De Babylonische Astronomische Dagboeken

Babylonische almanak (British Museum, Londen)

Mesopotamische historiografische documenten zijn niet zo makkelijk te lezen als de Griekse en Romeinse. Sinds de Renaissance hebben Europese historici hun teksten immers gemodelleerd op klassieke voorbeelden, zodat we het (niet zelden valse) gevoel hebben Griekse en Romeinse teksten te begrijpen. Toch heeft het zin eens te kijken naar de Mesopotamische historiografische teksten, die méér hebben te bieden dan informatie over lang vergeten gebeurtenissen. De Mesopotamische kronieken en hun voorstadium, de Astronomische Dagboeken, vertegenwoordigen een vroege aanzet tot wetenschappelijk denken. Daarover nu twee blogstukjes.

Maar eerst het begin. In het begin schiepen de goden de hemel en de aarde. Ze bouwden hun hemelse paleizen, regelden de kalender en schiepen de sterren, de zon en de maan. Vervolgens bouwden ze een stad om het Nieuwjaarsfeest vieren: Babylon, het fundament van de hemel op aarde. En tot slot schiepen de goden mannen en vrouwen, opdat die het land zouden bewerken en het voedsel produceren dat ze offerden aan hun scheppers. Lees verder “De Babylonische Astronomische Dagboeken”

Lulletje Rozenwater

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Historici, zo geeft De Volkskrant van gisteren de mening weer van toekomstonderzoeker Patrick van der Duin, hebben een veel te grote greep op het maatschappelijke debat in Nederland. De geïnterviewde noemt de namen van die historici niet en dat maakt het wat lastig zijn bewering te toetsen. Bij de onderwerpen waar ik wat van denk te weten is echter één ding zeker: het debat is juist niet in de greep van de historici. Elke historicus kan je bijvoorbeeld uitleggen dat sjabloons als “het vrije, humanistische Europa tegen het mystieke, despotische Nabije Oosten” onzinnig zijn, maar we raken er almaar niet van bevrijd. Als het gaat om bijvoorbeeld de islam, is het debat in de greep van politicoloog Samuel Huntington, classicus Paul Cartledge of kwakhistoricus Tom Holland. Als historicus ben je het lulletje rozenwater waar niemand naar luistert.

Ik vermoed dat Van der Duin iets anders bedoelt: het verleden heeft een te grote greep op ons denken. Sterker nog, die constatering zélf illustreert hoezeer het verleden greep heeft op ons denken. “History is the nightmare from which I am trying to awake” is immers een gouwe ouwe. Zo geherformuleerd heeft Van der Duin het grootste gelijk van de vismarkt en hij illustreert het goed:

Lees verder “Lulletje Rozenwater”

Babylonische astronomie

Tablet met een lijst van verduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr.

In voorhistorische tijden had de Babylonische oppergod god Marduk het monster Tiamat verslagen. Hij had haar huid als een uitspansel gebruikt om de hemel te doen ontstaan en had de andere lichaamsdelen benut om de aarde, de bergen en wat dies meer te maken. Ook had Marduk de zon, de maan en de sterren geschapen, hun banen langs de hemel getrokken en de ritmes vastgesteld die de eindeloze tijd overzichtelijk maken. Alles zou zich vroeg of laat herhalen.

Zodoende konden mensen weten wat hun te wachten stond, mits ze goed registreerden wat er aan de hemel te lezen was en wat er daadwerkelijk gebeurde. En dus klommen de astronomen van Babylon elke nacht naar de top van de tempeltoren Etemenanki (“het huis van het fundament van de hemel op aarde”, de Bijbelse “Toren van Babel”) middenin de stad om te zien wat er gebeurde. Het resultaat is de enorme collectie kleitabletten in het British Museum die bekendstaat als de Astronomische Dagboeken. Nacht na nacht werd bijgehouden wat er te zien was geweest, dag na dag schreef men op wat er was gebeurd.

Lees verder “Babylonische astronomie”