Klassieke literatuur (5d): geschiedschrijving

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Na stukjes over Herodotos en Thoukydides, de hellenistische en republikeinse geschiedschrijving en enkele auteurs van de vroege keizertijd, komen we nu bij de Late Oudheid.

De christenen namen het genre van de geschiedschrijving over. Net als de joodse auteurs van de boeken der Makkabeeën en Flavius Josephus hadden ze de gewoonte om in hun verslagen oudere documenten te citeren om zo de betrouwbaarheid van hun verhaal te bewijzen. Dat geeft aan zulke teksten een heel eigen karakter, maar roept wel de vraag op hoe betrouwbaar de citaten zijn. Omdat we de originelen soms kennen mogen we concluderen dat de christelijke auteurs de kluit niet belazerden, maar we hebben soms wel de indruk dat ze wat al te goedgelovig zijn geweest. In elk geval is Eusebius’ Kerkgeschiedenis boeiende lectuur: schrijvend nadat het christendom werd toegestaan maar voordat het zijn dogmatieke eenheid had gevonden, biedt hij rijke documentatie over de eerste eeuwen van het christendom. Er is een Nederlandse vertaling van Chr. Fahner, die ik niet heb gelezen.

Lees verder “Klassieke literatuur (5d): geschiedschrijving”

Arrianus en Ammianus

arrianus

Soms vertelt één noot meer dan een pagina tekst. Als Ammianus Marcellinus, de auteur van een magistrale militaire geschiedenis van het Romeinse Rijk in de jaren 353-378, het heeft over een “inspecteur van de kunstschatten van Rome”, legt classicus Daan den Hengst, die de Latijnse tekst heeft vertaald in mooi Nederlands, uit dat de taken van deze functionaris onvoldoende bekend zijn maar dat hij vermoedelijk toezag op historische gebouwen en oude kunstwerken. Dat lijkt het intrappen van een open deur, maar Den Hengst wijst de lezer hier op twee wezenlijke punten: enerzijds dat voor de Romeinen van de tweede helft van de vierde eeuw bewondering voor het verleden een heel serieuze zaak was en anderzijds dat we minder weten over deze periode dan we zouden willen.

Wat we wel weten, maakt nieuwsgierig. Het was in die tijd niet meer vanzelfsprekend dat de Romeinse legers elke oorlog wonnen; de traditionele, literair-geschoolde bovenlaag maakte plaats voor een gemilitariseerde elite; het christendom won aan invloed. Weliswaar probeerde keizer Julianus (reg. 360-363) het laatste proces te remmen, maar hij kwam om het leven tijdens een veldtocht tegen het Perzische Rijk, zodat zijn poging de kerstening te vertragen zonder gevolg bleef. De titel die Den Hengst heeft meegegeven aan de Nederlandse vertaling van Ammianus’ geschiedwerk, Julianus, de laatste heidense keizer, legt een accent dat de Romeinse schrijver zelf niet legt. Toen hij rond 390 zijn boek afrondde, was het conflict allang niet meer actueel. En bovendien: Ammianus was vooral krijgshistoricus.

Lees verder “Arrianus en Ammianus”

Julianus de Afvallige

(klik=groot)

Het is vandaag op de kop af 1702 jaar geleden dat even ten noorden van Rome, bij de zogeheten Milvische Brug, twee legers op elkaar stuitten. De verdediger van de eeuwige stad was Maxentius, de aanvaller en overwinnaar is de geschiedenis ingegaan als Constantijn de Grote. Zijn zege maakte hem tot alleenheerser in het westelijke deel van het Romeinse Rijk, maar de legende heeft de betekenis van zijn zege nog vergroot: de keizer zou vlak voor de veldslag een visioen hebben gehad dat hij had uitgelegd als een oproep christen te worden.

Historisch klopt daarvan weinig, maar het is wel waar dat Constantijn het christendom begunstigde, zeker nadat hij ook de oostelijke, meer christelijke provincies had veroverd. Zijn zoons zetten het beleid voort en in 382, zeventig jaar na de veldslag bij de Milvische Brug, kwam een einde aan de subsidiëring van de heidense gebedsplaatsen.

Eén keizer heeft geprobeerd de oude erediensten nieuw leven in te blazen: Julianus de Afvallige. In 355 werd hij benoemd tot bestuurder van de westelijke gebiedsdelen, waar hij spectaculaire militaire successen boekte. In 360 kwam hij in opstand en hij had geluk: zijn tegenstander overleed. Nu hij alleenheerser was, kon Julianus zich richten op de heropening van de oude tempels. Zijn tijdgenoten – zowel heidenen als christenen – keken verbijsterd naar de enorme aantallen offerdieren die naar het altaar werden geleid en waren onthutst over de schoolwet waarmee de keizer de christenen uit het onderwijs weerde. Aan deze poging het heidendom te herstellen, dankt hij de bijnaam Apostata, ‘de afvallige’.

Nu er een keizer aan de macht was die de heidenen een goed hart toedroeg, zagen lokale leiders hun kans schoon. Er vloeide christelijk martelarenbloed, maar de keizer zelf ging subtieler te werk, bijvoorbeeld door de joden toestemming te geven hun tempel te herbouwen. Zou dat zijn gebeurd, dan was Christus’ voorspelling gelogenstraft dat de tempel ‘een woestenij zou blijven‘ en was zijn goddelijke alwetendheid ter discussie gesteld.

Het is een leuk tijdverdrijf te bedenken hoe de geschiedenis zou zijn verlopen als Julianus zijn programma had kunnen uitvoeren, maar hij sneuvelde al in 363 in een oorlog tegen de Perzen, tweeëndertig jaar oud. Hij is echter ‘something of an underground hero’ gebleven, zoals Gore Vidal het raak formuleert in zijn roman over deze keizer. Hij trekt nog altijd de aandacht en toevallig zijn er net twee boeken verschenen die zijn loopbaan belichten.

Het eerste is de vertaling van het geschiedwerk dat de Romeinse officier Ammianus Marcellinus wijdde aan de jaren tot 378. Vertaler Daan den Hengst gaf het de titel Julianus, de laatste heidense keizer mee. Het is een serieus boek dat ook serieus is uitgegeven, maar laat dat u niet afschrikken. Ammianus is een van de meest lezenswaardige auteurs uit de Oudheid, streeft naar objectiviteit en biedt een prachtig panorama van de nazomer van het Romeinse Rijk. Hij heeft deelgenomen aan Julianus’ Perzische campagne en bewonderde de jonge keizer, maar dat weerhield hem er niet van kritische kanttekeningen te maken.

Van een heel andere orde is het stripalbum dat vorige week in de boekhandel belandde: een nieuw deel in de Apostata-reeks van de Antwerpse tekenaar Ken Broeders. Speelden de eerste vier delen in het westen, in het vijfde grijpt Julianus de macht en trekt hij naar het oosten. Beestachtig mooi getekend, goed gedocumenteerd en verontrustend: van harte aanbevolen.

[Ik post mijn wekelijkse religie-column doorgaans enkele dagen nadat deze op Sargasso is verschenen, maar dit stukje hangt net iets teveel met de datum samen. Dus voor één keer plaats ik het op dezelfde dag.]