[Laatste van de vjf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste was hier.]
In de marge
Hoe ben ik bij deze reeks over Herakles te werk gegaan? Eerst kan ik dit erudiet kransje vrolijk maken met de artificiële intelligentie van Bing, die als antwoord op mijn zoekterm in zijn lijst tweemaal de stallen van Augias vermeldt. De vleesetende paarden van Diomedes zijn de kinderen van de rekening. Domme, domme AI!
Een evidente, zij het altijd gecontesteerde, stap was Wikipedia, dat ik tegenwoordig consulteer in minstens vier talen, Nederlands, Engels, Frans en Duits, en nog een vijfde als het onderwerp gebonden is aan bijvoorbeeld Italië.
[Tweede van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste was hier.]
Archaïsche poëzie
Herakles is uiteraard niet de hoofdfiguur in de Iliasnoch in de Odyssee. Hij maakt deel uit van een “ouder” deel van de Griekse mythologie. Aldus wordt in beide werken eerder naar hem verwezen, als een “referentiefiguur”.
In de Ilias beschrijft Homeros (achtste eeuw v.Chr.) Herakles als de sterkste man die ooit leefde en die “vele zware werken”nootIlias 15.639–640. moest volbrengen. Andere passages suggereren zijn zware lot, zijn geboorte en goddelijke afkomst nootIlias 14.324–328. of verwijzen naar zijn kracht. De Ilias maakt van geen van de twaalf klassiek geworden werken expliciet melding. Wel verwijst de godin Athena impliciet naar het laatste werk:
De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)
Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.
Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.nootMarcus 6.3.
Vandaag ga ik verder met mijn verhaal over de Kopten; het eerste deel was hier. Ik heb het vooral over de christenen van laatantiek en vroegmiddeleeuws Egypte, maar er zijn natuurlijk nog altijd Kopten.
Christendom
Het christendom is vrij vroeg aangekomen in Egypte, maar hoe dat is gebeurd, is een van de grootste raadsels uit de oudheidkunde. We hebben geen idee. Dat de evangelist Marcus de eerste bisschop van Alexandrië zou zijn geweest, is een verzinsel. (Het roept wel de vraag op wie er begraven ligt in de San Marco in Venetië.)
Marcus (miniatuur van de Armeense miniaturist Momik; Noravank)
Als één ontdekking de titel “bizarste oudheidkundige vondst van de twintigste eeuw” moet krijgen, dan is het Geheime evangelie van Marcus een geschikte kandidaat. Deze tekst is uitsluitend bekend als citaat uit een brief van de vroeg-derde-eeuwse filosoof Clemens van Alexandrië aan een verder onbekende Theodoros. Die brief is verloren gegaan maar is in de achttiende eeuw in een Palestijns klooster overgeschreven op de laatste bladzijden van een zeventiende-eeuws boek. Dat is in 1958 gefotografeerd door de Amerikaanse oudheidkundige Morton Smith (1915-1991). Hij publiceerde de vondst in 1973. Het achttiende-eeuwse handschrift is voor het laatst gezien in 1983, toen ook nieuwe foto’s zijn gemaakt. Een poging in 2011 om het boek te traceren was succesvol maar op dat moment ontbraken de beschreven bladzijden. Hierdoor is een analyse van de inkt, die zou kunnen helpen bepalen of de tekst van de brief is geschreven in de achttiende eeuw, niet langer mogelijk.
Marcus in meervoud
De eerste, nog onbeantwoordbare vraag is dus of het achttiende-eeuwse handschrift inderdaad stamt uit die tijd. Als dit zo is, mogen we aannemen dat de brief van Clemens aan Theodoros ook echt is, hoewel het argument niet deugdelijker is dan dat we geen reden kunnen bedenken waarom iemand destijds zo’n vervalsing zou hebben gemaakt. De tweede grote vraag is wat Clemens precies citeert. Rond 200 na Chr. circuleerden al allerlei teksten die dienden om de evangeliën aan te vullen en het is mogelijk dat Geheime Marcus is geschreven om het echte Evangelie van Marcus uit te breiden met informatie waaraan deze of gene groep christelijke gelovigen behoefte had. Het alternatief is dat het canonieke Marcusevangelie een uittreksel is van Geheime Marcus en dat de tekstvondst dus een van de alleroudste christelijke teksten is. Weer een andere mogelijkheid is dat de twee Marcus-teksten allebei teruggaan op een oudere bron, een Oer-Marcus.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.