Continuïteit en relevantie

Eergisteren en gisteren schreef ik over teksten die aspecten illustreren van de oude wereld die hun invloed lange tijd hebben doen voelen. De labels uit graf U-j in Abydos tonen het begin van de schrijfkunst, waarvan ik het belang niet hoef toe te lichten. De wetten uit Ešnunna vertegenwoordigen een alternatief voor gewoonterecht, namelijk codificatie, waarop wij voortbouwen. Enuma Eliš bood een model voor nogal wat latere mythologie, die wij weliswaar achter ons hebben gelaten, maar die eeuwenlang invloedrijk is geweest. De Gatha’s illustreren de vervlechting van religie en ethiek, die voor vele gelovigen nog altijd actueel is. De Ilias documenteert onze norm dat privileges verplichten én onze zin voor het tragische.

Maakt dit alles de bestudering van de Oudheid relevant? Dat is alleen vol te houden, geloof ik, als je aanneemt dat dingen in hun ontstaansfase puur en zuiver zijn en dat je de kern van een verschijnsel het beste begrijpt door de oorsprong te bekijken. Mij lijkt dat baarlijke nonsens. De eerste wetten zijn niet zuiverder dan latere en je begrijpt de aard van wetgeving ook niet beter als je de tabletten uit Ešnunna bekijkt. Hooguit begrijp je beter welke bezorgdheden mensen ertoe brachten informele rechtsvinding te vervangen door een meer geformaliseerde praktijk. Dat is leuk om te weten, maar maakt het niet meteen relevant.

Lees verder “Continuïteit en relevantie”

Het gelijk van André Klukhuhn

De ernstigste consequentie van de snel groeiende publicatieberg is gelegen in de steeds toenemende starheid van de wetenschap. Immers, in iedere publicatie wordt gebruik gemaakt van stukken theorie en techniek, overgenomen uit andere publicaties, die ieder op hun beurt weer verwijzingen bevatten naar een volgende vertienvoudigde laag publicaties, enzovoort. Voor een kritische lezer is er zodoende geen beginnen meer aan om de betwijfelde uitkomsten van een publicatie ter discussie te stellen. Het graafwerk naar de wortels van de bewering zou al aanzienlijk meer dan een gemiddeld wetenschappelijk mensenleven in beslag nemen. Die consequentie is daarom zo ernstig, omdat de kritiseerbaarheid ermee verloren gaat, waarmee de wetenschap tot in de kern wordt geraakt.

Aan het woord was chemicus André Klukhuhn, destijds hoofd van het Studium Generale in Utrecht en auteur van Hypothese van het heden (1989). Pagina voor pagina legt hij uit hoe de wetenschap in de jaren tachtig het moeras in aan het lopen was. Sindsdien heeft hij jaar na jaar meer gelijk gekregen.

Lees verder “Het gelijk van André Klukhuhn”

Religieus geweld

Ik zeg niet dat religies per se in harmonie zijn maar dit kan dus ook.

Een kort berichtje van het soort waaraan we gewend zouden moeten raken: een aanslag op een godshuis, één dode. Het is elke keer weer hetzelfde nieuws, alleen de details zijn uitwisselbaar. Dit keer was het een sji’itische moskee in Brussel en de verdachte een soennitische fundamentalist. In januari kregen kerken extra bescherming. Daarvoor was een synagoge in Amersfoort het doelwit. Het verbaast me allang niet meer.

Ik zou er dus aan gewend moeten raken, maar die aanpassing aan de politieke werkelijkheid wil nog niet vlotten. Dat geldt niet alleen voor religieus geweld. Ik ben steeds opnieuw geschokt als ik lees over pedofiliezaken, over het gemak waarmee politici wetenschappelijke inzichten aan hun laars lappen of over het cynisme waarmee onze bestuurders hun persoonlijk belang plaatsen boven het gemeenschapsbelang. (Een blogstukje waarin ik Ruttes buiging naar de SGP vergeleek met Sarkozy’s opportunistische opmerkingen over Schengen, schoot er dit weekend bij in.) Ik verbaas me niet om wat gebeurt, maar wel over het feit dat het almaar niet went.

Lees verder “Religieus geweld”