Wedloop naar Dyrrhachion

De baai van Durrës

Als ik u zeg dat het 3 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar en Publius Servilius Isauricus dienden als consul in Rome, en als ik dat voor u omreken naar 23 februari 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Zoals aangegeven was Caesar met zijn ervaren troepen in de winter overgestoken naar wat nu Albanië heet, waar Pompeius een leger aan het opbouwen was. Hij beschikte ook over meer schepen. Toen Marcus Antonius, zoals ik vorige week vertelde, de oversteek desondanks maakte, moest hij dan ook uitwijken naar het verre noorden. Daar ging hij in Lissos aan wal, een havenstad die partij had gekozen voor Caesar, tegen de Senaat en Pompeius.

Lees verder “Wedloop naar Dyrrhachion”

Caesar en Pompeius aan de Apsos

De vlakte van de Seman (de antieke Apsos)

Als ik u zeg dat het 11 januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de tweede keer) en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 5 december 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een door het Sinterklaasweekend drie dagen vertraagde aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Race naar Durrës

Of eigenlijk: wat deed Pompeius? Toen die had vernomen van Caesars oversteek en de verovering van de haven van Orikon, rukte hij snel op naar het westen. Daar wilde hij de havenstad Durrës bereiken, het antieke Dyrrhachion, waar hij een enorm depot had laten aanleggen. Het lag bomvol voedsel en Pompeius wilde verhinderen dat dit in handen viel van Caesars manschappen. Die rukten inmiddels eveneens op richting Durrës. Pompeius had dus haast. Caesars schrijft daarover in de Burgeroorlog (vertaald door Hetty van Rooijen):

Lees verder “Caesar en Pompeius aan de Apsos”

Sybota (3)

Perikles (Museo Barracco, Rome)

[Derde deel van een vierdelig serie over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Het eerste deel, waarin ik het ontstaan van het Atheense imperium beschreef, is hier. In het tweede deel introduceerde ik onze voornaamste bron, de Atheense auteur Thoukydides.]

Ook al lag er een vredesakkoord tussen Athene en Sparta en was overeengekomen geschillen op te lossen door arbitrage, er waren altijd destabiliserende gebeurtenissen. Een daarvan was het op zich onbeduidende conflict tussen Korinthe, een Spartaanse bondgenoot, en het neutrale Korkyra, het huidig Korfu. Beide maakten aanspraak op het noordelijk gelegen Epidamnos (Durrës in Albanië) en slaagden er niet in met diplomatieke middelen tot een oplossing te komen.

In 436 vielen de Korinthiërs Korkyra aan, werden verslagen, zwoeren wraak en begonnen een nieuwe vloot te bouwen. Toen ze in 433 op het punt stonden de Korkyreeërs opnieuw aan te vallen, voelden die zich voldoende bedreigd om gezanten te sturen naar Athene om de Volksvergadering te vragen om hulp. Ook de Korinthische ambassadeur sprak – althans, dat wil Thoukydides ons doen geloven – en herinnerde de Atheners eraan dat zijn stad zich afzijdig had gehouden toen zij enkele jaren eerder hadden afgerekend met het opstandige Samos.

Lees verder “Sybota (3)”

Het einde van de Romeinse Republiek (2)

Een betere foto van Dyrrhachion heb ik niet

[Gisteren beschreef ik hoe Julius Caesar de aanval opende op de Romeinse Republiek, waar de Senaat Pompeius het oppercommando had toegekend.]

Het implosie van de Romeinse Republiek

De verovering van Italië was een simpele zaak. Zoals Titus Livius het verwoordde bestormde Caesar de wereld met het Dertiende Legioen, waarvan de soldaten aan hun negende dienstjaar begonnen. Pompeius beschikte over twee legioenen, die allebei ooit deel hadden uitgemaakt van Caesars Gallische leger: het Eerste, dat op het punt stond af te zwaaien, en het Vijftiende. Toen een groot deel van laatstgenoemde eenheid overliep naar de invaller, kon Pompeius niet anders doen dan Italië ontruimen en zich terugtrekken in het oosten. De Romeinse Republiek was geïmplodeerd. Wat resteerde was een conflict tussen twee generaals.

Caesar nam Rome in en analyseerde de situatie: Pompeius’ troepen waren in Spanje zonder generaal en Pompeius was in het oosten zonder troepen. Caesar lichtte niet minder dan vijftien nieuwe legioenen, stuurde ze als garnizoen naar Gallië en trok zelf naar Spanje, waar hij met zijn oude Gallische legioenen de Pompeianen versloeg. Tegelijk trok een van zijn ondercommandanten met het overgelopen deel van het Vijftiende en het nieuwe Zestiende naar Afrika, maar dit leger werd vernietigd door de troepen van de Senaatsgetrouwe gouverneur. Aan het eind van het jaar was Caesar terug in Italië, zag tussen de bedrijven door kans enkele economische maatregelen te nemen en lichtte nog eens vier legioenen. In het volgende jaar, 48 v.Chr., voegde hij er nog eens zeven aan toe, zodat alle nummers tot en met drieëndertig waren vertegenwoordigd, behalve XV en XVI.

Lees verder “Het einde van de Romeinse Republiek (2)”