Detail van de Alexandersarcofaag (Archeologisch Museum van Istanbul)
Ondanks zijn indrukwekkende loopbaan als Romeins bestuurder, vond Arrianus tijd om allerlei boeken te schrijven, die hij over het algemeen modelleerde op publicaties van de Atheense auteur Xenofon (ca.430-ca.354). Hieronder is een catalogus die de filosofische, topografische, historische en militaire belangstelling van Arrianus documenteert. Zijn voornaamste werk is een geschiedenis van Alexander de Grote, waarover hieronder meer.
Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.
Ktesias en Strabon
De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.
Portret van een Romein, ongeveer 230 na Chr. (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)
We moeten het eens hebben over Cassius Dio. Ik noem hem regelmatig – op het moment dat ik dit schrijf is hij ruim 120 keer vermeld geweest – maar ik heb nooit een eigen blogje aan hem gewijd. Welnu: hij leefde van 164 tot pakweg 235 na Chr. en was, zoals hij niet moe wordt te benadrukken, een vooraanstaand Romeinse senator van Griekse afkomst. Hij had de zeer zeldzame eer tweemaal consul te zijn, in 204 en in 229, de laatste keer samen met keizer Severus Alexander. Dio zou desondanks volledig vergeten zijn als hij niet tevens de auteur was van een (Griekstalige) Romeinse Geschiedenis.
Een Griek van geboorte maar een Romein door overtuiging en behorend bij een rijke familie, was het eigenlijk onvermijdelijk dat Dio bestuursfuncties zou bekleden. Hij trad toe tot de Senaat tijdens de regering van Commodus (r.180-192), was consul in 204 en diende vanaf 217 als gouverneur in Asia, Africa Proconsularis (223) en Pannonia Superior. Enkele jaren later had hij dus de zeldzame eer van een tweede consulaat, nog wel met de keizer zelf.
Ik heb al eens eerder geblogd over de Epische Cyclus, de reeks waarin de Grieken hun mythen en heldendichten ordenden. De Iliasen de Odysseezijn in hun geheel over; de ontbrekende epen zijn op hoofdlijnen te reconstrueren. Belangrijk daarbij zijn citaten, een uittreksel van de hand van de Byzantijnse patriarch Fotios (r.858-886) en afbeeldingen. Zo weten we heel redelijk wat de inhoud was van de Aithiopis, het zevende gedicht uit de cyclus. En het moet gezegd: Arktinos van Milete heeft een thematisch sterk verhaal vervaardigd.
De vijf boeken van de Aithiopis zijn het vervolg op de Ilias. Een antiek commentaar op Homeros’ gedicht noteert dat er Ilias-manuscripten zijn die eindigen met de slotregel
Zo begroeven de Trojanen Hektor, en meteen daarna arriveerde Ares’ dochter, de mannenverdelgende Amazone.
Voor we het vandaag hebben over Herodes Agrippa II, moeten we het hebben over zijn gelijknamige vader, die een avontuurlijk leven leidde, op het cruciale moment Claudius hielp de keizerlijke troon in Rome te bemachtigen en als beloning vanaf 41 na Chr. mocht heersen over het hele rijk van Herodes de Grote. Zijn zoon, die eigenlijk Julius Marcus Agrippa heette maar gewoonlijk Agrippa II wordt genoemd, was zestien toen Herodes Agrippa I in de zomer van 44 onverwacht overleed. Zoonlief was te jong om koning te worden en Claudius maakte Judea weer tot een Romeinse provincie, dit keer onder gezag van een Romeinse procurator, een civiele beambte. Eerder was het gebied door militaire prefecten bestuurd geweest.
Koning
Ook al was Herodes Agrippa II zijn koninkrijk kwijt, Claudius was verplicht hem ter compensatie iets aan te bieden en dat werd de Bekaavallei. In 48 overleed namelijk zijn oom Herodes van Chalkis, een buitenbeentje in de familie, heersend in het oosten van het huidige Libanon. Ook lijkt de twintigjarige koning in dat jaar het recht gekregen om in Jeruzalem de hogepriester aan te wijzen.
De Byzantijnse geschiedenis begint op het moment dat de Romeinse keizers Constantinopel in gebruik namen als voornaamste keizerlijke residentie. Wie een datum zoekt, zou 11 mei 330 kunnen noemen, maar iedereen begrijpt dat het niet op een dag eerder of later steekt. De geschiedenis eindigt in elk geval op een heel precies moment: op 29 mei 1453. Toen veroverde de Ottomaanse sultan Mehmet II de stad. Ik blogde er al eens over. Historici verdelen het tussenliggende millennium in drie perioden.
Justinianus
De eerste daarvan, van 330 tot 867, is te typeren als ontstaan, crisis en voortbestaan. Tijdens de regering van Justinianus (r.527-565) deden de Byzantijnen een laatste poging de westelijke provincies van het voormalige Romeinse Rijk te heroveren. Dit plan slaagde grotendeels: generaal Belisarius heroverde de rijke provincies in Italië en Afrika, de steden in Libië verjongden (de Ananeosis) en Byzantijns goud kocht invloed in Frankisch Gallië en Visigotisch Spanje. De hervonden eenheid werd gevierd met de bouw van de kerk van de Heilige Wijsheid, de Hagia Sofia, in Constantinopel. De prijs voor de hereniging was echter hoog. Justinianus moest de Sassanidische Perzen afkopen en kreeg te maken met stevig verzet, bijvoorbeeld in Ostrogotisch Italië.
Over een week of drie verschijnt de Nederlandse versie van het Leven van Apollonios van Tyana, dat de Atheense auteur Filostratos (ca.170-ca.245) ergens in de eerste helft van de derde eeuw schreef. Deze interessante tekst is in onze taal omgezet door mijn vriendin Simone Mooij, die eerder onder andere de Persoonlijke notities van keizer Marcus Aurelius en Arrianus’ biografie van Alexander de Grote vertaalde. Als de vertaling van het Leven van Apollonios er eenmaal is, zal uw krant daar wel over schrijven; ik neem de gelegenheid te baat eens te kijken voorbij de derde-eeuwse tekst, om de charismatische wijsgeer, wonderdoener, wereldreiziger en redenaar Apollonios bij u te introduceren.
Filostratos’ Leven van Apollonios is de voornaamste bron voor het leven van de wijze van Tyana (een oeroud stadje in het zuiden van de Centraal-Anatolische hoogvlakte). We leren dat Apollonios een nogal bereisde filosoof was uit de school van Pythagoras en dat hij overal in Anatolië, Syrië en Griekenland probeerde de culten te hervormen. Een eerste constatering is dat het een raar soort pythagorisme is, want elke wiskundige interesse lijkt Apollonios vreemd te zijn geweest. Dit kan betekenen dat zijn biograaf er geen belangstelling voor had, dat Apollonios er geen held in was of dat ons beeld van het pythagorisme ongenuanceerd is.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.