
Een van de betere zinnen van Titus Livius is dat Julius Caesar, toen hij de Rubico overstak, met het Dertiende Legioen “de wereld bestormde”. De slimmerik die opmerkt dat we Livius’ verslag van de Tweede Burgeroorlog niet hebben, kan het citaat vinden bij Orosius.
Caesar had de eenheid in 57 v.Chr. geformeerd, in de aanloop naar zijn aanval op de Belgische stammen in noordelijk Gallië. Het legioen stond in de achterhoede tijdens de slag aan de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk, waarin Caesar de Nerviërs versloeg. Later vinden we de eenheid aan de Atlantische kust en tijdens de belegering van Gergovia. Ook blij de blokkade van Alesia moet het Dertiende betrokken zijn geweest.
Burgeroorlogen
Maar het “moment of fame” was dus de bestorming van de wereld. We lezen dat het Dertiende aanvankelijke was gestationeerd in Apulië en later, in de winter van 49/48, diende in de gevechten rond Dyrrhachion. Na de slag bij Farsalos keerden de soldaten terug naar Italië om te worden gedemobiliseerd, maar in 46 namen ze deel aan Caesars Afrikaanse campagne. Waarschijnlijk waren ze later aanwezig tijdens de slag bij Munda in Spanje (45). Toen Caesars alleenheerschappij was gevestigd, ontbond hij het legioen en kregen de veteranen land in Spello in Italië.

Na 41 wordt echter opnieuw melding gemaakt van een dertiende legioen. Dit was waarschijnlijk geen nieuwe eenheid, maar de oude: de veteranen hadden bijgetekend om Octavianus, de achterneef en erfgenaam van de inmiddels vermoorde Caesar, te steunen. Dit Dertiende Legioen streed op Sicilië, waar Sextus Pompeius de graanaanvoer van Rome bedreigde. Bij één van de gevechten hebben soldaten van de Dertiende het leven van Octavianus gered.
Augustus
Toen Sextus Pompeius was verslagen, zette Octavianus het legioen in tijdens zijn oorlog tegen Marcus Antonius. Zoals bekend versloeg Octavianus zijn tegenstanders in de zeeslag bij Aktion (31 v.Chr.) en verwierf hij zo de alleenheerschappij. Hij zou zich vier jaar later aandienen als Augustus. Hij kreeg de beschikking over Marcus Antonius’ troepen en bracht die onder in zijn eigen legioenen. Het zo versterkte Dertiende stond sindsdien bekend als het Tweelinglegioen: XIII Gemina.

Het diende aanvankelijk in Illyricum of op de Povlakte. Omstreeks 15 v.Chr. werd het ingezet in Slovenië, waarvandaan het deelnam aan de aanval op het Alpengebied. De generaal was Augustus’ stiefzoon Tiberius. XIII Gemina verbleef nu in Ljubljana, het antieke Emona, maar de aanwezigheid van soldaten in Nijmegen in het verre Germania Inferior is af te leiden uit een graffito op een scherf en een inscriptie op een helm.
De volgende operatie zou de verovering van Bohemen zijn geweest. In 6 na Chr. zou Tiberius oprukken tegen koning Maroboduus van de Marcomannen. Minstens acht legioenen stonden klaar voor de aanval: behalve het Dertiende ook VIII Augusta, XIV Gemina, XV Apollinaris, XVI Gallica, XX Valeria Victrix, XXI Rapax en een onbekende eenheid. Tegelijkertijd zouden I Germanica, V Alaudae, XVII, XVIII alsmede XIX oprukken via de Elbe. Het zou de meest grandioze operatie worden die ooit door een Romeins leger was uitgevoerd, maar een opstand in Pannonië (Slovenië/Hongarije) belemmerde de uitvoering. Drie jaar lang vochten de Romeinen om de orde op het noordelijke Balkanschiereiland te herstellen, en de Dertiende was een van de actieve eenheden.
Tijdens de herschikking van de Romeinse strijdkrachten na de slag in het Teutoburgerwoud (september 9 na Chr.), werd het legioen eerst overgebracht naar Augsburg, misschien kort naar Mainz (met XIV Gemina en XVI Gallica), en uiteindelijk (in 16?) naar Vindonissa, Windisch in Zwitserland. Hier bewaakte het de passen in de Alpen tegen een mogelijke Germaanse invasie van Italië. Veteranen vestigden zich, opmerkelijk genoeg, helemaal in Uthina, in wat nu Tunesië is.

Vierkeizerjaar
Tijdens de regering van keizer Claudius (r.41-54) werd het Dertiende Legioen teruggestuurd naar Pannonië, waar het verbleef in Poetovio, het huidige Ptuj in Slovenië. Net als de andere legioenen aan de Donau koos XIII Gemina tijdens de burgeroorlog van 69 de zijde van keizer Otho. (Een van de betrokken officieren was de vader van de Romeinse auteur Suetonius.) Het nam deel aan de Eerste Slag bij Cremona (april), waar Otho’s leger werd verslagen door het Rijnleger van keizer Vitellius. De nieuwe keizer strafte zijn vijanden echter niet en beval slechts hun terugkeer naar de Donau, zij het pas nadat ze hadden geholpen bij de bouw van een nieuw amfitheater.
In Pannonië koos het vernederde legioen later dat jaar de zijde van Vespasianus en dit keer behoorde het bij de overwinnaars, toen het leger van Vespasianus in de Tweede Slag bij Cremona (oktober 69) het leger van Vitellius versloeg. Na de winter werd XIII Gemina naar het Rijnland gestuurd, waar generaal Petillius Cerialis een expeditieleger leidde tegen opstandige Bataven (70).

Het Tiende Legioen Gemina
Joodse literatuur (4)
Limes-koekjes
Die legioensoldaten zijn allemaal Romeinse burgers. Dan stel ik me de vraag: wat zouden zij gevonden hebben van een boerderij in Noord-Afrika? Was de pensioenregeling bespreekbaar? Konden ze het hun toegewezen land verkopen om zich in Italië te settelen?
Misschien maakte het hen niet veel uit. Als je zo lang in een legioen hebt gediend, ben je vast overal en nergens thuis.