Krijgsgeschiedenis uit de keizertijd: de Ludovisi-sarcofaag (Palazzo Altemps, Rome)
Terwijl u dit op leest (als het ochtend is), ben ik op weg naar Faqra of (als u dit na de lunch leest) naar Byblos. Het zijn twee van de mooiste plekken in Libanon. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van deKorte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.
Eutropius’ Korte geschiedenis van Rome is niet alleen kort, ze is ook beperkt tot krijgshistorie. Zijn opdracht was nu eenmaal een overzicht te geven van de militaire geschiedenis, met nadruk op het oosten. Ook binnen die opdracht gaat Eutropius echter nogal selectief
Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).
Terwijl u dit op leest, zit ik in het vliegtuig naar Beiroet, waar ik moet zijn voor mijn werk. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van het Breviarium ofwelKorte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.
Eutropius’ schets van het Romeinse verleden biedt meer én minder dan de Nederlandse titel Korte geschiedenis van Rome suggereert. Meer, want de auteur levert niet slechts historische informatie maar geeft in feite politiek advies: hij levert munitie voor discussies over oorlog met Perzië. Minder, want hij bereikt dit doel door een selectie aan te brengen. Dit is niet wat een geschiedkundige zou moeten doen. Een wetenschapper presenteert álle feiten, geen op de wensen van een beleidsmaker toegesneden selectie. In Hoe schrijf je geschiedenis? legt de tweede-eeuwse auteur Lucianus het uit:
Het belangrijkste is dat een historicus een onafhankelijke visie heeft: hij moet voor niemand bang zijn en ook niet naar een bepaalde conclusie toeschrijven, want dan is hij geen haar beter dan een foute rechter die zich laat omkopen en zijn oordeel uitspreekt om bij iemand in de gunst te komen. (vert. Gé de Vries)
Terwijl u dit op zondag leest, ben ik op weg naar Schiphol, omdat ik in Beiroet moet zijn voor mijn werk. Omdat ik daar vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van het Breviarium ofwelKorte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. (Wie annotatie van deze tekst verlangt, mag het boek kopen.)
Er was geen kunstmest in het Romeinse Rijk. De agrarische rendementen waren daardoor zo laag dat slechts een kleine minderheid van de bevolking kon worden vrijgesteld van werk op het platteland. Er waren weinig ambachtslieden, weinig ambtenaren en vooral: weinig onderwijzers, zodat de bevolking grotendeels ongeletterd bleef en informatie schaars was. Dat gold ook voor informatie over de vijanden van het Romeinse Rijk. Een goed generaal bereidde zich voor op een veldtocht door het lezen van geschiedenisboeken over de betreffende tegenstander.
Zo ook keizer Valens (r.364-378), die in 369 na Chr. bezig was met de voorbereiding van een expeditie tegen de Perzen. Het conflict met de oostelijke grootmacht was al ruim een eeuw oud. In 224 na Chr. had de Perzische vorst Ardašir zijn koning, Artabanos IV, verslagen en diens hoofdstad ingenomen. Niet alleen was zo de aloude dynastie van de Parthische Arsaciden vervangen door die van de Perzische Sassaniden, ook de relaties met het Romeinse Rijk bekoelden. Geen decennium was verstreken zonder gevechten. De laatste ronde was geëindigd toen de Romeinse keizer Julianus was gesneuveld, waarna zijn opvolger Jovianus (r.363-364) vrede had gekocht door enkele gebieden langs de Tigris aan de Perzen af te staan. De vrede was kort van duur geweest, want de Perzische vorst Sapor II had het vredesverdrag vrijwel onmiddellijk geschonden, waardoor keizer Valens zich gedwongen zag de strijd te hervatten.
Portret van een vierde-eeuwse Romein (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)
Over Flavius Eutropius, de auteur van een zeer korte geschiedenis van het Romeinse Rijk, weten we eigenlijk alleen wat hij ons zelf terloops meedeelt, en dat is vooral dat hij in 363 deelnam aan de noodlottig verlopen campagne van de Romeinse keizer Julianus tegen de Perzen. De Korte Geschiedenis eindigt anderhalf jaar later met de dood van Julianus’ opvolger Jovianus en de troonsbestijging van de gebroeders Valentinianus en Valens. Het werkje lijkt vervaardigt in 369. Verder weten we uit de aanhef van de Korte Geschiedenis dat Eutropius voor keizer Valens werkte als minister voor verzoekschriften.
Tot zover wat we zeker weten. We hebben minder zekerheid over ’s mans verdere loopbaan. Er is een tweede Eutropius, die in 371-372 gouverneur was van de provincie Asia, in 380-381 prefect van Illyrische prefectuur en in 387 consul, samen met keizer Valentinianus II. Een hoge eer. Als deze tweede Eutropius niet dezelfde is als de historicus, zitten we ineens met een magistraat die nogal out of the blue verschijnt en de allerhoogste posities bekleedt. Dat is niet onmogelijk, maar meestal weten we toch wel íets over de voornaamste Romeinse bestuurders in deze periode. Het is daarom het meest aannemelijk dat we te maken hebben met dezelfde persoon, een conclusie die we ook als het waarschijnlijkere scenario moeten aannemen op grond van het Scheermes van Ockham.
Honorius op een gouden medaillon, gevonden in Velp (Valkhof Museum, Nijmegen)
[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]
In 401 viel Alarik met zijn Tervingi Italië binnen, maar Stilicho sloeg de aanval af. Doordat zijn soldaten zich vooral onledig hielden met het plunderen van het Tervingische kamp, wist Alarik te ontsnappen, maar hij moest zich terugtrekken uit Italië. Dit was Stilicho’s “finest hour”. Enkele jaren later versloeg hij ook de binnenvallende Goth Radagaisus en maakte hij diens volk tot slaven.
Stilicho’s val-in-slow-motion begon rond 406. Grote groepen Vandalen, Sueben en Alanen staken de Rijn over en plunderden en brandschatten zowat alle steden langs de weg Trier-Boulogne, om vervolgens zuidwaarts te trekken. In Brittannië raakten de uit Gallië en Germanië afkomstige troepen zó verontrust dat ze huiswaarts wilden keren. Om dat doel te bereiken keerden ze zich tegen keizer Honorius en Stilicho en riepen ze Constantinus III uit tot hun keizer.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.