De tempel in Jeruzalem

Maquette van de tempel in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Ik heb het in mijn reeks over het Nieuwe Testament regelmatig over de joodse tempel in Jeruzalem. De vaste lezers hebben het plaatje hierboven al eerder gezien: de maquette die staat bij het Israel Museum. Middenin ziet u de eigenlijke tempel, links is de basiliek waar het Sanhedrin vergaderde en rechts is de Burcht Antonia, waar het Romeinse garnizoen was gestationeerd. Een wat systematische behandeling van de functie van de tempel, die heb ik echter nooit gegeven. Hier wat kanttekeningen.

Offerplaats

Om te beginnen: elke tempel was in de Oudheid de plek waar mensen kwamen om te offeren. De tempel in Jeruzalem was in zoverre bijzonder dat de priesters erin waren geslaagd de offerdienst te monopoliseren: oude offerhoogtes waren opgegeven en andere tempels voor Jahweh waren – althans voor de samenstellers van de Bijbel – niet de ware cultusplaatsen. Ze waren er overigens wel degelijk: er werd aan Jahweh geofferd op altaren op de berg Gerizim, in Elefantine, in Babylonië, in Leontopolis, mogelijk ook in Beiroet en Rome. Maar een voor een werden die tempels gesloten. Jeruzalem zelf werd in 70 na Chr. verwoest.

Lees verder “De tempel in Jeruzalem”

De gelijkenis van de slechte pachters

Een kuil voor de wijnpers (Neot Kedumim)

De gelijkenissen of parabels golden lange tijd als de beste voorbeelden van Jezus’ prediking. Het klonk zo logisch: een van het platteland afkomstige messias gebruikte natuurlijk eenvoudige beelden en vormen, ontleend aan het dagelijkse leven. De vorig jaar overleden onderzoeker John P. Meier heeft dat beeld genuanceerd. Met de bestaande methoden is van de meeste gelijkenissen niet te zeggen of ze teruggaan op de historische Jezus. Ik legde het al eerder uit en laat dat verder rusten, maar niet zonder te hebben opgemerkt dat het feit dat we bepaalde zaken met de gangbare criteria niet kunnen authenticeren, niet wil zeggen dat ze onhistorisch zijn. Het wil slechts zeggen dat we het niet weten kunnen. Misschien verbetert de methode. Dat kan. Waarschijnlijk moeten we echter gewoon accepteren dat er grenzen zijn aan de kenbaarheid van de Oudheid. Zo simpel.

Een van de gelijkenissen die, bij de huidige stand van de methode, geldt als authentiek, is de parabel van de wijngaard, ook wel bekend als de boze pachters. Ze is te vinden in het evangelie van Marcus en de redenatie waarom ze authentiek moet zijn, is redelijk complex.

Lees verder “De gelijkenis van de slechte pachters”

J.P. Meier over Jezus’ gelijkenissen (2)

meier_parables

Ik gaf in mijn vorige stukje al aan waarom Meiers boek Probing the Authenticity of the Parables belangrijk is: binnen een deelgebied van de oudheidkunde dat methodisch sterk is, is dit het best-leverbare. Dat laat onverlet dat het thema waaraan Meier zich in het vijfde Marginal Jew-boek waagt, de parabels, weinig kans biedt op succes. Twee stukjes geleden gaf ik al aan dat er voor een historicus, bij de huidige stand van de methode, geen eer aan valt te behalen. Wellicht moeten we de methode aanpassen maar de discussie daarover lijkt aan Meier niet besteed.

Wil dat zeggen dat Probing the Authenticity of the Parables een slecht boek is? Nee, zelfs al zijn twee conclusies voorspelbaar. Ik heb ze al beschreven.

  • De eerste is dat de parabels in de evangeliën van Matteüs en Lukas vrijwel zeker hun eigen composities zijn. Het is jammer, maar het is niet anders: exit de Dwaze Maagden dus, alsmede de Barmhartige Samaritaan, de Verloren Zoon, de Farizee en de Tollenaar.
  • De tweede conclusie is dat de parabels uit Marcus en Q in één van deze twee bronnen zijn overgeleverd en dat ze dus – testis unus testis nullus, één bron is geen bron – niet te authenticeren zijn. Dat wil niet zeggen dat ze onecht zijn, het wil alleen zeggen dat we het niet weten. Jammer van de gelijkenissen van de Zaaier en de Goede Herder.

Lees verder “J.P. Meier over Jezus’ gelijkenissen (2)”