Wie waren de Langobarden?

Langobardisch kruis (Trezzo sull’Adda, Museo civico, Milaan)

Alsof we nog niet genoeg lectuur hebben over Ǧibrīl ibn Nūḥ, nog even een blogje n.a.v. aantrekkelijk onderzoek naar de migratie van de Langobarden. Dat is een goed bekende groep die in de zesde eeuw in noordelijk Italië – kort daarvoor Byzantijns geworden – een koninkrijk stichtte. Daarvandaan breidden de Langobarden geleidelijk hun macht naar het zuiden uit. De paus voelde zich onvoldoende beschermd door de keizer en voldoende bedreigd door zijn noorderburen om  de hulp in te roepen van de Franken.

Het traditionele verhaal, te vinden bij Paulus de Diaken, is dat de Langobarden in de loop der eeuwen vanaf de benedenloop van de Elbe naar Hongarije zijn getrokken en daarvandaan naar Italië. Dat is echter een verhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan: volk komt van de randen der aarde naar het centrum van de Middellandse Zee en wordt steeds beschaafder, christelijker. Wetenschappers weten al heel lang dat de aantallen migranten klein waren en hooguit een nieuwe elite waren boven de bestaande bevolking. Simpel gezegd: de Byzantijnse elite maakte plaats voor een Langobardische.

Lees verder “Wie waren de Langobarden?”

C07 | Constantijn trekt ten strijde

Rome, boog van Constantijn de Grote: de belegering van Susa of Verona

[Zevende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

In de vorige blogjes vertelde ik hoe Constantijn de Grote n.a.v. een visioen – wat dat ook geweest moge zijn – besloot te breken met de andere heersers in het Romeinse Rijk. Het overlijden van keizer Galerius, die net de christenvervolging had beëindigd, zette de verhoudingen op scherp. In de oostelijke provincies probeerden Licinius en Maximinus Daia zich meester te maken van een zo groot mogelijk deel van Galerius’ bezittingen. Geen van hen kon winnen, terwijl in de westelijke provincies Constantijn en Maxentius zich nu ook vrij voelden voor een rondje landjepik.

Geen van de rivalen kon het echter winnen van de drie andere. Er zouden coalities gesloten moeten worden. De verloving van Constantijns zus Constantia met Licinius, de heerser op de Balkan, markeerde de totstandkoming van het eerste bondgenootschap. Omdat Maxentius in Italië zich nu bedreigd zag vanuit het noordwesten en noordoosten, verbond hij zich met Maximinus Daia. De eerste alliantie was sterker dan de tweede, want Constantijn had in de voorgaande jaren de Franken verslagen en de Rijngrens versterkt, terwijl Licinius de Donaugrens had verzekerd. Deze twee keizers konden zich dus storten in een burgeroorlog zonder dat hun grenssectoren gevaar liepen. Daia daarentegen ondervond problemen aan de grens met Armenië en kon weinig bijstand verlenen aan Maxentius. Die stond er dus alleen voor toen Constantijn in het voorjaar van 312 de Alpen overstak.

Lees verder “C07 | Constantijn trekt ten strijde”

De Tweede Punische Oorlog (3): de Alpen

Col de Montgenèvre

[Dit is het derde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers opnieuw in conflict raakten, dat Hannibal met het Spaanse leger Catalonië bezette en op weg was gegaan naar Italië. In het tweede stukje legde ik uit dat onze voornaamste bronnen, Polybios en Livius, elkaar tegenspraken voor Hannibals tocht over en langs de Rhône tot de hoofdstad van de Allobrogen.]

Nu begon Hannibals beroemde tocht over de Alpen. Met hulp van de Allobrogen rukte het Karthaagse leger langs de linkeroever van een onbekende rivier en na een dag stuitte op een geblokkeerde pas. Dankzij zijn Gallische bondgenoten, die de taal spraken van de bewoners van die streek en de bezetters uithoorden, vernam Hannibal dat het punt in de nacht niet werd bewaakt, wat de verovering eenvoudig maakte. Vervolgens nam Hannibal een versterking in die wordt aangeduid als “de hoofdplaats van die streek”, waardoor de Karthagers voldoende voedselvoorraden verwierven om de volgende drie dagen een grote afstand af te kunnen leggen.

Hoog in de Alpen

Op de vierde dag bereikten ze een landstreek die wat dichter bevolkt was. Hier sloeg een onverwachte aanval van de Alpenbewoners het Karthaagse leger uiteen, maar de volgende dag herenigden de troepen zich en weer een dag later, de negende sinds het begin van de beklimming, bereikte het leger de pas over de Alpen. Livius vermeldt dat de voorhoede in deze laatste fase nog bijna verdwaalde, een detail dat niet wordt vermeld door Polybios.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (3): de Alpen”

Fietsen naar Thessaloniki: de Povlakte

Wat je ziet als je afdaalt naar de Povlakte: Exilles

Ik had u, beste lezer van het zomerfeuilleton waarvan de eerste aflevering hier was, achtergelaten aan de grens tussen Frankrijk en Italië. Het was de twaalfde dag van mijn reis en ik was in acht-en-een-halve dag door heel Frankrijk getrokken. Ik wil niet zeggen dat ik haast had, maar de Maastrichtse vriend bij wie ik had gelogeerd vóór ik aan deze reis begon, zou over een week aankomen in Rome en we hadden daar schertsend afgesproken. Ik had een ruime week om de stad te bereiken die Hannibal alleen maar vanaf een afstandje had zien liggen.

Maandag 11 mei 1992

Aan de afdaling naar de Povlakte zou het niet liggen. Ik suisde naar beneden en was al snel op de schaduwrijke helling naar het noorden waar Hannibals mannen sneeuw hadden gevonden die nog uit het voorafgaande jaar was. Niet veel verderop moest ik in de remmen omdat daar ineens recht voor me de abdij lag die u kent uit De naam van de roos.

Nu zegt u: “dat was fictie, Jona”, en dan heeft u gelijk.

Maar!

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: de Povlakte”