Sint-Joris in Chtaura

Sokkel van het ruiterstandbeeld van, eh, Sint-Joris in Chtaura

Chtaura – de Arabische naam wordt ook anders getranscribeerd – ligt aan de grote weg van Beiroet naar Damascus, op de plaats waar deze zich vertakt naar Baalbek en Nabatiye. Een kruispunt van wegen, clichét uw reisgids. Het was lange tijd een van de centra van de Syrische bezetting. Nog altijd zijn er in Chtaura talloze banken die hun diensten aanbieden aan vooral Syriërs.

Langs de grote weg stond ooit een groot standbeeld van Bassel al-Assad, de oudste zoon van Hafez en de broer van de huidige Syrische president Bashar al-Assad. Het was een ruiterstandbeeld, want de geportretteerde hield ervan paard te rijden. Hij gold als opvolger van Hafez al-Assad, maar overleed in 1994 bij een auto-ongeluk. De sokkel van het beeld ziet u op de foto hierboven.

Lees verder “Sint-Joris in Chtaura”

T.E. Lawrence in Aleppo

baron_hotel

Wie wat bewaart die heeft wat. De bovenstaande foto maakten we acht jaar geleden in Aleppo in wat in 2008 het Baron Hotel heette en een eeuw geleden Baron’s Hotel.

Niet alleen Lawrence overnachtte en dineerde er (en vergat zijn rekening te betalen), het is ook waar koning Faisal de onafhankelijkheid van Syrië uitriep, waar Agatha Christie Murder on the Orient Express schreef. Tot de andere gasten behoorden Atatürk, archeoloog Max Mallowan, Charles Lindbergh, president Nasser, Charles de Gaulle, Yuri Gagarin en – hoe kan het ook anders in de Syrische hoofdstad – Hafez al-Assad.

Lees verder “T.E. Lawrence in Aleppo”

Na de Cederrevolutie

De Libanese Burgeroorlogen (1975-1990) kenden vooral verliezers. De maronieten bijvoorbeeld, die hun dominantie over het land ten einde zagen komen. De Palestijnse vluchtelingen die, onbeschermd door de PLO en in de steek gelaten door de internationale gemeenschap, het zwaarst werden getroffen. De Libanese bevolking, die zich ondanks alles wonderbaarlijk weerbaar hield. Aan het einde was iedereen oorlogsmoe en kreeg de Syrische president, de oude Hafez al-Assad, het land van de oude president Bush min of meer cadeau, in ruil voor Syrische steun bij de bevrijding van Koeweit.

De wederopbouw is daarna snel gegaan. Toen de Britse schrijver William Dalrymple in 1996 Beiroet bezocht, verwachtte hij een ruïnestad maar was hij verbaasd over de moderne architectuur en de alomtegenwoordige modewinkels. Hij verwachtte armageddon maar vond Armani (meer). De investeerders waren landen als Saoedi-Arabië en de Golfstaten, de man die het geld loskreeg was de Libanees-Saoedische miljardair Rafiq Hariri, de organisatie die de herbouw organiseerde heette Solidere, en als ik u zeg dat Hariri 10% van de aandelen daarvan bezat én premier van Libanon was, dan zult u begrijpen dat het geen heilige was.

Lees verder “Na de Cederrevolutie”

De Libanese burgeroorlogen (6)

De beroemde foto van Françoise Demulder: de bewoners van het Palestijnse vluchtelingenkamp Karantina worden opnieuw tot vluchtelingen gemaakt.
De beroemde foto van Françoise Demulder: de bewoners van het Palestijnse vluchtelingenkamp Karantina worden opnieuw tot vluchtelingen gemaakt.

[Dit is het zesde deel van een serie van dertien artikelen. In het voorafgaande beschreef ik hoe een etnisch en religieus heterogene, jonge staat grote groepen Palestijnse vluchtelingen wist te absorberen en economisch opbloeide, maar hoe de aankomst van bewapende Palestijnen vanaf 1970 de verhoudingen op scherp zette. Het eerste deel is hier.]

In april 1975 openden enkele schutters het vuur op Pierre Gemayel, de sterk anti-Syrische leider van de Falange. Hij overleefde de aanslag, maar de eerste doden waren gevallen in wat zou escaleren tot een burgeroorlog. De Palestijnen kregen destijds de schuld en de falangisten beschoten, bij wijze van represaille, een bus met Palestijnen: zesentwintig doden. De maanden erna werd er sporadisch gevochten en even hoopte men nog dat het een incident was geweest en dat alles rustig zou blijven.

Lees verder “De Libanese burgeroorlogen (6)”