Apollos

Een Egyptenaar (Staatliches Museum Ägyptischer Kunst, München)

Ik stipte gisteren aan dat het een raadsel is hoe het christendom in Egypte is aangekomen. Een van de allergrootste kenners van de materie, Adolf von Harnack, typeerde ons vrijwel volledige gebrek aan informatie als de ergste lacune in onze kennis van het vroege christendom. De kwestie is belangrijk omdat Egypte in de tweede eeuw een ware fabriek van nieuwe ideeën was. Grappig genoeg weten we wél dat er al heel vroeg volgelingen van Jezus leefden in Alexandrië: we kennen er een bij naam, hij heette Apollos en dat is een naam die vooral in Egypte is gedocumenteerd.

Apollos van Alexandrië

De auteur van de Handelingen van de apostelen vertelt:

Intussen arriveerde er in Efese een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften. Hij had [in zijn vaderland] onderricht gekregen in de Weg van de Heer en verkondigde geestdriftig de leer over Jezus, die hij zorgvuldig uiteenzette, ook al was hij alleen bekend met de doop zoals Johannes die had verricht. In de synagoge begon hij nu vrijmoedig het woord te voeren.noot Handelingen 18.24-26a; NBV21.

Lees verder “Apollos”

Hoe hoort het eigenlijk?

Klearchos’ insciptie in Ai Khanum

Soms formuleert iemand iets zó geniaal, dat je niet herkent dat het onzin is. Neem de christelijke auteur Tertullianus, die zich retorisch afvroeg wat Athene van doen had met Jeruzalem, ja, wat de Academie van Plato van doen had met de kerk van Christus. Anders gezegd: wat hadden christenen te maken met de algemene cultuur van de Mediterrane wereld?noot Tertullianus, Voorschriften voor de omgang met andersdenkenden 7.

Die veelgeciteerde uitspraak heeft de verhoudingen danig op scherp gezet. Het ontbreekt niet aan moderne publicaties die benadrukken hoe verschrikkelijk revolutionair het christendom wel niet is geweest. Soms presenteren ze het nieuwe geloof als iets prachtigs, terwijl andere auteurs de gelovigen de totale barbarij in de schoenen schuiven. In beide gevallen neemt men een tegenstelling aan die helemaal niet heeft bestaan. Je hoeft geen diepgaande studie gemaakt te hebben van de grote negentiende-eeuwse geleerden om te weten dat ze om de haverklap zeiden dat een nieuw idee alleen valt te verwoorden in termen van bestaande ideeën. Wat het christendom bracht aan vernieuwing, moet gewoon verankerd zijn geweest in de gewone Mediterrane cultuur. Tertullianus overdreef.

Lees verder “Hoe hoort het eigenlijk?”

De leugenaarsparadox

Hoe de auteur van de Brief aan Titus vrouwen het liefste zag (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Het Nieuwe Testament bestaat uit vier evangeliën, de romanachtige Handelingen van de apostelen, de Openbaring van Johannes en een reeks brieven. Daarvan zijn er minimaal zeven geschreven door Paulus. De Brief aan Titus wordt toegeschreven aan Paulus maar er is discussie over het auteurschap.

Brief aan Titus

Het is geen heel opmerkelijk schrijven. Zoals wel vaker in de antieke literatuur wordt informatie verstrekt in een genre dat daar naar ons gevoel niet bij past. Wat wij in een reglement zouden presenteren, krijgt hier de vorm van een brief. Vergelijk het met die toespraken waarvan wij zouden zeggen: waarom schreef ’ie geen essay?

De inhoud: Paulus – of iemand die pretendeert Paulus te zijn – geeft Titus opdracht op het eiland Kreta (waar heel veel Joden woonden) in elke stad presbyters ofwel ouderlingen aan te stellen. Verder is er een waarschuwing voor dwaalleraren. De polemiek lijkt daarbij gericht tegen mensen die aan niet-Joden de Wet van Mozes willen opleggen, maar helemaal duidelijk is dat niet. Verder biedt de auteur aanwijzingen voor hoe een gelovige zich moet gedragen. Slaven en vrouwen, die moeten het gezag erkennen van de heer des huizes en gehoorzaam zijn.

Lees verder “De leugenaarsparadox”