
Twee jaar geleden blogde ik over de Tweede Brief van Petrus. Het detail dat ik eruit lichtte was de spot die voor de eerste christenen moet hebben behoord bij de dagelijkse ervaringen. Wie gelooft in de terugkeer van een messias en het einde van de wereld, krijgt natuurlijk opmerkingen te horen. “Nou, waar blijft ’ie dan, die gekruisigde praatjesmaker van je?”noot Je leest in 2 Petrus wat een christelijke visser, huisvrouw of timmerman zo nu en dan hoorde. Speelse plagerijen, zeker, en we moeten het niet groter maken dan het is, maar ook goedmoedige plagerijtjes voorzien iemand van een etiket dat zo iemand in tijden van vervolging stigmatiseert. Een geintje is leuk, maar leuk is niet altijd geinig.
Het einde van de wereld
Aan de voorspelling van de Eindtijd in 2 Petrus is echter veel meer te ontdekken. Het ziet er niet best uit. Dit is een anti-schepping, een omgekeerd Genesis.
De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde en alles wat daarop gedaan is verdwijnt. noot
Matthijs de Jong en Cor Hoogerwerf, de auteurs van het eerder dit jaar verschenen boek Hemels groen, attenderen erop dat de auteur van 2 Petrus hier inhaakt op de toenmalige filosofische discussie. Aan de ene kant, zo schrijven ze, stonden de platonisten. Voor hen
was de kosmos eeuwig en onverwoestbaar en moest de onsterfelijke ziel verlost worden uit het aardse bestaan om terug te keren naar het goddelijke.
Ook Aristoteles, voeg ik toe, meende dat de kosmos eeuwig bestond. Aan de andere zijde van de discussie stonden de stoïcijnen. Die dachten weleens aan de ekpyrosis ofwel
wereldbrand. De hele kosmos zou om de zoveel tijd oplossen in zuiver vuur. In de stoïcijnse leer was dit geen straf van een goddelijke macht, maar meer de gang der dingen.
Dat laatste zag de auteur van 2 Petrus anders, maar het is duidelijk dat zijn visie tot op een zekere hoogte in lijn is met de filosofie van zijn tijd. Dat was niet ongebruikelijk. Er is geen scherpe grens tussen joods en heidens. Ook Flavius Josephus, een tijdgenoot van de auteur van 2 Petrus, zag overeenkomsten tussen het joodse denken en de Grieks-Romeinse filosofie. Hij reduceert het wijde spectrum van halachische oriëntaties tot drie posities, waarbij de farizeeën zijn als stoïcijnen, de sadduceeën als epicureeërs en de essenen als pythagoreeërs. Bij Josephus vinden we geen platonisten en aristotelianen, maar het idee dat jodendom en hellenistische filosofie vergelijkbaar zijn, is ook bij hem aanwezig.
Tekstkritiek
De Jong en Hoogerwerf wijzen op nog meer interessants. Hier zijn twee vertalingen van dezelfde zin.
- NBV (2004): … de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht.
- NBV21 (2021): … de aarde en alles wat daarop gedaan is verdwijnt.
Dat is nogal een verschil. Het moge duidelijk zijn dat hier een tekstkritisch probleem zit en dat tekstgeleerden het momenteel anders oplossen dan in 2004. Dat heeft iets te maken met betere edities. Verbetering is mogelijk als er meer handschriften zijn en als vooroordelen over bijvoorbeeld de Byzantijnse of de Alexandrijnse overlevering worden herkend (en opgeschort), terwijl er ook geavanceerdere methoden zijn dan de aloude Lachmannmethode om de oudste tekst te reconstrueren.
Hemels groen
Tot slot. Ik noemde zojuist Hemels groen van Matthijs de Jong en Cor Hoogerwerf. Dat is een leuk boek, waarin de twee ingaan op joodse en christelijke noties over wat ik gemakshalve zal omschrijven als “ecologie” en “duurzaamheid”. Ze bekijken de Bijbel dus vanuit het perspectief van de ecokritiek, een uitdrukking die ze overigens vermijden omdat een deel van de lezers het te snel (en ten onrechte) zal associëren met milieuactivisme. Liever spreken ze van een “groene exegese”, wat ik (even onterecht) associeer met pogingen een antieke tekst relevant te maken voor onze tijd. Als historicus ga ik daar immers niet over. Ik hoef alleen maar feiten en ideeën uit het verleden aan u te presenteren. Wat die voor u betekenen, mag u zelf bedenken. De feiten zijn intersubjectief, de interpretatie staat vrij.
Dat gezegd zijnde: voordat De Jong en Hoogerwerf de diepte in kunnen, moeten ook zij, net als een historicus, vaststellen wat de auteurs van de diverse Bijbeldelen hebben willen zeggen. Daarin komen de christelijke exegeet en de historicus overeen. De Jong en Hoogerwerf verzetten zich in hun boek enerzijds tegen het idee dat de mens volgens de Bijbel de heerser van de Schepping zou zijn – lees het nog maar even hier – maar zijn tegelijk niet uit op green washing. De Bijbel is voor hen en mij in de eerste plaats een antieke tekst die we als zodanig moeten lezen.
En vaak is de tekst even vreemd als andere antieke teksten, met genreconventies die wij niet meteen snappen. Dat blijkt zeker als ze het zullen hebben over die andere tekst over de wereldondergang, de Openbaring van Johannes. Daarover een volgende keer meer. Voor het moment rond ik af met een aanbeveling voor Hemels groen, dat u lezen moet als u geïnteresseerd bent in antieke ideeën over ecologie en duurzaamheid, en ook als u dat niet bent.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.