Authenticiteitscriteria (1)

Jezus en de samaritaanse vrouw. Fresco uit de Catacomben van Praetextatus. Het kapsel van de vrouw suggereert een datering in de Severische tijd, dus rond 200 n.Chr.

Het was niet mijn bedoeling van het ene naar het andere stukje over het voorrabbijnse jodendom te stappen. Er is zoveel meer Oudheid. Maar mijn lezersbestand vernieuwt zich en oude vragen keren terug, zoals die naar de betrouwbaarheid van onze bronnen. Of het nu de evangeliën zijn of Tacitus of Cassius Dio of Suetonius of Flavius Josephus: ze hebben allemaal hun vooringenomenheden en een wereldbeeld dat niet het onze is. De lezer moet een vertaalslag van de ene naar de andere cultuur maken – we noemen dat hermeneuse – en vervolgens moeten we de geboden informatie beoordelen.

Als het gaat om het Jezus-onderzoek (ik licht dit eruit omdat er een vraag over was) hebben we te maken met een vrij complexe situatie. De brieven van Paulus zijn redelijk oud en verwijzen naar een eerdere situatie, die die zal zijn geweest van de leerlingen die Jezus hadden gekend. Toen stond centraal dat het Einde nabij was.

Paulus concludeerde al dat de Wet van Mozes niet meer was wat ’ie was geweest, dat het belangrijk was te geloven dat Jezus de messias was geweest, dat de mensheid was gered en dat Jezus zou terugkeren om de volken te oordelen. (De discussie over het Nieuwe Perspectief op Paulus laat ik even buiten beschouwing.) Iets later ontstaan de evangeliën – eerst Marcus, dan Matteüs en Lukas, tot slot Johannes – en dan is het geloof in Jezus al belangrijker dan het geloof van Jezus.

In de evangeliën staan niet meer de vragen centraal die Jezus en zijn tijdgenoten bezighielden. Eén nieuwe vraag was: wat te doen met niet-joodse bekeerlingen? Een andere vraag: wanneer keert Christus nu terug? Sommige verhalen in de evangeliën lijken toegevoegd om een geloofsartikel van deze of gene groep gelovigen te onderstrepen, zoals het verhaal van de gedaanteverandering, waarin enkele leerlingen Jezus zien in zijn hemelse glorie, samen met Mozes en Elia. Dit lijkt bedoeld geweest om Jezus te presenteren als de gelijke van de profeten van weleer. Andere verhalen lijken te moeten bewijzen dat oude voorspellingen in vervulling waren gegaan, zoals het verhaal van de ster van Betlehem. Matteüs’ gelijkenis van de verstandige en dwaze bruidsmeisjes, waarvan sommige zich wel en andere zich niet hebben voorbereid op de komst van de bruidegom, lijkt een reactie op het uitblijven van Christus’ wederkomst.

Zo zijn er dus als het ware drie lagen in onze teksten:

  1. de laag van de evangeliën, waarin het geloof in Jezus centraal staat;
  2. de laag van de brieven van Paulus;
  3. en een onderste laag van mondeling doorgegeven tradities over Jezus.

Hoe vinden we daarin de historische, joodse Jezus? Je kunt natuurlijk zeggen: “Het is te ingewikkeld en de verhalen over wonderen kunnen niet, dus het is allemaal onbetrouwbaar”. Dat is wat al te makkelijk. Je kunt ook zeggen: “Al die wonderverhalen zijn echt, jammer van de natuurwetten” en dat kan een historicus evenmin voor de rekening nemen. We moeten een middenweg vinden en dat is dus wat de afgelopen twee eeuwen is gebeurd. Let wel: dit geldt dus niet alleen voor de evangeliën, maar voor alle oudheidkundig onderzoek. De problemen doen zich ook voor bij keizer Vespasianus (liet lammen lopen en blinden zien) en bij keizer Marcus Aurelius, die vrij succesvol zou zijn geweest als regenmaker.

Die middenweg is nog niet zo makkelijk te vinden. Soms denkt een historicus dat hij een anekdote terzijde moet schuiven als bedenksel van het vroege christendom, maar daarbij baseert hij zich dan op een beeld van dat vroege christendom dat is gebaseerd op juist die bronnen waarvan hij een deel als niet-authentiek terzijde schuift. Het gevaar van cirkelredeneringen is groot en al een eeuw geleden concludeerde Albert Schweitzer dat menig portret van de historische Jezus meer zei over degene die het schetste dan over de geportretteerde. Het enige wat met zekerheid viel te zeggen, meende hij, was dat Marcus het oudste evangelie was, dat er daarnaast een bron Q was geweest, dat Jezus was gekruisigd en dat hij had geloofd dat het einde der tijden nabij was. De kruisiging was te schandalig en het einde der tijden liet te lang op zicht wachten om te zijn verzonnen.

Deze conclusie is inmiddels wat al te sceptisch gebleken. De ontdekking van de Dode Zee-rollen vergrootte ons inzicht in het Tempeljodendom. Jezus zélf wordt niet genoemd in die teksten, maar het bleek dat zijn ideeën (die we, ondanks alles, kunnen reconstrueren) perfect pasten in zijn tijd. Tegelijk kozen onderzoekers ervoor te werken met strikte criteria om vast te stellen wat met enige waarschijnlijkheid wel of met enige waarschijnlijkheid niet op Jezus terugging. Daarover morgen meer.

11 gedachtes over “Authenticiteitscriteria (1)

  1. FrankB

    “Je kunt natuurlijk zeggen:”
    Ik geef de voorkeur aan een variant hierop: wat is het belang hiervan? De overtuigingen van de eerste christenen (dwz. na de verwoesting van de Tempel) verschilden al zo sterk van die van de proto-christenen (dwz. ervoor). Dan maakt het mij nog nauwelijks uit in hoeverre de eerste volgelingen – met name de apostelen en Paulus – afweken van de historische Jezus. De conclusie blijft hetzelfde: ook het proto-christendom was een dynamische beweging waarvan de standpunten helemaal niet zo vaak afhingen van een vroeg verscheiden leiders- en voorbeeldfiguur.
    Natuurlijk weerspiegelt dit standpunt mijn eigen vooroordelen. Als ongelovige heb ik er geen enkel persoonlijk belang bij. Wat we van zijn levensloop weten (nee, niet met absolute zekerheid) maakt hem in mijn ogen niet erg interessant. Paulus van Tarsus trekt veel gemakkelijker mijn aandacht. Judas ook, maar voor hem geldt nog veel sterker dat het, nou ja, niet ingewikkeld is, maar onmogelijk om meer van hem te weten te komen.
    Ik zou graag zien dat Paulus meer aandacht kreeg. Want laten we eerlijk wezen, tenzij we net zo bekrompen zijn als Jezusmythologen hebben we het over Paulus (en in verband daarmee Petrus) zodra we het over Jezus hebben. Naar mijn idee was vooral Paulus verantwoordelijk voor bovengenoemde dynamiek, inclusief de snelle verspreiding over het oostelijk Middellandse Zee gebied. Hij belichaamt ook nog eens de culturele wisselwerking van de (destijds) marginale joodse cultuur (die ook al geen eenheidsworst was) met de opgelegde Grieks-Romeinse.
    Dus doe me een plezier en besteed ook een serie (desnoods een korte) aan hem.

    1. Ik ondersteun dit verzoek van harte. Ik heb Paulus ook altijd een veel interessanter (mag ik zeggen: échter?) figuur gevonden dan (de historische) Jezus.

  2. FrankB

    “meer zei over degene die het schetste dan over de geportretteerde”
    Dat bedoel ik precies – dit gaat ook op voor de bijna exclusieve concentratie op Jezus en het negeren van Paulus.

    1. Robbert

      Huh? Negeren??
      Er zijn talloze boeken geschreven over Jezus. Niet te tellen.
      Niet zo gek, met hem begon het.
      Er zijn ook talloze boeken geschreven over Paulus. Niet te tellen.
      Misschien wat minder; niet zo gek, hij volgde.

  3. jacob krekel

    De vraag “wat is het belang hiervan?” is uitbreidbaar naar vrijwel alles wat vroeger gebeurd is en waar de wetenschap der geschiedenis zich mee bezig houdt. Dat belang was vaak – helaas – dat men zodoende kon bewijzen dat het eigen volk een unieke plaats in de geschiedenis heeft en een door die geschiedenis bepaald karakter. Onzin, kortom, ligt op de loer. Dat je iets interessant vindt is belang genoeg. En dat mag best verschillen. Wat is het belang van schaken? Of van voetbal? Alleen subjectief te beantwoorden.
    Dan Paulus. Dat is een soort mount everest. Van hem zijn een stel brieven overgeleverd die nog steeds gelezen worden, en daarom is de indruk gevestigd dat hij zo’n beetje in zijn eentje het christendom onder de heidenen heeft verspreid. Wat evident niet zo is. Paulus heeft niet het Christendom gebracht naar Egypte. Niet naar Syrie. Niet naar Mesopotamie. Niet naar Perzie. Niet naar Rome. Niet naar enz enz, en toch waren daar christenen. Allemaal door anderen gedaan waar meestal niets van bekend is.
    Maar Paulus is zeker een interessante figuur.

    1. Martin

      Het probleem is dat het Christendom erg machtig is geworden, dus dan is ideologie belangrijker dan historische waarheid. Het katholicisme is altijd zeer paternalistisch en totalitair geweest, het gewone volk moest niet gaan twijfelen over wat waar is of niet, want daar kan het gewone volk niet tegen. De Evangeliën staan vol met propaganda.

      1. Die propaganda, is dat zo? Zo heb ik het nooit gelezen. Dat totalitaire van de katholieke kerk onderschrijf ik wel. De passages waarin Jezus’ broers genoemd worden zijn bijvoorbeeld altijd schielijk weggemoffeld, omdat het gewone volk aan de maagdelijkheid van Maria zou kunnen gaan twijfelen. Het lezen van de bijbel door leken werd eeuwenlang zo niet verboden dan toch ontmoedigd, hoewel zowel de misliturgie als het officie voor 90% uit oud- en nieuwtestamentische teksten bestaat.

        1. Martin

          Wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging, een dode Lazarus weer tot leven wekken, etc. Jezus was een tovenaar. Ja, hoor.

          1. Dat zijn natuurwonderen en geen genezingen. En met de authenticiteitscriteria zijn ze niet “hard” te maken. Net zoals andere natuurwonderen, regenwonderen en wat dies meer zij in de antieke literatuur.

  4. jacob krekel

    @martin
    De evangeliën zijn ouder dan het katholicisme en de inhoud ervan is niet door het latere katholieke geloof beïnvloed. Ook de congragatio de propaganda fide is van later datum.
    De evangeliën zijn gelovige interpretaties van jezus leen, sterven en opstanding. Zaken waarover de christenen nooit tot een gemeenschappelijke opvatting zijn gekomen. Gelukkig maar.

    1. Je zou het onderscheid tussen canonieke en apocriefe evangeliën een “gemeenschappelijke opvatting” kunnen noemen. Eentje waar de katholieke kerk toch wel invloed op gehad heeft.

Reacties zijn gesloten.