Misverstand: Stad der steden

De bij mijn weten oudste vermelding van de “urbs aeterna”, uit de tijd van keizer Maxentius (r.306-312), wiens naam in de vijfde regel is uitgewist (EDCS-24100628)

Er is genoeg lelijks om de stad Rome te haten. Romofobe scheldgedichten en andere aanklachten vormen een literair genre op zich. Er is ook genoeg interessants in Rome om de stad intens lief te hebben en er zijn ook talloze romofiele teksten. De lofprijzing is een derde genre. Hier is een antiek voorbeeld:

Uit ieder land en uit elke zee wordt aangevoerd wat de seizoenen laten groeien en wat alle landen, rivieren, meren en ambachten … voortbrengen. Stel dat iemand dat allemaal wil zien, dan moet hij óf de hele bewoonde wereld afreizen óf verblijven in Rome. Het kan niet anders of al wat bij ieder volk groeit en wordt geproduceerd, is hier altijd in overvloed aanwezig. … Nooit ontbreekt het er aan binnenlopende en uitvarende schepen. Het is dan ook niet alleen een wonder dat de haven voldoende ruimte biedt voor de vrachtschepen, maar ook dat de zee niet vol raakt! Wat men hier niet kan zien, heeft niet bestaan of bestaat niet.

Lees verder “Misverstand: Stad der steden”

Misverstand: Constantijn

Constantijn en de zonnegod

Misverstand: Constantijn bekeerde zich na een visioen tot het christendom

De derde eeuw, waarin het Romeinse Rijk van alle zijden werd aangevallen, eindigde met een herstel van de orde. Wel was het zo dat er voortaan verschillende keizers tegelijk waren, elk verantwoordelijk voor een eigen sector in de grensverdediging. Officieel waren ze elkaars collega’s, maar dat wil niet zeggen dat de relaties altijd collegiaal waren.

In 312 versloeg Contantijn, de keizer van het westelijkste deel, zijn in Italië residerende rivaal Maxentius. Dit gebeurde bij de Milvische brug, even ten noorden van Rome. Kort daarvoor zou Constantijn in een visioen een kruis hebben gezien met daarbij geschreven de woorden dat de God van de christenen hem de zege beloofde. Na de overwinning maakte een dankbare Constantijn een einde aan de christenvervolgingen en bekeerde hij zich zelfs tot het christendom. Dat is ongeveer wat in de schoolboekjes staat, en zo staat het ongeveer in het Leven van Constantijn dat de christelijke auteur Eusebios een kwart eeuw na de veldslag schreef. Maar hoewel de keizer aan het einde van zijn leven inderdaad christen was, liggen de zaken verder aanzienlijk ingewikkelder.

Lees verder “Misverstand: Constantijn”

Twee dromende keizers

De slag bij de Milvische Brug: Constantijns soldaten doden hun verslagen tegenstanders, die liggen in het water van de Tiber.

Wie een antieke tekst leest, zelfs als het gaat om een rationele auteur als pakweg Plinius de Oudere, wordt altijd geconfronteerd met zaken die domweg niet kunnen. Als een vorstin haar lokken offert voor de behouden terugkeer van haar man van het front, verschijnen die kort daarna als ster aan de hemel: het sterrenbeeld Hoofdhaar van Berenice. Elke belangrijke gebeurtenis wordt aangekondigd door betrouwbare voortekens. Van Jezus van Nazaret wordt verteld dat hij de lammen liet lopen en blinden deed zien en van keizer Vespasianus wordt precies hetzelfde verteld. Keizer Marcus Aurelius had een regenmaker in dienst die het Twaalfde Legioen Fulminata redde van de ondergang. En keizer Constantijn zag hoe de goden Apollo en Victoria hem lauwerkransen presenteerden.

Ik citeer nog eens de vertaling van de redevoering die voor dat visioen de eerste documentatie vormt. Deze dateert uit de zomer van 310.

U was afgebogen naar de mooiste tempel op aarde, of nee: naar de reëel aanwezige Godheid, zoals U hebt gezien. Want ja, U hebt gezien, geloof ik, hooggeachte Constantijn, hoe uw Apollo onder begeleiding van Victoria U lauwerkransen presenteerde, stuk voor stuk goed als voorteken van dertig jaren. … Maar wat zeg ik “geloof ik”? U hébt gezien. (vert. Vincent Hunink)

Lees verder “Twee dromende keizers”

NWA: De eeuwige stad

De bij mijn weten oudste vermelding van de "urbs aeterna", uit de tijd van keizer Mazentius (r.306-312) (CIL 6.33856)
De bij mijn weten oudste vermelding van de “aeterna urbs”, uit de tijd van keizer Maxentius (r.306-312) (CIL 6.33856)

In mijn reeks rond de vragen van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) vandaag:

Welke mechanismen spelen een rol bij de vorming van een identiteit in Rome gedurende de overgang van de Oudheid naar de Middeleeuwen?

Ik heb, toen ik deze reeks begon, aangegeven dat ik de vragen niet beantwoorden kán, om de doodeenvoudige reden dat het vragen aan de wetenschap zijn. Vragen waarop dus nog geen antwoord is en eigenlijk ook nooit een definitief antwoord zal bestaan, om de al even doodeenvoudige reden dat wetenschap niets anders is dan een methode om de vragen wat te verleggen. En anders is het de onwetendheid van de blogger wel die ervoor zorgt dat een antwoord moet uitblijven. Op de bovenstaande vraag kan ik het antwoord zéker niet geven. (Morgen zullen we hetzelfde meemaken.)

De vragensteller wijst erop dat de bewoners van Rome in de Late Oudheid leefden in een stad vol “oude instituties, tradities en een stadslandschap die hun glorieuze verleden weerspiegelden”. De Senaat kwam nog steeds samen, een oeroud feest als de Lupercalia werd nog altijd gevierd en overal stonden oude gebouwen. De keizers stelden er ook nog een eer in om in Rome te bouwen. Maxentius en Constantijn deden dit nog grootschalig. Daarna werden de subsidiestromen verlegd.

Lees verder “NWA: De eeuwige stad”

Milvische Brug

De slag bij de Milvische Brug: Constantijns soldaten doden hun verslagen tegenstanders, die liggen in het water van de Tiber. Hoewel dit reliëf op de boog van Constantijn groter is, ontbreken soldaten met op hun schild het -teken.

[Het is vandaag 1703 jaar geleden dat Constantijn de Grote even ten noorden van Rome, bij de Milvische Brug over de Tiber, zijn rivaal Maxentius versloeg. Bovendien is er momenteel een aardige Constantijn-expositie in de Nieuwe Kerk, dus ik trakteer u vandaag op een passage uit mijn boek Oorlogsmist.]

In de Late Oudheid legitimeerden de Romeinse keizers zich vaak door een claim dat ze de speciale steun genoten van deze of gene godheid. Wie er anders over dacht, kreeg het moeilijk. De leiders van de zogeheten manicheeërs, die meenden dat er twee goden waren, werden levend verbrand en ook de christenen kregen het buitengewoon zwaar te verduren. In 311 maakte keizer Galerius een einde aan het vervolgingsbeleid.

Op dat moment heerste in West-Europa keizer Constantijn, die zich liet voorstaan op een bijzondere band met de zon. In 310 beweerde hij zijn beschermer, in de gedaante van de god Apollo, te hebben gezien in een visioen. Een redenaar haalde later in het jaar herinneringen op:

Lees verder “Milvische Brug”