
Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.
Het Zwarte Woud
In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.
Evengoed waren er oorlogen te vechten. Het is aannemelijk dat het Achtste deel uitmaakte van de strijdkrachten die keizer Domitianus in 83/85 en 88/89 inzette tegen de Chatten, die vanuit het gebergte Taunus de net geannexeerde Agri Decumates bedreigden. Opmerkelijk genoeg weten we niets over onderafdelingen die deelnamen aan de oorlogen van keizer Trajanus in Dacië, en of over soldaten die vochten in de noordelijke oorlogen van Marcus Aurelius. Andere legioenen lijken wel manschappen geleverd te hebben.

Crisisjaren
In 187 organiseerde een zekere Maternus een roversbende van weggelopen slaven en deserteurs. VIII Augusta maakte er korte metten mee en kreeg de titel Pia Fidelis Constans Commoda (“trouw, loyaal, betrouwbaar en nuttig”). Het laatste element, dat deed denken aan de beruchte keizer Commodus, verdween na diens dood op de laatste dag van 192.
Na de ongelukkige regering van Publius Helvius Pertinax in de eerste weken van 193 en de staatsgreep van Didius Julianus, steunde het legioen de tegencoup van Lucius Septimius Severus. De nieuwe keizer zette VIII Augusta in tijdens zijn oorlogen tegen het Parthische Rijk en – enkele jaren later – tegen zijn Britse rivaal Clodius Albinus. Omdat het stadsgarnizoen van Lyon (cohors XIII urbana ) de kant van had gekozen van Clodius Albinus, gelastte Severus een onderafdeling van VIII Augusta om voortaan de hoofdstad van Gallië te bewaken.
De Rijngrens was echter het voornaamste strijdtoneel. Severus’ zoon Caracalla zette VIII Augusta, samen met III Italica en XXII Primigenia, in 213 in tijdens een succesvolle campagne tegen een coalitie van Germaanse krijgers, de Alamannen. Een generatie later zette keizer Severus Alexander een deel van het Achtste in tijdens een veldtocht tegen de Perzische Sassaniden (233), maar daarmee verzwakte hij de Rijngrens. De Alamannem liepen de Agri Decumates onder de voet. Twee jaar later namen de Romeinen wraak. Hoewel Severus Alexander door zijn eigen mannen werd vermoord, bracht zijn opvolger Maximinus Thrax de oorlog tot een voor de Romeinen goed einde.

Na de dood van Maximinus gleed het Romeinse Rijk weg naar de Crisis van de Derde Eeuw. Tussen 250 en 260 werd de Agri Decumates opnieuw onder de voet gelopen door de Alamannen. Deze keer konden de Romeinen niet terugslaan. Misschien kwam dat doordat VIII Augusta elders werd ingezet, want een inscriptie uit Sirmium aan de Midden-Donau bewijst de aanwezigheid van legionairs van het Achtste in die stad. Het lijkt zich daar te hebben onderscheiden en kreeg er eretitels als V, VI, VII Pia fidelis (vijf keer, zes keer en zeven keer trouw en loyaal). In elk geval gaf Rome het land tussen de Donau en de Rijn op.
Late Oudheid
In de vierde eeuw bezette een onderafdeling van VIII Augusta Divitia, het huidige Deutz, een kasteel tegenover Keulen. Andere soldaten in dit kasteel waren afkomstig van II Italica. De hoofdmacht van het Achtste bevond zich echter nog altijd in Straatsburg, misschien met een nieuw legioen, XII Victrix.
Direct bewijs is voor deze periode zeldzaam, maar een inscriptie die aan de Boven-Rijn is gevonden en dateert uit 371, bewijst dat VIII Augusta nog steeds bestond en zich in deze regio bevond. Daar bleef het tot aan het begin van de vijfde eeuw, toen de opperbevelhebber van de Romeinse strijdkrachten in het westen, Stilicho, het leger van de Rijn naar het zuiden verplaatste om Italië tegen het leger van Alarik te verdedigen. De latere geschiedenis, als die er al is, is onduidelijk.
Zelfde tijdvak
Wat is een Romein? (3)januari 14, 2018
Het Colosseum (8): protestaugustus 9, 2024
Hoe kennen we de Romeinen? (2)mei 4, 2015

“vijfentwintig kilometer van Dyon”. Dat schrijf je toch echt als Dijon. Jona weet blijkbaar niet waar de mosterd vandaan komt… 🙂
“Deze keer konden de Romeinen niet terugslaan”
De slag aan de Harzhorn bewijst het tegendeel van deze stelling.
Die was ten tijde van Maximinus Thrax, een generatie eerder.