Het ontstaan van Marseille (2)

Keltische prinses (of prins) uit de zesde eeuw v.Chr. (Musée de la romanité, Nîmes)

Gisteren blogde ik over de door Justinus en Aristoteles overgeleverde sage over het ontstaan van Marseille. Samengevat: rond 575 v.Chr. arriveerde een groep Grieken die in het gebied van de Segobrigiërs een stad wilde stichten. Toevallig stond koning Nannos op het punt zijn dochter, die Gyptis of Petta wordt genoemd, uit te huwelijken. Zij moest uit de aanwezige huwelijkskandidaten haar echtgenoot kiezen door hem een beker met water te overhandigen, en koos toen een van de zojuist aangekomen Grieken, die Protis of Euxenos heette.

Veel van deze namen zijn ronduit verdacht. De mannelijke stadsstichter heette Euxenos, wat zoiets betekent als “gastvrij”. Zijn alternatieve naam, Protis, betekent “eerste”, maar lijkt te zijn afgeleid van de naam van de latere aristocraten van Marseille, de Protiaden.

Lees verder “Het ontstaan van Marseille (2)”

Het ontstaan van Marseille (1)

Marseille

In de eerste eeuw v.Chr. ontstonden enkele supergrote geschiedwerken. De Romeinse Geschiedenis van Quintus Valerius Antias telde ongeveer 80 boeken; de Wereldgeschiedenis van Nikolaos van Damascus was 144 boeken lang; Titus LiviusGeschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad bestond uit 142 boekrollen. Met 44 rollen was Pompeius Trogus’ geschiedwerk aan de korte kant, in tegenstelling tot de nogal opvallende titel: Geschiedenis van Filippos, het ontstaan van de hele wereld en de steden op aarde. Al deze werken zijn grotendeels verloren, maar gelukkig zijn er in de Oudheid al uittreksels gemaakt. Zo beschikken we wel over Justinus’ Epitome, een uittreksel uit de Geschiedenis van Pompeius Trogus.

De Epitome bevat een schat aan informatie, want Trogus had belangstelling voor de hele wereld. We zouden over de vroege geschiedenis van de Parthen een stuk minder hebben geweten als ook Justinus’ uittreksel verloren zou zijn gegaan. En we zouden het volgende pareltje niet hebben bezeten.

Lees verder “Het ontstaan van Marseille (1)”

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

Lees verder “Tartessos”