
U weet: oudheidkunde is de wetenschap van de dataschaarste. Daardoor zijn er allerlei dingen die je nooit weten zult omdat je ze eenvoudigweg niet weten kunt. De Alpenpas waarover Hannibal naar Italië trok bijvoorbeeld. De data die oudheidkundigen wél hebben, zijn bovendien divers en worden bestudeerd door verschillende soorten onderzoekers, die onvoldoende communiceren om elkaar echt te begrijpen. Neem de gebeurtenis die bekendstaat als de Antonijnse Epidemie: de ziekte die na 165 na Chr. het Romeinse Rijk trof. Bij nader inzien is het allemaal minder duidelijk dan het lijkt.
Pestis, lues, loimos
Waaruit bestaat het bewijsmateriaal? Toevallig weet ik er iets van, omdat ik ooit belangstelling had voor demografische ontwikkelingen in de Romeinse tijd. Diverse bronnen noemen ziektes en gebruiken dan Latijnse woorden als pestis en lues of Griekse woorden als λοιμός. Hoewel “epidemie” de vertaling kan zijn, wil dat nog niet zeggen dat er sprake was een epidemie. Om te beginnen hebben deze woorden een bredere betekenis. Feitelijk verwijzen ze naar aandoeningen waarvoor antieke artsen geen meer specifieke naam hadden. Dat is dus elke ziekte die ze voor ’t eerst constateerden, ongeveer zoals wij in het najaar zeggen dat “de” griep heerst, ongeacht welk virus dat precies is.
Het tweede probleem is dat mensen het idee kunnen hebben gehad dat er iets aan de hand was, zonder dat dit feitelijk zo was. (Vergelijk de heksenwaan in de late zestiende eeuw.) Als we in onze bronnen dus lezen over een epidemie, betekent dat nog niet dat die er is geweest. Daarover zo meteen meer. Het derde probleem is dat vermeldingen van nare ziektes behoren tot de Grieks-Romeinse topiek. Wie het wangunstig tijdsgewricht wenste te betreuren, noemde epidemieën, misoogsten, de uitputting der mijnen, vijandelijke invallen en meer van zulk fraais.
Concreet zijn er allerlei bronnen die melding maken van een ziekte ten tijde van de keizers Marcus Aurelius en Lucius Verus. Ik noem de redenaars Lucianus en Aelius Aristides, de arts Galenus en de Historia Augusta, die voor deze jaren teruggaat op een betrouwbare bron. Ook Ammianus Marcellinus verdient vermelding: hij meldt dat de ziekte uitbrak toen Romeinse soldaten tijdens Lucius Verus’ Parthische Oorlog een Mesopotamische tempel plunderden en de ziekte uit een Pandora-achtig kistje lieten ontsnappen.
Feit? Ja. Nepfeit? Dat ook.
Dit zegt op zich niets. Dat we over iets bronnen hebben, zelfs veel bronnen, wil nog niet zeggen dat het belangrijk is (“positivistische misvatting”). Het enige wat we weten kunnen is dat er mensen waren die dáchten dat er een ziekte was uitgebroken. Dat denkbeeld kan een Lucius Verus hebben doen besluiten zijn oorlog tegen de Parthen af te breken. In de zin dat het idee van een epidemie leidde tot zo’n crisismaatregel, was de Antonijnse Epidemie reëel. In die zin, maar dan ook alleen in die zin, is er sprake van een historisch feit.
Er zijn redenen tot aarzeling. De geschiedschrijvers Cassius Dio en Herodianos noemen ook een epidemie, maar die was wel een kwart eeuw later. De Historia Augusta noemt besmettelijke ziektes ten tijde van Hadrianus en Antoninus Pius. Marcus Aurelius noemt in zijn Persoonlijke aantekeningen geen epidemie. We hebben slechts één epidemie-gerelateerde inscriptie die met zekerheid rond 165 te dateren is.
Daarom aarzelen oudhistorici al zeker anderhalve eeuw. Maar er blijven artsen die denken dat ze, aan de hand van klassieke teksten, een ziekte kunnen identificeren. Vervolgens, als ze dat denken te hebben gedaan, gaat zo’n conclusie een eigen leven leiden. Dan nemen oudhistorici aan dat de beschrijvingen, waarvan ze weten dat ze vaag zijn, toch verwijzen naar een reëel opgetreden aandoening en dan ontstaat, om zo te zeggen, een nepfeit.
Feitelijk is er tussen diverse onderzoekers onvoldoende communicatie om echt te begrijpen wat de collega’s nu eigenlijk bedoelen. De medische onderzoekers zouden iets beter moeten begrijpen dat antieke bronnen minder eenduidig zijn dan een modern medisch dossier, en dat de Antonijnse Epidemie wél reëel is in de zin dat het denkbeeld leidde tot maatregelen, maar níet reëel is in de zin dat er een identificeerbare bacil of viruskiem was. En de oudhistorici zouden iets kritischer mogen zijn op de bijdragen van niet methodisch-geschoolden.
Nieuw licht op de zaak
Het publieksboek dat behoort bij de expositie over Marcus Aurelius (tot 23 november in het Rheinisches Landesmuseum in Trier) bevat nu een intrigerend artikel van vijftien auteurs, die jaarringdateringen gebruiken om nieuw licht op de epidemie te werpen. Je kunt immers, als je monster ook spinthout en/of bast heeft, de kapdatum van een boom bepalen. Het team heeft ruim 2000 monsters uit de tweede en derde eeuw bekeken en geconstateerd dat er, juist op het moment dat er een epidemie zou moeten zijn, een afname van ongeveer een derde is in het aantal omgehakte bomen. Rond 175 wordt een dieptepunt bereikt, waarna er enig herstel is.
Het team ziet echter ook de complicaties. Primo, de afname zet eigenlijk al vóór 165 in. Secondo, ze heeft betrekking op Noordwest-Europa. (Het zou interessant zijn als we dit ook voor de Balkan, Anatolië en Armenië zouden vaststellen; andere gebieden zijn te arm aan bomen.) Terzo, er kunnen voor de afname van het aantal omgehakte bomen ook andere verklaringen zijn. Misschien speelde simpele ontbossing een rol. We kennen klachten over badhuizen die niet voldoende warm zijn gestookt.
En toch: dit is wel interessant onderzoek, van een type dat ik nog niet kende. En als u me een pistool op de borst plaatst en vraagt: “wat zijn de medische feiten die leidden tot het idee dat er een epidemie was?”, dan antwoord ik dat er diverse uitbraken van diverse ziektes waren, waaronder bijvoorbeeld pokken. Dat was eigenlijk helemaal niet opvallend, maar er was ook de schok van de nederlaag tegen de Parthen, en vervolgens kan een gerucht zijn aangezwollen en praatten alle antieke auteurs elkaar na. Het is net de moderne kletsende klasse.
Literatuur
Andreas Rzepcki e.a., “Der Seuche auf der Spur? Ein dendrochronologischer Bewertungsversuch der ‘Antoninischen Pest’ in Mitteleuropa” in: Peter Henrich (red.), Marc Aurel. Kaiser, Feldherr, Philosoph (2025) 79-89.
Zelfde tijdvak
Wat is een Romein? (2)januari 14, 2018
Circus Maximus (3)juli 5, 2023
Hellenistisch Babylonoktober 20, 2021

“uitbraken van diverse ziektes waren, waaronder bijvoorbeeld pokken”
Het enige dat telt voor de identificatie van een ziekte is DNA. Of pokken een mogelijkheid is is onzeker. Alle bekende nu geïdentificeerde stammen van het pokken virus hebben een veel jongere gezamenlijke voorouder, omstreeks 1600 AD.
Nu zegt dat lang niet alles:. Dit zijn recent verzamelde hoog infectueuze stammen, en eerdere minder infectueuze stammen kunnen wel de ziekte veroorzaakt hebben, maar zijn uitgestorven voordat de medici virussen konden verzamelen.
Dit soort intelligente reacties, daar lees ik deze blog voor. De blogger zelf legt iets neer, toont het bewijs, wijst op de problemen, en er zijn reacties die niet obligaat zijn.
Ik heb nog even verder gekeken. Er is inderdaad een andere vorm van pokken virus gevonden in graven van omstreeks 600 AD.
https://www.newscientist.com/article/2249835-dna-from-viking-people-reveals-the-unexpected-history-of-smallpox/
Beste Jona,
Ik voel me aangesproken door het “niet-methodisch geschoolden”. Ik denk/hoop dat je “niet oudheidkundig-methodisch geschoolden”. bedoelt. De medische wetenschap heeft wel degelijk een methode, met alle voor- en nadelen daarvan. En een ‘moderne medische status’ is wellicht niet zo anders dan een Romeinse en bestaat ook uit beschrijvingen van waarnemingen en de conclusies daarover. Ook de technische hoogstandjes (CT scan, MRI), vaak ten onrechte gebruikt als bewijs, leveren plaatjes op die beschreven worden.
Opmerkelijk vind ik dat je niet de definitie van een epidemie (die ik ook altijd moet opzoeken) vermeldt: het voorkomen van een ziekte die zich vaker voordoet dan normaal (…) in een bepaalde tijd in een bepaald gebied. De huidige gegevens over wat ‘normaal’ is zijn onvolledig. Ik vermoed dat deze niet beter waren in vroeger tijden?
Tenslotte, o tempora o mores: wat betreft nepfeiten is de mensheid weinig opgeschoten, bij voorbeeld als ik de coronapandemie beschouw. Wellicht had Vondel gelijk: de mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest.
Ja, ik bedoelde inderdaad “niet historisch methodisch geschoolden”. Iedereen praat maar mee over geschiedenis, en de meeste mensen hebben simpelweg niet in de gaten hoe complex antieke bronnen zijn. De gemiddelde lezer kijkt wat er staat terwijl je eerst moet bedenken wat er zou horen staan en dan moet kijken naar wat er niet staat. Binnenkort ga ik het weer eens uitleggen aan een groep archeologen.
En neem van mij aan: de arts die een diagnose stelt van een (veronderstelde) aandoening die Julius Caesar of de doodsoorzaak definieert van Alexander de Grote – zo’n arts is een goede arts met een brede belangstelling, maar als historicus op z’n best een amateur.
Het is hoe dan ook een gezond principe: buiten zijn/haar vakgebied is de deskundige net zo onkundig als Pietje Puk van om de hoek. Vrijwel alle deskundigen beseffen dat overigens. Maar die horen we niet precies om die reden.
Het is ergens heel problematisch. We willen zo graag interdisciplinair onderzoek en als wetenschappers een stap zetten, lijkt het ook weer niet goed. De crux is het verschil tussen multi- en interdisciplinariteit: in het eerste geval nemen onderzoekers conclusies over en in het tweede geval begrijpen ze ook de methoden.
Doordat universiteitsmensen zichzelf mogen beoordelen en niemand de nuance nog herinnert, kan het eerste doorgaan voor het tweede, en gebeurt het eerste te vaak en het tweede te weinig.
“het verschil tussen multi- en interdisciplinariteit: in het eerste geval nemen onderzoekers conclusies over en in het tweede geval begrijpen ze ook de methoden.”
Dank je Jona! Helder uitgelegd. Ik heb mij dit vaak afgevraagd zonder duidelijkheid te krijgen.
Ik wil niets aan je reactie afdoen maar dit citaat is niet van Vondel ;). Het is onduidelijk waar de Nederlandse rijm vandaan komt maar de gedachte erachter komt van Montaigne.
Gezien dit stukje is het apart dat de MB elders zo zeker meent te weten dat de ‘Cyprianische Plaag’ later in de derde eeuw een vorm can ebola was, ondanks dat deze er op gewezen is dat hier gewoon geen bewijs voor (nergens is het vooralsnog geïdentificeerd op menselijke resten uit die) en dat de MB meerdere keren niks leek te doen met een vrij toegankelijk artikel omtrent deze kwestie waar hij op gewezen werd.🤔
Een epidemie kan net zo ingebeeld zijn als de Heksenwaan…nee hier gaan we niet zomaar in mee…🤔
…vorm van ebola…
…menselijke resten uit die tijd…
‘Viel het allemaal mee met die Antonijnse Plaag’ ok, ‘Is de mortaliteit van de Plaag te hoog ingeschat door historici’ https://religionistika.phil.muni.cz/cedrr/news/articles/modelling-the-antonine-plague
Modellen dus (geen echte werkel…)
En wat voor ziekte(kiem) was het nou, ook hier geen echt antwoord.