
Ik stipte gisteren aan dat het een raadsel is hoe het christendom in Egypte is aangekomen. Een van de allergrootste kenners van de materie, Adolf von Harnack, typeerde ons vrijwel volledige gebrek aan informatie als de ergste lacune in onze kennis van het vroege christendom. De kwestie is belangrijk omdat Egypte in de tweede eeuw een ware fabriek van nieuwe ideeën was. Grappig genoeg weten we wél dat er al heel vroeg volgelingen van Jezus leefden in Alexandrië: we kennen er een bij naam, hij heette Apollos en dat is een naam die vooral in Egypte is gedocumenteerd.
Apollos van Alexandrië
De auteur van de Handelingen van de apostelen vertelt:
Intussen arriveerde er in Efese een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften. Hij had [in zijn vaderland] onderricht gekregen in de Weg van de Heer en verkondigde geestdriftig de leer over Jezus, die hij zorgvuldig uiteenzette, ook al was hij alleen bekend met de doop zoals Johannes die had verricht. In de synagoge begon hij nu vrijmoedig het woord te voeren.noot
We kennen deze Apollos ook uit de door Paulus geschreven Eerste Brief aan de Korintiërs en weten daarom dat Apollos rond 50 aankwam in Efese. Dus hier ontmoeten we een Egyptische Jood die niet alleen de relevante literatuur kende, maar ook het zelfvertrouwen had om op pad te gaan om in de synagogen van Klein-Azië onderricht te gaan geven.
Waar hij zijn kennis had opgedaan, is onduidelijk; de in het citaat hierboven tussen […] geplaatste woorden “in zijn vaderland” staan niet in alle handschriften. Maar we hebben hier wel een christen uit Alexandrië, heel erg vroeg. Overigens waren er op dat moment ook al christenen in Antiochië, dus zó vreemd is het nou ook weer niet.
Handelingen
We lezen in de Handelingen verder dat Paulus’ Efesische leerlingen bedenkingen hadden bij Apollos’ verkondiging, en hem terzijde namen om hem bij te praten.noot Vervolgens reisde Apollos door naar Korinthe, waar hij opnieuw kennis maakte met een door Paulus gestichte gemeente.
Hij slaagde erin de Joden in het openbaar in het ongelijk te stellen door op grond van de Schriften aan te tonen dat Jezus de messias is.noot
Terwijl Apollos dus in Korinthe was, arriveerde Paulus in Efese, waar hij Apollos’ leerlingen opnieuw doopte, omdat die van Apollos de doop hadden ontvangen zoals Johannes die had toegediend. Dat was vooral een manier om ritueel rein aan een nieuw leven te beginnen, en ze hadden niet meegekregen dat ze (althans volgens Paulus) ook nog moesten geloven in de Heilige Geest en in Jezus. Je zou dit laatste de Paulinische verschuiving kunnen noemen: het gaat hem niet om het geloof van Jezus, maar om het geloof in Jezus.
1 Korintiërs
Uit het bovenstaande valt af te leiden dat Apollos mensen doopte en geloofde dat Jezus de messias was, maar dat hij met Paulus van mening verschilde over de vraag wat dit laatste betekende. De auteur van Handelingen noemt verder geen conflicten of ruzies. Dat die er wel waren, blijkt uit Paulus’ eigen woorden.
Door Chloë’s huisgenoten is mij verteld dat er verdeeldheid onder u heerst. Ik bedoel dat de een zegt: “Ik ben van Paulus,” een ander: “Ik van Apollos,” een derde: “Ik van Kefas,” en een vierde: “Ik van Christus.” Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt?noot
Even verderop bakent Paulus zijn eigen positie af:
De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. Er staat namelijk geschreven: “Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen.”noot
In de vertaling valt een woordspeling weg: het werkwoord “vernietigen” (apollynai in de Septuaginta) lijkt als twee druppels op de naam Apollos. Paulus lijkt geërgerd te zijn. Dat blijkt ook uit de metaforen die hij even verderop gebruikt, waarin hij zich presenteert als belangrijker dan Apollos.
Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven…noot
Ik heb als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort…noot
Paulus zijnde Paulus vallen deze verwijten eigenlijk wel mee. Over Petrus oordeelt hij veel giftiger.noot Paulus lijkt niet te hebben willen toestaan dat een meningsverschil de eenheid verstoorde. Zo keek ook de auteur van de Brief aan Titus er tegenaan, die aan de geadresseerde vraagt om Apollos te voorzien van reisbenodigdheden.noot Apollos was en bleef dus aanvaard in de Paulinische gemeenschappen, maar er is wel iets aan de hand.
Egyptisch christendom?
Wat was het verschilpunt? Handelingen noemt de doop, de Heilige Geest en het geloof in Jezus, maar 1 Korintiërs noemt die zaken niet. Ik speculeer dat het ging om “de boodschap over het kruis” die een dwaasheid was “voor wie verloren gaan” en die “de kracht van God” was voor degenen die op de Jongste Dag zouden worden gered. Dit is vertrouwd Paulus-materiaal: volgens hem verzoende de kruisdood de zondige mensheid met God.noot
Het is goed mogelijk dat Apollos, die immers niet Paulus was, hier anders over dacht. Misschien was in zijn visie Jezus wel een wijsheidsleraar, ongeveer zoals ook Josephus hem typeert, en is Paulus’ opmerking dat “de wijsheid van de wijzen zal worden vernietigd” meer dan een woordspeling. Paulus plaatst dan de wereldse wijsheid van Apollos tegenover zijn eigen, paradoxale dwaasheid. Ik noem dit punt omdat in het latere Egyptische christendom de door Jezus gepredikte wijsheid/inzicht/kennis centraal staat. Dat wordt weleens aangeduid als gnostisch en in navolging van latere orthodoxe auteurs als Eusebios gelden de gnostici als valse christenen. Zo hebben ze dat zelf niet gezien.
Enfin. Ik was aan het speculeren over een niet-Paulinische joodse christen. Er is echter geen bewijs, zelfs geen aanwijzing, dat Apollos een proto-gnosticus was. Het laatste woord moet echt dat zijn van Von Harnack: hoe het christendom in Egypte is gekomen, is de ergste lacune in onze kennis van de geschiedenis van het nieuwe geloof. Maar we weten dus wél dat het er al is geweest vóór 50.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Zelfde tijdvak
De familie van Jezusoktober 12, 2025
1 Henoch voor beginnersoktober 9, 2022
Romeins Leuthseptember 20, 2015

“zó vreemd is het nou ook weer niet”
Inderdaad vraag ik me af of “hoe is het christendom in Egypte aangekomen” geen non-probleem is. Vanuit Jeruzalem is Antiochië anderhalf keer zo ver als Alexandrië.
Het is m.i. een non probleem. De wijsheid kwam van oudsher uit Egypte en in Alexandrië leefde een belangrijke joodse gemeenschap met de wijsheid van de Torah, waarvan Jezus vond dat hij ook aan derden mocht worden verkondigd.
Dat het christendom vroeg of laat wel zou zijn aangekomen in Alexandrië en Egypte is een feit; in die zin is het inderdaad een non-probleem.
Maar. Waarom vertelt de auteur van de Handelingen van de Apostelen, die vertelt over de verspreiding van het christendom en die dat presenteert als een ontwikkeling die de hele wereld aangaat, juist niets over Egypte? Wist hij er niets van? Of onderdrukte hij informatie over een non-Paulinisch geloof?
Voor dat laatste valt wel iets te zeggen. De teksten die we hebben uit de tweede en derde eeuw, zijn redelijk curieus, als je ze bekijkt vanuit de latere, op Paulus gebaseerde orthodoxie. Misschien nog opmerkelijker: het fragmentarisch overgeleverde “Evangelie van de Egyptenaren” wortelt mogelijk in een traditie die niets weet van een leeg graf. Daarover zal ik nog eens bloggen, maar voor het moment: wat zouden we over de herkomst van de Egyptische tradities graag meer weten.
Handelingen vertelt maa rheel weinig over de verspreiding van het geloof. De reizen van Pulsu worden uitgebreid beschreven. En verder, na de dood van Stefanus gingen mensen naar Cyprus, Fenicie en Antiochie, er is een kamerling onderweg naar Ethiopie, maar dat is het. Saulus is op weg naar Damascus, maar hoe het geloof daar gekomen is??. Niets over Mesopotamie, Italie, Egypte, en verder Noord Afrika. In Klein Azie en Griekenland alleen de (of enkele) plaatsen die Paulus bezoekt. Willem Visser wijst er op dat er een hele catalogus van volken in Handelingen 2 staat, en dat er iets gebeurd is dat het geloof later de uitstorting van de Heilige Geest is gaan noemen, en dat velen beschouwen als het begin van de Kerk, dat door al die vertegenwoordigers mee naar huis is meegenomen. De enige bron die er is zegt dus dat het geloof na Pinksteren door mensen die daar bij waren is meegenomen naar Egypte (en naar Mesopotamie, Rome, Lybie, enz enz)
Jezus was een leraar van De Weg, leert Marc.12:14, en met de naam De Weg worden ook zijn volgelingen aangeduid (Hand.9:2). De naam De Weg is ontleend aan Psalm 119 vers 1:
“Gelukkig wie de volmaakte Weg gaan en leven naar de Wet van de HEER, gelukkig wie Zijn richtlijnen volgen, Hem zoeken met heel hun hart. Zij bedrijven geen onrecht, maar gaan de Weg die Hij wijst.”
Maar goed beschouwt loopt het volgen van ‘De Weg’ door de hele Bijbel heen. Het begint al bij Henoch, in Genesis 5:21 “En Henoch wandelde met God”. De naam ‘Henoch betekent overigens ‘hij die onderwezen is’. God onderwees Henoch in Zijn Weg (in de Geboden die men diende te volgen); dat is De Weg die naar het Leven leidt (Matt.7:13-14/ Hand.3:15).
De groep bestaat in het begin nog maar uit zo’n 120 Hebreeuwse volgelingen (Hand.1:15), waaronder de twaalf leerlingen van Jezus – kortweg ook wel de ‘Twaalf’ genoemd – waarvan Matthias de plaats van Judas had ingenomen (Hand.1:26). Verreweg de meeste leden van deze groep kenden rabbi Jezus persoonlijk of waren al volgeling van hem tijdens zijn rondwandeling op aarde. Deze groep, zo zou je kunnen stellen, behoorde tot de ‘eerste lichting’.
Zo lezen we in Hand.1:14 dat de vrouwelijke volgelingen van Jezus (zie Luc.8:2-3) zich bij deze groep bevinden, evenals de moeder van Jezus en zijn vier broers (Matt.13:55). Naast hen zijn er een (flink) aantal mannen, die er ‘al vanaf de doop van Jezus, tot en met zijn opstanding’ bij waren (Hand.1:22). Stuk voor stuk bestaat deze groep dus uit mannen en vrouwen met een Joods-Hebreeuwse achtergrond; ze zijn allen Joods en afkomstig uit het land Israël.
In Hand.2:9 lezen we dat er Joden en proselieten uit vijftien verschillende landen op het Pinksterfeest aanwezig zijn, en dat het ‘aantal volgelingen zich uitbreidde met ongeveer drieduizend’ (Hand.2:41) [mogelijk gaat het hier om een theologisch getal, zie Ex.32:28]. Zij kunnen worden beschouwd als de ‘tweede lichting’ volgelingen. En als deze groep na het Pinksterfeest weer huiswaarts keert – naar onder andere Alexandrië, Antiochië en Rome – dan nemen ze hun nieuwe geloof in de ‘verrezen Christus’ mee.
Ik bedenk nog dat Paulus vast ook wel een of meer brieven aan de Egyptenaren heeft geschreven, om ze op de onjuistheid van hun opvattingen te wijzen, maar die vonden de inhoud niet belangwekkend genoeg om deze brieven te bewaren.
De zogeheten “Canon Muratori” noemt een aan Paulus toegeschreven Brief aan de Alexandrijnen.
Ik zat gisteren te peinzen over een vervolgblogje waarin ik weer eens uitleg hoe makkelijk het is een nep-papyrus te maken. Wie een tekst schrijft van een niet al te bekende kerkvader die uit de Brief aan de Alexandrijnen citeert, heeft een goede kans miljonair te worden. Bedenk dat van de Sapfo-papyri eerst werd gezegd dat ze waren verworven door onvervangbare Egyptologische data te vernietigen, en dat meteen daarna werd gezegd dat ze van de zwarte markt kwamen, en dat niemand daarin een bezwaar zag. Eenieder die, net als ik, boos is op het wéér duurdere openbaar vervoer, zou ik zeggen: maak een valse papyrus, want classici omhelzen het zonder ook maar een spoor van kritische zin.
Als Paulus en brief aan de Alexandrijnen heeft geschreven, heeft hij dat vast niet op papyrus gedaan. De inhoud van zo’n brief kunnen we ons overigens goed voorstellen, hij is uit wat hierboven in de blog staat zo te reconstrueren.
Waarom zou hij dat niet op papyrus doen?
Misschien was het ook voor de schrijver voor de hand liggend dat een joodse stroming in Alexandrië aanwezig zou zijn. De verspreiding van het christendom naar Alexandrië was daarmee niet geschikt om aan te tonen dat de nieuwe stroming de wereld veroverde. De stad werd vanuit joods standpunt misschien niet gezien als “de rest van de wereld”.
Het evangelie, ook dat van Paulus is niets anders dan het bijbrengen van de Torah, een boek met een zoektocht naar de Waarheid.
Dat Paulus zo de nadruk legt op het leven van Jezus en vooral zijn dood is misschien omdat hijzelf aanvankelijk gelovigen vervolgde.
Maar het gaat niet om het leven maar om de leer van Jezus en dat is zoals gezegd, niet meer of minder dan de Torah.
En wat de opstanding betreft is er, gelet op Osiris, slechts sprake van “Erweiterung von das Bestehende” (een term van egyptoloog Hornung).
M.i. is er dus niet zozeer sprake van het brengen van het evangelie naar Alexandrië, maar eerder sprake van het brengen van de goede boodschap naar Jeruzalem.
En Apollos uit Alexandrië lijkt mij een wijs man.
Wie gaat het niet om het leven maar om de leer van Jezus en hoe weet u dat? U beweert nl. zelf dat het Paulus wél (ook) om zijn leven gaat en hij is toch geen onbelangrijke figuur in het protochristendom.
Handelingen is een historische roman, soort van.
Het is het beste omdat voortaan gewoon maar toe te geven.
Dat ben ik met je eens.