Het portret van Vergilius

Vergilius (Vaticaanse Musea, Rome)

Het is vandaag 2040 jaar geleden dat in Brindisi, bij de haven aan het einde van de Via Appia, de Romeinse dichter Vergilius zijn laatste adem uitblies. Een Brindisijnse wees me ooit het huis aan waar het zou zijn gebeurd en het leek me niet tactvol mijn twijfel uit te spreken. Een gedicht van Gabriele d’Annunzio ontsiert de gevel.

Leven

Publius Vergilius Maro, zelf, u ziet hem hierboven. Hij is in 70 v.Chr. geboren in Mantua, kwam uit een goede familie die een goede opleiding kon betalen, en verloor zijn Mantuese bezittingen toen Octavianus die confisqueerde. Na de slag bij Filippoi (42 v.Chr.) was het namelijk zijn taak om alle veteranen uit de Derde Burgeroorlog een boerderij te geven in Italië. Hij wees simpelweg enkele steden aan waarvan de bewoners maar moesten vertrekken. Vergilius schreef in deze jaren de Eclogae en daarna de Georgica, raakte zo bekend bij de hovelingen rond Octavianus en kreeg uiteindelijk compensatie voor de inbeslaggenomen landerijen. Evengoed bezat hij een huis in de omgeving van Napels.

Lees verder “Het portret van Vergilius”

Epische schilden

Urartees schild met concentrisch opgebouwde voorstelling

Ergens tussen 750 en 650 v.Chr., de tijd die we in de Griekse kunstgeschiedenis aanduiden als “oriëntaliserend”, begonnen de soldaten zichzelf te voorzien van ronde, bronzen schilden. De wapensmeden leefden zich erop uit en hamerden er de mooiste decoraties op, vrijwel altijd in de vorm van verschillende concentrische cirkels. Ze lijken oosterse voorbeelden te hebben gehad. Het schild hierboven, momenteel te zien op de Armenië-expositie in het Drents Museum in Assen, komt uit Urartu. Het is door koning Rusa I rond 730 v.Chr. achtergelaten in een tempel in Karmir Blur.

Het schild van Agamemnon

De helden van de Ilias, waarvan we gemakshalve zullen zeggen dat die aan het begin van deze tijd is samengesteld, droegen ook zulke schilden. Over Agamemnons schild lezen we in Ilias 11.32-40 dat het prachtig was bewerkt, met tien cirkels rond een knop van donkerblauw email. Daar stond een Gorgo, geflankeerd door personificaties van Angst en Vlucht. Misschien moeten we denken aan het onderstaande schild uit Luristan, dat ook een opvallende schildknop heeft en is voorzien van vreesaanjagende wezens.

Lees verder “Epische schilden”

Oog op de Oudheid 2021

Oog op de Oudheid is een jaarlijkse serie presentaties en -discussies over de bestudering van de oudheid, georganiseerd door het Rijksmuseum van Oudheden. Want de wereld van de Romeinen, Grieken, Kelten, Egyptenaren, Joden en Mesopotamiërs is fascinerend, maar de bestudering daarvan is dat eveneens. Onder het motto ‘geen weetjes maar wetenschap’ hoort u vier avonden lang wat onderzoekers nu eigenlijk doen – dit jaar via livestreams. In 2021 is Oog op de Oudheid gewijd aan het thema controverse.

  • data: dinsdag 30 maart, dinsdag 6, 13 en 20 april 2021
  • tijd: 20.00 – 21.30 uur
  • locatie: livestream vanuit het Rijksmuseum van Oudheden
  • kosten: gratis
  • social media: #OodO21

Programma

Elke avond begint om 20.00 uur, wordt ingeleid door en sluit af met een korte discussie onder leiding van presentator Richard Kroes. Om 21.30 uur is de sluiting.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2021”

De zeeslag bij Aktion (2)

Aktion: Marcus Antonius’ basis was rechtsonder, die van Octavianus linksboven

[Ik was eergisteren begonnen met een reeks over de strijd tussen enerzijds Octavianus, de latere keizer Augustus, en anderzijds zijn rivaal Marcus Antonius met de Egyptische koningin Kleopatra VII, die culmineerde in de zeeslag bij Aktion Ik had erop gewezen dat de vorm waarmee de laatsten zich presenteerden, als goden, het voor Octavianus makkelijk maakte hen als on-Romeinse weg te zetten.]

Toen Senaat en Volk van Rome in 32 v.Chr. namens Octavianus de oorlog verklaarden aan Marcus Antonius, trokken diens legioenen naar Griekenland, waar het op 2 september 31 bij Aktion, even benoorden het eiland Leukas, tot een zeeslag kwam die door Octavianus en zijn admiraal Agrippa werd gewonnen. Het conflict groeide in de propaganda uit tot een strijd met kosmische dimensies.

Lees verder “De zeeslag bij Aktion (2)”

Rhenus bicornis

De splitsing van Rijn en Waal bij Millingen

Vorige week moest ik op een ochtend even in Nijmegen zijn en omdat er nogal wat tijd zou verstrijken tot mijn volgende afspraak, besloot ik een eindje te gaan fietsen. Het werd een mooi tochtje. Het Nederlandse rivierenlandschap is altijd mooi en het stuk richting Duitsland kende ik nog niet.

Even ten westen van Millingen ligt de splitsing van de Rijn en de Waal. Zie boven. Links de Waal, richting Nijmegen, rechts de Rijn, richting Arnhem. Ik vind het – om er eens wat clichés tegenaan te gooien – erg indrukwekkend hoe de enorme watermassa’s hier voort stromen onder een lage hemel. De splitsing heeft zich in de loop der tijden wat verplaatst maar het zal er in de Oudheid niet heel anders uit hebben gezien en ik denk dat dit punt voor de Romeinen, die maar weinig rivieren kenden die groter waren dan de Rijn (de Donau en de Nijl zijn de enige kandidaten) nog indrukwekkender zal zijn geweest dan voor ons. De officieren die begin 19 v.Chr. verantwoordelijk waren voor de stichting van Nijmegen zullen erover naar huis hebben geschreven.

Lees verder “Rhenus bicornis”

Klassieke literatuur (7b): wetenschap

Entasis in de (onvoltooide) tempel van Segesta

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke wetenschappelijke literatuur.]

In het vorige stukje behandelde ik dé antieke wetenschappelijke tekst bij uitstek, de encyclopedie van Plinius de Oudere. Daarmee begon ik in feite aan het einde, want Plinius is, behalve een goed observator die zijn eigen ervaring nooit negeert, vooral een verzamelaar, vertaler en bewerker van oudere, vooral Griekse wetenschappelijke teksten. Het woord “wetenschap” moet u overigens met een slag om de arm nemen. Andere literaire doelen waren zelden ver weg, maar vandaag behandel ik toch vooral wat zakelijker teksten.

Lees verder “Klassieke literatuur (7b): wetenschap”

Vernieuwde RMO-zalen “Nederland in de Romeinse tijd”

Nehalennia-altaar (© Rijksmuseum van Oudheden)

Oké, het grapje is te flauw voor woorden, maar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is dit jaar “twee eeuwen jong”. Dat ik uw goede smaak teister met dit cliché is omdat het gewoon waar is: het museum heeft zich de afgelopen jaren volledig vernieuwd. Ik blogde al eens over de afdeling Nabije Oosten, maar alle afdelingen zijn op de schop gegaan. Het meest geslaagd vind ik zelf de Griekse afdeling, die gewoon móói is. Je loopt er van weg met een beter humeur dan toen je binnenkwam.

Nu is dus de afdeling Nederland in de Romeinse Tijd, die alweer twintig jaar oud was, geheel vernieuwd. De opening is dinsdag maar journalisten mochten al een kijkje nemen op de vijf onderafdelingen, die zijn gewijd aan de militaire aanwezigheid langs de Beneden-Rijn, de religie, handel, culturele contacten (zeg maar tussen de oude bewoners en de nieuwe heersers) en grafrituelen. Deze volgorde betekent dat de expositie toeloopt naar de fenomenale Sarcofaag van Simpelveld, een van de mooiste stukken uit het Nederlandse cultuurbezit.

Lees verder “Vernieuwde RMO-zalen “Nederland in de Romeinse tijd””

Klassieke literatuur (1c): epiek

hadrumetum_house_virgil_mosaic_virgil_01_mus_bardo
Vergilius (Musée national du Bardo, Tunis)

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet.

Ik was bezig met de antieke epiek en ik moest nog vertellen over de auteurs die Homeros volgden.]

Homeros’ navolgers

Hoewel ik toch heel wat steden heb bezocht en nogal wat mensen heb mogen ontmoeten, ben ik nog nooit iemand tegengekomen die Homeros niet mooi vond en ik kan alleen erkennen dat er, ook al is het nog zo afgezaagd, veel waars zit in het grapje dat de Griekse literatuur begon op haar hoogtepunt en dat dit sindsdien niet meer is overtroffen. De Grieken beschouwden Homeros als “de dichter” bij uitstek. Ik blogde al eens over het reliëf dat zijn apotheose voorstelt. Homerische echo’s vinden we op de onverwachtste plekken: als de Romeinse historicus Tacitus, die geldt als een vrij zakelijke auteur, beweert dat prins Germanicus aan de Beneden-Rijn een vloot van duizend schepen bouwde, dan is dat geen beschrijving van de ontbossing van de Betuwe maar een verwijzing naar de “Scheepscatalogus” in het tweede boek van de Ilias.

Lees verder “Klassieke literatuur (1c): epiek”

Historia Augusta (8): De biograaf

Keizer Probus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Eind deze maand verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de achtste van een reeks van negen blogposts; de eerste is hier.]

De historicus Ammianus Marcellinus, die een indrukwekkende geschiedenis heeft geschreven van de periode waarin de Historia Augusta tot stand lijkt te zijn gekomen, onderbreekt zijn verhaal ergens om te klagen over de oppervlakkigheid van Romes geletterde klasse, die zijns inziens scholing haatte als vergif en te veel triviale lectuur las. Als voorbeelden noemt hij de satiricus Juvenalis, die in deze tijd inderdaad weer in de mode raakte, en Marius Maximus. Waarschijnlijk was ook de laatste opnieuw populair en vond de auteur van de Historia Augusta Maximus’ biografieën, die hij typeert als breedvoerig, maar niks. Mogelijk heeft hij daarom besloten leesbaardere keizerlevens te schrijven.

Toen hij de primaire biografieën had geschreven, wilde onze auteur echter meer, en hij voegde daarom de secundaire biografieën toe, die hij baseerde op het al eerder geschrevene. Het resultaat beviel hem weinig, en daarom begon hij informatie toe te voegen. Dat konden verzonnen documenten zijn, maar zijn opmerkingen over de naam “Antoninus” (die in de primaire en secundaire biografieën nooit tegelijk voorkomen met verzonnen documenten) lijken hem aanvankelijk meer bevrediging te hebben gegeven. Hij besteedt er althans opvallend veel ruimte aan. De reden zou kunnen zijn dat hij met de Antoninus-passages enig verband legde tussen de afzonderlijke biografieën en zo eenheid oplegde aan zijn stof.

Lees verder “Historia Augusta (8): De biograaf”

Goddelijke komedies

Dantes visioen van de verschillende hemels

Ik beken dat er hele weken, ja hele maanden voorbij gaan zonder dat ik denk aan het kleine antieke geschrift dat bekendstaat als de Openbaring van Paulus. Sterker nog, tot gisteren had ik niet gehoord van deze gnostische tekst, die in 1945 is gevonden in het Egyptische Nag Hammadi. En dat was jammer.

Maar we beginnen niet met een obscure tekst uit de Egyptische woestijn, maar met een heel wat bekender stuk literatuur: de Goddelijke komedie van Dante. In dit tussen 1308 en 1321 gepubliceerde gedicht vertelt de ik-figuur hoe hij een visioen heeft waarin hij afdaalt in de hel en vervolgens via de louteringsberg opstijgt naar de hemel. Onderweg ontmoet hij allerlei mensen, die vertellen waarom zij worden gestraft of beloond. Tegelijkertijd wordt de filosofie van Thomas van Aquino uitgelegd. In de hel en op de louteringsberg heeft Dante als gids de Romeinse dichter Vergilius, en er is wel aangenomen dat de Florentijnse auteur op het idee van zijn werk is gekomen door lezing van de Aeneis, waarin de held afdaalt in de Onderwereld.

Lees verder “Goddelijke komedies”