Museum Kam

Museum Kam, Nijmegen

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes of zeven blogjes aan. Dit is het voorlaatste. Het eerste was hier.]

Het moet een halve eeuw geleden zijn dat mijn vader me meenam naar Nijmegen, naar Museum Kam, destijds het archeologische museum van de stad. De locatie kon niet beter: het stond op de rand van de Romeinse legerbasis op de Hunerberg. De graven van de legionairs en hun tijdgenoten zijn gevonden in de straat waar het museum werd gebouwd, die inmiddels Museum Kamstraat heet. Mijn vader en ik kregen uitleg van meneer Stuart, die mijn ontluikende liefde voor Romeins Nederland aanwakkerde met een mooi verhaal. (Voor de insiders die zich afvragen hoe het kwam dat een Zo Grote Naam Uit De Nederlandse Archeologie twee passanten kwam verwelkomen, voeg ik toe dat Peter Stuart de broer was van een collega van mijn vader.)

Museum Kam is eind jaren negentig gesloten. De collectie is overgebracht naar het Valkhof Museum, waarover ik gisteren blogde, en het gebouw is sindsdien in gebruik voor andere doelen. In de coronatijd is het ingericht als onderzoekscentrum met bibliotheek.

Lees verder “Museum Kam”

Romeins Nijmegen (2) Noviomagus

Een cupido van barnsteen (Valkhof Museum, Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het tweede; het eerste was hier.]

Ulpia Noviomagus

In de jaren na de Bataafse Opstand reorganiseerden de Romeinen het Rijnland. Ze bekortten de weg naar de Donau door het Zwarte Woud (de Agri Decumates) te annexeren, en ook kregen meer legerbases stenen funderingen. Rome was niet langer in het offensief maar ging ervan uit dat de noordelijke rivieren voor langere tijd moesten worden verdedigd. In deze context moeten we ook de legioenbasis in Nijmegen plaatsen.

Er was in 2011 een claim dat een legioen zijn hoofdkwartier had ingericht in het stadscentrum, waar de resten zouden zijn gevonden op het Sint-Josephhof. Ik heb over die claim sindsdien niets meer gehoord, maar het zou een loepzuivere parallel opleveren met Jeruzalem, dat eveneens in 70 werd verwoest. Daar vestigde een legioen zich in de veroverde stad, maakte daarmee duidelijk wie de baas was, en dwong de bewoners te vertrekken naar het drie kilometer verderop gelegen Shu‘afat. Idem in Nijmegen: onderworpen opstandelingen, legioen in hun stad, bevolking drie kilometer verderop. Omdat ik over de Nijmeegse basis echter nooit meer had gehoord, was opheldering daarover een van de redenen waarom ik afgelopen weekend Nijmegen bezocht. Ik heb de deskundigen echter niet kunnen spreken en de oplossing van dit mysterie ligt derhalve voorshands verborgen in de mist der tijden.

Lees verder “Romeins Nijmegen (2) Noviomagus”

Romeins Nijmegen (1) Ontstaan

Bataafse munt (Valkhof Museum, Nijmegen)

Ik ging naar Nijmegen om een badhuis te zien. Ik zag geen badhuis. Maar het was een geslaagd weekend. Deze week enkele blogjes, waar u ook het blogje over de Nijmeegse classicus Vincent Hunink bij mag rekenen. Maar eerst even iets over de geschiedenis van Romeins Nijmegen.

Oppidum Batavorum

In 19 v.Chr. werd in het oosten van de huidige stad een militaire basis ingericht (Hunerberg), die echter niet lang in gebruik is gebleven. Even oostelijker lag op het Kops Plateau een kleiner kamp, dat tientallen jaren functioneerde. De meest duurzame stichting lag echter in het huidige stadscentrum, waar een civiele nederzetting verrees, bewoond door migranten uit het Overrijnse die de geschiedenis in zijn gegaan als Bataven. Die naam betekent “bewoners van de Betuwe”, wat weer is afgeleid van *bat-agwiō, “vruchtbaar eiland” (tussen Waal en Rijn). De burgerlijke nederzetting heette Batavodurum of ook wel Oppidum Batavorum, wat allebei “Batavenburcht” betekent.

Lees verder “Romeins Nijmegen (1) Ontstaan”

Domitianus in Nijmegen

De splitsing van Waal en Rijn (of eigenlijk: het Pannerdens Kanaal)

Dat keizer Domitianus (r.81-96) het Rijnland heeft bezocht, staat vast. Maar hoe ver is hij gekomen? Een halfvergeten inscriptie uit de eerste of tweede eeuw werpt daarop enig licht.

De inscriptie in kwestie schijnt gigantische afmetingen te hebben gehad. Ze stond ooit bij de Sint-Jan van Lateranen in Rome en is daar gezien door de veertiende-eeuwse geleerde Francesco Petrarca. Ook andere humanisten hebben de inscriptie beschreven, maar ze is verloren gegaan. De tekst is niet heel speciaal: in een gedichtje claimt een ik-figuur zich in te spannen voor de Romeinse zaak. De ik-figuur kan alleen Domitianus zijn omdat hij als enige, zoals het gedichtje claimt, oorlog heeft gevoerd aan zowel de Rijn als de Donau.

Lees verder “Domitianus in Nijmegen”

Nijmegen, de limes en de scepsis

De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis
De bovenloop van het aquaduct in Nijmegen op het terrein van Museumpark Orientalis

Ik heb al eens eerder geschreven over de aquaductenaffaire in Nijmegen. Samengevat komt die erop neer dat enkele Nijmegenaren er niet zo gelukkig mee waren dat de gemeente het Romeinse aquaduct – herkenbaar als een verzameling meertjes, kanaaltjes en een dijk – beter wilde ontsluiten voor bezoekers. Sommige mensen in Nijmegen betwijfelden of er wel een aquaduct was geweest en een van hen wees erop dat er geen Romeinse vondsten waren gedaan. Die waren, zo zei hij, nodig om te concluderen dat er sprake was van een Romeins aquaduct.

Nijmegen in het nieuws

De zaak kreeg bekendheid toen Sjors van Beek erover schreef in De groene Amsterdammer en de dagbladen er ook aandacht aan besteedden. Toen de Radbouduniversiteit weigerde een uitspraak te doen over de wetenschappelijkheid van het rapport waarin was geconcludeerd dat de verzameling meertjes, kanaaltjes en dijk een aquaduct was geweest, knalde de zaak verder naar het LOWI, het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit. Toen vervolgens ook de Nijmeegse Rekenkamer twijfel uitsprak, waren de rapen helemaal gaar. De gemeenteraad ging uiteindelijk niet in op de kritiek.

Lees verder “Nijmegen, de limes en de scepsis”

Jeruzalem en Nijmegen

Het borstpantser van een standbeeld van Vespasianus uit het Libische Sabratha toont een Victoria, een geboeide Jood en een langharige Bataaf, gezeten op enkele inheemse schilden.

In 68 na Chr. pleegde keizer Nero zelfmoord en kwam de oude senator Galba aan de macht. Volgens de Romeinse historicus Publius Cornelius Tacitus zou iedereen het erover eens zijn geweest dat Galba een capabel heerser was als hij niet zou hebben geheerst, en dat is niet alleen mooi gezegd maar ook waar: Galba verspeelde in minder dan geen tijd al zijn krediet en werd in januari 69 geconfronteerd met een tegenkeizer, Vitellius, die vanuit het Rijnland bliksemsnel oprukte naar Italië.

Toen zijn legioenen daar aankwamen, was Galba al dood: in Rome had Otho de macht gegrepen en zijn voorganger laten lynchen. De Rijnlegers maakten korte metten met de troepen van Otho voordat deze versterkingen van de Beneden-Donau had ontvangen, de verslagen keizer pleegde zelfmoord en Vitellius kon beginnen aan zijn regering. Al onze bronnen oordelen negatief over hem maar kunnen niet verbergen dat hij als eerste mensen uit de ridderstand aanstelde als ministers en daarmee een einde maakte aan de door velen als misstand ervaren rol van vrijgelatenen. Vitellius had de visie om een van Romes betere keizers te zijn.

Lees verder “Jeruzalem en Nijmegen”