
Wie ooit Jeruzalem heeft bezocht, kent pater Jerome Murphy-O’Connor, de auteur van de enthousiasmerende archeologische reisgids waarmee duizenden bezoekers hun bezoek aan de stad diepgang gaven. Wat je ook denkt van de archeologie in Israël, met Father Jerry was het in elk geval nooit saai. Dat geldt ook voor zijn hypothese dat de apostel Paulus niet afkomstig zou zijn uit de stad Tarsos in Cilicië maar uit Gischala in Galilea.
Hieronymus’ alternatief
Dat idee is op het eerste gezicht wat vreemd. In zijn eigen brieven noemt Paulus zijn vaderstad weliswaar niet, maar de auteur van de Handelingen van de Apostelen, “Lukas”, vermeldt Tarsos herhaaldelijk. Lukas’ Paulus identificeert zichzelf bijvoorbeeld als “Ik ben een Jood uit Tarsos in Cilicië, burger van een niet onbelangrijke stad.”noot Nu wijkt het beeld van Paulus in de Handelingen weleens af van dat in Paulus’ eigen brieven, dus enige twijfel is gerechtvaardigd – zoals bij alle antieke teksten. Dat legitimeert dat Murphy-O’Connor serieus omzag naar een opmerking in Hieronymus’ laatantieke commentaar op Paulus’ Brief aan Filemon. Hier is de vertaling van Paul Leunissen, die me een tijdje geleden een artikel toestuurde dat hij aan de kwestie had gewijd.
Ze zeggen dat de ouders (parentes) van de apostel Paulus afkomstig waren uit Gischala, een landstreek in Judea, en dat zij, toen de hele provincie door de Romeinen verwoest werd en de Joden verspreid werden over de wereld, werden overgebracht naar Tarsos, een stad in Cilicië, en dat de jonge Paulus de omstandigheden van zijn ouders is gevolgd.noot
Gischala is geen landstreek maar een stad, maar wellicht heeft Hieronymus deze traditie, die hij typeert als fabula, “vertelsel”, gehoord in het Aramees, waarin, zoals in meer antieke talen, het onderscheid niet bestaat en het woord mdynh beide betekenissen heeft.noot Hieronymus, die wist dat in Handelingen iets anders stond, lijkt de traditie intrigerend genoeg te hebben gevonden om haar niet te willen onderdrukken. De informatie kwam dan ook uit een goede bron: vrijwel zeker de geleerde christelijke auteur Origenes. Dat maakt het vertelsel niet per se betrouwbaar, maar betekent wel dat je er even serieus naar kijkt. Zoals Hieronymus deed, zoals Murphy-O’Connor deed, en zoals Fik Meijer deed.
Een hypothese
De laatste achtte het goed mogelijk dat Paulus’ door soldaten gevangengenomen ouders via Akko en de slavenmarkt van Antiochië belandden in het huishouden van een Romeins burger in Tarsos, die hen zou hebben vrijgelaten en Paulus’ vader zou hebben voorzien van Romeins burgerrecht, dat deze aan zijn zoon zou hebben doorgegeven. Leunissen typeert dit als hypothesenaccumulatie.
Zelf vraag ik me af of het mogelijk is, aangezien de jurist Gaius expliciet schrijft dat een krijgsgevangene na vrijlating nooit Romeins burgerrecht verwierf.noot Dat ten tijde van keizer Tiberius voor vrijgelaten slaven het zogeheten Juniaanse burgerrecht werd ingevoerd, toont dat ook in Paulus’ tijd het Romeinse burgerrecht niet was weggelegd voor vrijgelatenen.
Hieronymus’ betrouwbaarheid
De hamvraag is natuurlijk niet hoe een in Gischala geboren Paulus in Tarsos belandde, maar de daaraan voorafgaande vraag hoe betrouwbaar de informatie van Hieronymus is. Of beter: die van zijn bron Origenes. Het is misschien relevant dat Tarsos in Origenes’ tijd de reputatie had een door respectloze hedonisten bewoonde, voor wijsbegeerte ongeschikte stad te zijn,noot en dat Origenes informatie overwoog die de apostel verwijderde van zo’n poel des verderfs.
Leunissen attendeert erop dat de context waarin de christelijke auteur de fabula aanhaalt, eigenlijk wat vreemd is. Het komt erop neer dat Paulus in de Brief aan Filemon “medegevangenen” vermeldt en dat Hieronymus daar meer in wil lezen dan dat de mannen in dezelfde gevangenis zitten. Het “mede” zou betekenen dat ze ook een Palestijnse herkomst deelden. Het was, met andere woorden, niet Hieronymus’ allerhelderste moment.
Ook wijst Leunissen op enkele passages waaruit duidelijk blijkt dat Hieronymus Tarsos kende als Paulus’ geboorteplaats. Dit is een belangrijk punt: je kunt een antieke auteur nooit selectief lezen, je moet minimaal overwegen of hij niet ergens anders afwijkende informatie biedt. Murphy-O’Connor meent dat Hieronymus geen reden had de fabula te verzinnen, en dat is waar, maar zoals Leunissen observeert: evengoed had Lukas geen reden om Tarsos te verzinnen. Tot slot wijst Leunissen erop dat Paulus’ goed gedocumenteerde nadruk op zijn Joodse identiteitnoot vooral betekenisvol is als daaraan werd getwijfeld – omdat hij niet uit het land van Israël kwam maar uit de Cilicische hoofdstad Tarsos.
Ouders en voorouders
Is er nog iets te redden van de theorie van Murphy-O’Connor? O jawel. Het woord parentes betekent niet alleen “ouders”, maar ook voorouders. Misschien kende Origenes een Aramese anekdote dat Paulus’ familie, voor ze naar Tarsos verhuisde, verbleef in Gischala. Voor wat het waard is: Leunissen attendeert erop dat dit precies is wat Fotios I, de negende-eeuwse patriarch van Constantinopel, beweerde: Gischala als stad van herkomst, Tarsos als geboorteplaats. De geleerde patriarch kan dat natuurlijk hebben verzonnen omdat hij de Handelingen en Hieronymus’ Filemon-commentaar wilde harmoniseren. In elk geval: Paulus was een Jood, geboren in Tarsos in Cilicië, en burger van een niet onbelangrijke stad.
Literatuur
Paul Leunissen, “Was Paulus afkomstig uit Palestina en even oud als Jezus?”, in: Lampas 58/3 (2025) 263ff.
Zelfde tijdvak
Geld, cultuur en welzijn (4)december 6, 2021
Mummieportretten in Amsterdamjanuari 1, 2024
Tollenaars en zondaarsfebruari 8, 2012

Even op de link ‘Fik Meijer’ geklikt en de blog van Joris Verheijen doorgespit. Deze blijkt hem (Fik) een gelijke mate van deskundigheid en professionaliteit toe te dichten als Jona in menig blogje deed en om goeddeels dezelfde redenen. Zo schrijft Verheijen: “In zijn nawoord zegt hij dat Paulus’ brieven hun betekenis allang hebben verloren en dat het geen zin heeft er “een naar de actualiteit toegeschreven betekenis aan toe te kennen”. Je krijgt het idee dat hij net zo goed over de omzwervingen van Stefanus de Sidonese stofzuigerverkoper had kunnen schrijven”.
Zou dit Fikkermans domste opmerking ooit zijn?
Herinner me hoe zeer ik getroffen was door Paulus, m.i. een theologisch genie, toen ik me ooit door het NT heen ploeterde. De man dwong me om de paar alinea’s het lezen te staken om de implicaties van het zojuist gelezene te overpeinzen. Twee pagina’s per dag was het maximum. Een (helaas te vroeg overleden) vriend meende zelfs dat Paulus dé centrale figuur van het Christendom was en dat als Jezus niet bestaan had, hij Lou de Palingboer met succes tot de Messias verheven zou hebben, vermits die toen had geleefd. M.i. wat al te stellig, maar wel duidelijk.
Een persoonlijke noot: wie de auteur van het door Johannes Brahms getoonzette ‘Wenn ich in den Sprachen der Menschen und Engel redete, / hätte aber die Liebe nicht, / wäre ich dröhnendes Erz oder eine lärmende Pauke’ marginaliseert, krijgt het met mij aan de stok.
En sowieso: door te verklaren dat de liefde boven het geloof staat, plaatste hij een repeterende tijdbom onder het georganiseerde geloof. die om de zoveel eeuwen weer opnieuw afging. Heb me zelfs wel eens – zonder tot een conclusie te komen – afgevraagd of de hippie-revolutie niet ook een zoveelste voetzoeker van Paulus was.
Zoals menig genie was P. geen aangenaam gezelschap en als ik me vergis en er toch een hiernamaals is en ik (door een vormfout allicht) toch in de wat meer relaxte afdeling terecht kom, zal ik mijn vertier ver van Paulus zijn stamtafel zoeken. Dat ook wel weer.
Je kunt Meijer verwijten dat hij, met de middelen van een (oud)hoogleraar, betere boeken had moeten schijven en dat het vreemd is dat hij redenatiefouten maakt die hij aan zijn eerstejaarsstudenten moet hebben uitgelegd. Maar onthoud je ajb van persoonlijke aanvallen als “Fikkermans”. Daar heeft niemand voordeel van.
ad Kees Voorburg.
Een prachtige persoonlijke noot en ook nog grappig.
NB. JL heeft natuurlijk altijd gelijk, maar dat terzijde; dat gaat niet over de ontroerende persoonlijke noot.
Palestina gebruiken als gebiedsaanduiding voor in de eerste eeuw n. Chr. (en eerder) is anachronistisch.
Nergens in het Nieuwe Testament wordt het gebruikt.
Josephus gebruikt het niet.
In wezen gemakzucht? Of….
Nee, het is niet anachronistisch. Al vanaf Herodotos noemen de Grieken de regio Palestina. Misschien had Leunissen het beter “Land van Israël” kunnen noemen, want dat zou de vraag duidelijker hebben gemaakt, maar verkeerd is Palestina niet.