief, maar het is interessant dat in de Kerkgeschiedenis iets ontbreekt wat Eusebios, gegeven zijn christelijke belangstelling, zeker zou hebben vermeld als hij ervan had geweten: Constantijns christelijke visioen

Dat vermeldde hij wél in het in 339 gepubliceerde Leven van Constantijn.

Rond twaalf uur ’s middags, even over de helft van de dag zag Constantijn met eigen ogen aan de hemel boven de zon een zegeteken van licht. Het had de vorm van een kruis met daaronder de woorden: “Overwin hierdoor”.noot Eusebios, Leven van Constantijn 1.28; vert. Vincent Hunink.

Er zijn verschillende verklaringen te bedenken voor het feit dat de auteur het kruisvisioen aanvankelijk onvermeld heeft gelaten. Een daarvan is dat Eusebios, die woonde in Palestina, nog niet wist wat hij in 339 wel zou weten. Daar staat echter tegenover dat er tussen de slag bij de Milvische Brug en de publicatie van de Kerkgeschiedenis bijna drie jaar was verstreken. Hoewel de snelheid waarmee nieuws zich in de oude wereld verspreidde een known unknown is, lijkt het onaannemelijk dat het voor christenen zo belangrijke verhaal over het lichtende kruis al die tijd niet zou zijn doorgedrongen tot in de oostelijke provincies.

Een andere verklaring is dat Eusebios juist heel goed op de hoogte was. Hij zal de toespraak waarin het lichtvisioen uit Grand werd gepresenteerd wel niet hebben gelezen, maar moet de munten hebben gekend waarop Constantijn zich presenteerde als uitverkorene van Apollo. Het visioen, zo heidens als het was, paste domweg niet in Eusebios’ portret van Constantijn als begunstiger van de christenen en bleef daarom onvermeld. Het valt niet uit te maken welke van deze verklaringen de juiste is. De puzzel blijft bestaan.

Het visioen van het lichtende kruis ontbreekt ook in de andere bronnen over de slag bij de Milvische Brug. De zojuist genoemde redenaar die in 313 terugblikte op de recente gebeurtenissen en moet hebben gezegd wat de keizer graag wilde horen, vraagt zich af welke godheid Constantijn ertoe heeft aangezet Rome van de tiran te gaan bevrijden en beperkt zich verder tot stereotiepe omschrijvingen als zou de keizer zijn “geleid door goddelijke inspiratie”.nootPanegyrici Latini XII(9).2.4 en 11.4. De enige auteur die iets vermeldt dat zou kunnen lijken op een christelijk visioen aan de vooravond van het gevecht is Lactantius, maar ik zal in een van de blogjes van zondag aangeven dat hij te ver is gegaan bij het behandelen van zijn informatie.

Heidense offers

Hoe dit alles ook zij, eind oktober was Constantijn heer en meester van Rome. De Redenaar van 313 zegt nergens dat de triomferende keizer het offer bracht dat traditioneel op het Capitool aan Jupiter werd opgedragen, terwijl hij wel opmerkt dat de keizer snel naar zijn paleis ging.noot Panegyrici Latini IV(9).19.3. Dit zou betekenen kúnnen dat Constantijns religieuze voorkeuren de verering van Jupiter uitsloten, maar dat kan evengoed duiden op een exclusieve verering van Apollo als op bekering tot het christendom. Misschien was Constantijn na de veldslag wel uitgeput. Veel waarschijnlijker is het dat het helemaal niets betekent: Lactantius kent dit detail niet en Zosimos vermeldt een anekdote waaruit blijkt dat Constantijn wel degelijk een keer op het Capitool aan Jupiter heeft geofferd.noot Zosimos, Nieuwe geschiedenis 2.29.5.

In feite is er geen aanwijzing dat Constantijn christelijk was geworden. In 310 had hij had aanschouwd hoe Apollo en Victoria hem kransen aanboden; een jaar later had Galerius een einde gemaakt aan de christenvervolging; nog eens anderhalf jaar later had Constantijn Maxentius uitgeschakeld. De drie gebeurtenissen staan los van elkaar en de legende waarin ze één geheel vormden moest nog ontstaan.

[Dit was een bewerking/bekorting van een deel van het boek Het visioen van Constantijn, dat ik in 2018 samen met Vincent Hunink maakte. U kunt het nog bestellen. Wordt vervolgd.]


China en Rome

april 29, 2022

Precolumbiaanse culturen

november 2, 2024
Deel dit:

2 gedachtes over “C08 | De slag bij de Milvische Brug

  1. “Deze riskante opstelling suggereert dat Maxentius de loyaliteit van zijn manschappen wantrouwde: hij liet hun geen mogelijkheid zich uit de strijd terug te trekken en dwong hen dapper te vechten. ”

    Een vreemde conclusie, want ze hadden zich ook kunnen overgeven. Maar het past prima in de ‘achteraf-redeneringen’ waarin Maxentius slecht werd afgeschilderd.

  2. “De Redenaar van 313 zegt nergens dat de triomferende keizer het offer bracht dat traditioneel op het Capitool aan Jupiter werd opgedragen, terwijl hij wel opmerkt dat de keizer snel naar zijn paleis ging”

    Het zou ook kunnen betekenen dat Constantijn geen parade voor een juichende menigte kon of wilde houden, en zou zomaar iets kunnen zeggen over zijn populariteit in de stad.

Reacties zijn gesloten.