
Twitter was leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele postte over de Late Oudheid. Hier is er een over Alarik, vertaald in het Nederland. Het Engelse origineel is hier.
***
Rome geplunderd
1. Vandaag 1615 jaar geleden, op 24 augustus 410 dus, werd Rome geplunderd door een groep die nu bekend staat als de Visigoten – een naam die zij zelf niet kenden. De gebeurtenis is wijd en zijd bekend, maar vermoedelijk is bijna alles wat u denkt te weten onjuist.
2. De man die het bevel tot de plundering gaf, was Alarik, die op dat moment al een veelbewogen carrière achter de rug had als bevelhebber in het keizerlijke leger. De plundering van Rome was het laatste wat hij wilde. Hij was eind 408 voor het eerst met zijn mannen bij de stad aangekomen en had gedurende de volgende achttien maanden de Urbs kunnen innemen.
3. Hij weigerde dat, totdat hij geen alternatief meer had. En toen hij het wel deed, gaf hij zijn mannen strikte bevelen: geen doden en geen brandstichting, en iedereen die zijn toevlucht nam tot een kerk moest ongemoeid worden gelaten. De plundering duurde drie dagen en liet vrijwel geen sporen na in het bodemarchief.
4. Voor Alarik betekende de plundering het einde van ambities die hij vijftien jaar lang had gehad: een legitiem commando voor zichzelf en een plaats voor zijn soldaten in de reguliere Romeinse legers.
Gotische en andere soldaten
5. De kern van zijn volgelingen bestond uit “Goten”. Sommigen – maar zeker niet allemaal – stamden af van de vluchtelingengroepen die in 376 de Donau waren overgestoken. Veel anderen, waaronder Alarik zelf, waren geboren in het imperium of hadden een andere achtergrond.
6. Het was een onrustige tijd, met diverse gedocumenteerde opstanden. Mensen van diverse etniciteiten, Romeinse deserteurs en weggelopen slaven hadden zich bij Alariks schare gevoegd. En keizer Theodosius I, die regeerde vanuit Constantinopel, nam ze in dienst toen een burgeroorlog dreigde met de in Italië residerende keizer Eugenius.
7. Alarik commandeerde zijn troepen tijdens een van de bloedigste gevechten in deze burgeroorlog: de slag bij de Frigidus (394). Zijn mannen behaalden de overwinning maar leden verschrikkelijke verliezen.
8. Keizer Theodosius overleed kort daarna. Zijn twee zonen Arcadius en Honorius, die hem opvolgden in de oostelijke en westelijke gebieden, waren nog kinderen. Ze hadden nooit geleerd een leger te commanderen en leefden geïsoleerd in de keizerlijk paleizen.
Oost en West
9. Alarik buitte de grieven van zijn soldaten uit en ontketende een opstand. We kunnen aannemen dat hij zowel de belangen van zijn soldaten als zijn eigen belangen diende. Voor 395-397 betekende dit de plundering van het Griekse platteland.
10. Dit lijkt barbaars gedrag, maar het was het gewone gedrag van muitende Romeinse soldaten.noot De situatie was in deze jaren verward doordat er een “koude oorlog” was uitgebroken tussen Oost en West.
11. Nu twee kinderkeizers op de troon zaten, probeerden verschillende hoge generaals en ministers de oostelijke en de westelijke regeringen te sturen naar eigen inzicht. Sommige van deze politici willigden Alariks wensen in en gaven hem de officiële commando’s die hij wilde. Hij diende de oostelijke regering in de jaren 397-400 en de westelijke regering rond 402/405-408.
12. Het is geen toeval dat we in deze periode vrijwel niets horen over Alarik: hij en zijn mannen deden gewoon het werk van reguliere keizerlijke soldaten. De zaken veranderden echter drastisch toen de westelijke opperbevelhebber onder wie Alarik had gediend, Stilicho, in 408 werd vermoord.
Alarik versus de junta
13. Een nieuwe junta vervolgde nieuw aangeworven “barbaarse” soldaten. In Italië werden hun families afgeslacht. Woedend zochten degenen die daartoe nog in staat waren, de steun van Alarik. Die ging op dat moment nog niet verder dan dat hij van het keizerlijk hof eiste dat het eerder gemaakte afspraken na zou komen.
14. Dat gebeurde niet en op dat moment, het najaar van 408, marcheerde Alarik voor het eerst op Rome. Gedurende achttien maanden voerde de war lord allerlei onderhandelingen. Hij eiste aanvankelijk het opperbevel over het westelijke leger, drie provincies om zijn soldaten te stationeren en veel goud en graan.
15. Later eiste hij slechts een arme provincie om zijn soldaten te stationeren en graan. Zelfs de vijandige Romeinse bron die dit meldt, vond dit een redelijke eis. Tijdens de laatste onderhandelingen, viel het westerse hof Alariks onderhandelaars aan. Alarik zelf ontsnapte ternauwernood.
16. Hij keerde terug naar Rome en begreep dat hij geen andere opties meer had dan datgene te doen waarmee hij al die tijd had gedreigd. Hij plunderde de stad.
Het belang van 410
17. Alarik stierf kort daarna als “koning” van een schare volgelingen: een titel die hem nooit had geïnteresseerd.
18. Uit deze gebeurtenissen ontstond de kern van de groep die bekend is komen staan als de “[Visi]Goten”. Een groep die aanvankelijk verkeerde in de marge van de Romeinse samenleving maar zich langzaam ontwikkelde tot een volk met een eigen koninkrijk op het Iberische Schiereiland.
19. De plundering van Rome in 410 verdient bekendheid omdat ze één mogelijke uitkomst documenteert. Het verhaal van Alarik en zijn soldaten had heel andere uitkomsten kunnen hebben.
20. In plaats van die alternatieve uitkomsten liep het uit op een uitkomst die waarschijnlijk het slechtst was voor Alarik, voor de westerse regering en voor de arme mensen die de gevolgen maar hadden te verdragen, of het nu barbaren waren of Romeinse families.
Fin.
[Een gastbijdrage van de Gentse historicus Jeroen Wijnendaele, eerder gepubliceerd op Twitter. Meer materiaal van Wijnendaele is daar.]
Zelfde tijdvak
XI Claudia aan de Donauoktober 12, 2024
Efeseapril 17, 2025
De tempel van Isis in Romedecember 9, 2023

“De plundering van Rome in 410 verdient bekendheid …”
ook omdat dat in vele (zeven? acht?) eeuwen niet was voorgekomen. En dat was de reden om de plundering “barbaars” te noemen. Dat in de tussentijd Romeinen (herinneren we ons nog Carthago?) veel erger te keer waren gegaan deed er niet toe.
Toegegeven, veel op deze pagina wist ik nog niet. Maar dit wel.
Er zijn twee onderscheiden betekenissen van barbaars: de ene duidt op een wrede , immorele daad, gedrag waarvan een samenleving die zichzelf ontwikkeld acht gelooft dat ze zelf niet stelt. De andere betekenis geeft aan dat de actoren van een daad vreemden zijn, niet gerekend worden tot de eigen groep.
Rutilius Namatianus, tijdgenoot en waarschijnlijk ooggetuige, maakt duidelijk dat de tweede betekenis ook gold als het om Alarik en zijn leger ging. Voor de Romeinse elite waren dit geen Romeinen en was dit geen burgeroorlog.
Ik denk dat het verschil tussen de twee niet altijd even scherp was.
Hoe rijm je dit:
“Voor Alarik betekende de plundering het einde van ambities die hij vijftien jaar lang had gehad: een legitiem commando voor zichzelf en een plaats voor zijn soldaten in de reguliere Romeinse legers.”
Met dit:
“Sommige van deze politici willigden Alariks wensen in en gaven hem de officiële commando’s die hij wilde. Hij diende de oostelijke regering in de jaren 397-400 en de westelijke regering rond 402/405-408.”
Dit lijkt er namelijk op dat Alarik tomeloze ambities had en hij, ook al regulier Romeins bevelhebber, zijn ambities naar boven zou hebben bijgesteld.
“De zaken veranderden echter drastisch toen de westelijke opperbevelhebber onder wie Alarik had gediend, Stilicho, in 408 werd vermoord.”
Zeker, maar je moet er wel bij zetten dat die zelfde Stilicho en Alaric de 10 jaar daarvóór bijna constant in oorlog met elkaar waren geweest. De dood van Stilicho betekende dat Alaric nu vrij baan had en stappen kon zetten om het Westen over te nemen.
“Die ging op dat moment nog niet verder dan dat hij van het keizerlijk hof eiste dat het eerder gemaakte afspraken na zou komen.”
Dat was – curieus genoeg – een baan die hij van Stilicho gekregen had (magister militum per Illyrium) om vanuit het Westen (!) Illyrië binnen te vallen. Toen dat niet doorging (usurpatie van Constantijn III in Brittannië) eiste Alarik veel goud, dat door de adel in Rome opgebracht moest worden – één van de redenen dat Stilicho in ongenade viel.
Robert Vermaat, had u niet een draad hierover op toen Twitter moeten plaatsen?