De slag in het Teutoburgerwoud (4)

Kalkriese, vandaag de dag; rechts werd, op de dag dat we deze foto maakten, nog onderzoek gedaan

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus. We weten echter meer.]

In zijn selectie van de gebeurtenissen concentreert Velleius Paterculus zich op de verraderlijkheid van een onmenselijke vijand “die behalve een stem en ledematen niets menselijks hadden”, op de moed van de soldaten en op het feit dat sommige officieren het hoofd niet koel hielden. Het resultaat is meer een pleitrede dan geschiedschrijving, temeer daar het is gebaseerd op de verslagen van ooggetuigen die, zoals te verwachten viel, alleen konden vertellen wat ze hadden gezien in hun eigen sector van het slagveld.

Cassius Dio, die twee eeuwen later schreef, biedt wel een echt overzicht. Zijn bron, een auteur die de verslagen van enkele ooggetuigen met kennis van zaken tot een geheel wist te smeden, is vermoedelijk Plinius de Oudere, een cavalerie-officier die zich een generatie na de gebeurtenissen in het Rijnland bevond, overlevenden van de ramp hielp bevrijden en een Geschiedenis van de Germaanse oorlogen schreef. Hoewel Dio een nauwgezet auteur is, lijkt hij bepaalde informatie niet goed te hebben begrepen en maakt hij soms vergissingen als hij aanvullende informatie biedt. Dat is ook gebeurd in zijn verslag van het gevecht. De vertaling is van Gé de Vries.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (4)”

Twee dromende keizers

De slag bij de Milvische Brug: Constantijns soldaten doden hun verslagen tegenstanders, die liggen in het water van de Tiber.

Wie een antieke tekst leest, zelfs als het gaat om een rationele auteur als pakweg Plinius de Oudere, wordt altijd geconfronteerd met zaken die domweg niet kunnen. Als een vorstin haar lokken offert voor de behouden terugkeer van haar man van het front, verschijnen die kort daarna als ster aan de hemel: het sterrenbeeld Hoofdhaar van Berenice. Elke belangrijke gebeurtenis wordt aangekondigd door betrouwbare voortekens. Van Jezus van Nazaret wordt verteld dat hij de lammen liet lopen en blinden deed zien en van keizer Vespasianus wordt precies hetzelfde verteld. Keizer Marcus Aurelius had een regenmaker in dienst die het Twaalfde Legioen Fulminata redde van de ondergang. En keizer Constantijn zag hoe de goden Apollo en Victoria hem lauwerkransen presenteerden.

Ik citeer nog eens de vertaling van de redevoering die voor dat visioen de eerste documentatie vormt. Deze dateert uit de zomer van 310.

U was afgebogen naar de mooiste tempel op aarde, of nee: naar de reëel aanwezige Godheid, zoals U hebt gezien. Want ja, U hebt gezien, geloof ik, hooggeachte Constantijn, hoe uw Apollo onder begeleiding van Victoria U lauwerkransen presenteerde, stuk voor stuk goed als voorteken van dertig jaren. … Maar wat zeg ik “geloof ik”? U hébt gezien. (vert. Vincent Hunink)

Lees verder “Twee dromende keizers”