Wedloop naar Dyrrhachion

De baai van Durrës

Als ik u zeg dat het 3 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar en Publius Servilius Isauricus dienden als consul in Rome, en als ik dat voor u omreken naar 16 februari 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Zoals aangegeven was Caesar met zijn ervaren troepen in de winter overgestoken naar wat nu Albanië heet, waar Pompeius een leger aan het opbouwen was. Hij beschikte ook over meer schepen. Toen Marcus Antonius, zoals ik vorige week vertelde, de oversteek desondanks maakte, moest hij dan ook uitwijken naar het verre noorden. Daar ging hij in Lissos aan wal, een havenstad die partij had gekozen voor Caesar, tegen de Senaat en Pompeius.

Wedloop

De twee legers van Caesar en Pompeius lagen tegenover elkaar aan de rivier de Apsus, niet ver van Apollonia. Allebei begrepen dat ze naar het noorden moesten. Caesar schrijft in het derde boek van zijn commentaar op De burgeroorlog:

Beiden vertrokken op dezelfde dag met hun legers uit de vaste legerkampen bij de Apsus, Pompeius ’s nachts in stilte, Caesar openlijk overdag. Caesar moest echter een lange omweg stroomopwaarts maken om de rivier bij een ondiepte te kunnen oversteken. Pompeius, die vrijuit kon oprukken omdat hij de rivier niet hoefde over te steken, haastte zich in lange dagmarsen naar Antonius, en toen hij hoorde dat deze in de buurt was, legerde hij zijn troepen op een geschikt terrein, hield al zijn mannen in het legerkamp en verbood vuren aan te leggen, om zijn komst zo veel mogelijk geheim te houden.

Dat lukte niet: de mensen in de omgeving vertelden het aan Marcus Antonius, die meteen bericht stuurde naar Caesar.

Dyrrhachion

De volgende dag, vandaag 2069 jaar geleden, maakten de twee legers contact.

Toen Pompeius van Caesars komst hoorde, gaf hij zijn stelling op om niet door de twee legers te worden ingesloten, begaf zich met al zijn troepen naar Asparagium in het gebied van Dyrrhachion, en sloeg daar op een geschikte plaats zijn legerkamp op.

Zoals wel vaker vertelt Caesar iets niet. De wedloop die en Pompeius hadden gehouden, diende voor Caesar niet alleen om zijn leger met dat van Marcus Antonius te verenigen, en diende voor Pompeius niet alleen om dat te verhinderen. Het ging tevens om Dyrrhachion, het huidige Durrës, waar Pompeius’ voorraden lagen. Door als eerste aan te komen, had Pompeius die veilig gesteld.

Twee legers

Toch was de situatie in Caesars voordeel veranderd. Twee weken daarvoor hadden de legers van Pompeius en Caesar nog tegenover elkaar gelegen. Daarbij had eerstgenoemde het voordeel van de eenvoudigere aanvoerlijnen en een ervaren vloot. Dat was nog steeds het geval, maar Caesars leger was nu aanzienlijk groter. Weliswaar beschikte Pompeius over meer manschappen, maar die van Caesar waren ervaren. De mannen van de legioenen VIIVIII, VIIII en X Equestris begonnen aan hun elfde jaar in dienst. XI en XII begonnen aan hun tiende jaar, XIII aan het negende, het ooit door Ambiorix vernietigde maar opnieuw gevormde XIV begon aan haar vijfde jaar. De twee legioenen V Alaudae en VI Ferrata, samengesteld uit niet-Romeinen maar door de Lex Roscia gelegaliseerd, begonnen aan hun vierde jaar. Alleen XXVII bestond uit rekruten. Caesar zou het wegsturen om in Griekenland, waar men Pompeius’ rekrutering beu was, steun te zoeken.

Pompeius’ leger bestond uit de drie ervaren legioenen die in het voorafgaande jaar Italië hadden ontruimd. Verder waren er alleen rekruten. Caesar, ofschoon in de minderheid, zou het daarom graag op een beslissende veldslag hebben laten aankomen maar Pompeius hield wijselijk de boot af. Zolang Caesar de langere aanvoerslijnen had en Pompeius een stad vol voorraden, had Pompeius geen enkele haast. Bovendien: er waren ook versterkingen naar hem op weg. Daarover maandag meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]