Herodotos’ bronnen

De stadsmuur van Babylon.

[Vijfde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Herodotos beweert dat hij de hele bekende wereld heeft bezocht. Onder zijn informanten heeft hij priesters uit Griekenland, Egypte en Babylon; Libiërs, Karthagers, Cyprioten, Egyptenaren, Grieken, Italianen, Perzen, Feniciërs en Skythen. Iedereen lijkt te hebben willen meewerken.

Fake nieuws?

Interviews lijken Herodotos’ belangrijkste bron te zijn geweest. Als een goed journalist presenteert hij zijn publiek verschillende versies van dezelfde gebeurtenis. Zo biedt hij in 8.37 niet alleen een Grieks verslag van de Perzische aanval op de Griekse tempel in Delfi, met daarin opgenomen de opportune verschijning van twee bovennatuurlijke helpers die de Perzische aanval pareerden, maar hij is er zelfs in geslaagd een Perzische informant van deze goddelijke interventie te vinden.

Als dat geen stokoude krijgsgevangene is geweest die in Herodotos’ tijd slavenarbeid verrichtte, is dit echter een wat rare claim. Eigenlijk is het te mooi om waar te zijn. Er zijn wel meer voorbeelden van zegslieden die verdacht goed geïnformeerd zijn. We worden geacht te geloven dat de Egyptenaren en Perzen iets konden melden over de legendarische Trojaanse Oorlog. Babylonische priesters geven een beschrijving van de Esagila, de tempel van hun god Marduk, die volstrekt niet klopt met de archeologisch goed gedocumenteerde situatie.

De Duitse classicus Detlev Fehling (1929-2008) heeft daarom betoogd dat wanneer Herodotos zijn bron vermeldt, dit bijna het beste bewijs is dat hij niet de exacte waarheid vertelt. Ontevreden over de werkelijke gebeurtenissen, besloot hij ze te verbeteren, opdat de betekenis van de gebeurtenissen beter tot uiting zou komen. Voor deze suggestie valt veel te zeggen. Andere oudheidkundigen hebben daarentegen betoogd dat de kritiek van Fehling wat vergezocht is. Een inleiding tot de discussie is hier.

In elk geval: Herodotos schreef zijn verhaal jaren nadat hij deze of gene plaats had bezocht. Hij beschikte niet over landkaarten en fotografie. Hij laat weleens een verhaal liggen want hij kon niet iedereen spreken. Er zit dus wel wat in het standpunt dat we niet al te hard moeten oordelen.

Ik denk echter dat dit in elk geval voor Babylon niet overtuigend is. De Halikarnassiër wil ons in 1.178 bijvoorbeeld doen geloven dat de muren van Babylon honderd meter hoog zouden zijn geweest. Als hij de stad werkelijk zou hebben bezocht, zou hij dergelijke onzin nooit hebben opgeschreven. Edward Gibbon wist in de achttiende eeuw al dat het onmogelijk waar kon zijn. Meer hier.

Perzische informatie

Soms is het echter mogelijk Herodotos’ informatie te controleren. Vergelijking met spijkerschriftteksten leert bijvoorbeeld dat vrijwel alle door hem vermelde Perzische namen overeenkomen met bestaande namen. Zo noemt hij de Perzische leiders die in de vertaling van Hein van Dolen zijn aangeduid als Cyrus, Kambyses, Hystaspes, Darius, Xerxes en Artaxerxes I Makrocheir; dit zijn de equivalenten van Kurush, Kambujiya, Vishtaspa, Darayavaush, Khshayarsha en Artakhshaça. Ook hovelingen krijgen plausibele namen en dat bewijst dat Herodotos goed op de hoogte was van wat er ten paleize gebeurde.

Herodotos moet dus (indirect) toegang hebben gehad tot Perzische bronnen. Zo kan hij het verhaal van Darius’ staatsgreep vrij gedetailleerd vertellen, vrij goed in overeenstemming met de officiële propaganda. Die kennen we uit de beroemde Behistun-inscriptie. Er zijn een paar details die afwijken, maar de hoofdlijn is dezelfde. Ook beschikt Herodotos over een Perzische lijst van satrapieën en staatsinkomsten, die wat lijkt op documenten als Xerxes’ Daiva-inscriptie.

Een derde document lijkt te zijn geschreven in het Grieks en lijkt de bron te zijn geweest voor de catalogus van Xerxes’ leger. In 7.146 vertelt Herodotos ons wat voor soort document dit is geweest: in de winter van 481/480 stuurde het Griekse oppercommando drie spionnen naar Sardes, waar het Perzische leger zich verzamelde. De Perzen arresteerden de pottenkijkers, waarop Xerxes hun alle gelegenheid gaf alles goed te bekijken, hopend dat hun verslag de Grieken de stuipen op het lijf zou jagen, zodat ze zich uit zichzelf zouden onderwerpen en het bloedvergieten kon worden overgeslagen. Dat pakte anders uit, maar Herodotos kreeg zo een waardevolle bron.

Afgezien van de namen van de hovelingen en generaals en deze twee catalogi, zijn er wel meer momenten waarop Perzische informatie valt aan te nemen. De beschrijving van de Koninklijke Weg is een voorbeeld. Wie de Perzische informant was, weten we niet, maar zelf wil ik denken aan bijvoorbeeld generaal Artabazos.

Literatuur en familieverhalen

Zoals al opgemerkt in het tweede stukje, lijkt Herodotos een rijk man te zijn geweest. Hij was in elk geval goed opgeleid en kende de literatuur van zijn tijd. Zo citeert hij niet alleen Homeros, maar ook de leerdichten van Hesiodos, de poëzie van Sapfo en Pindaros, en verder de tragici Aischylos en Frynichos.

Hij heeft ook de Beschrijving van de aarde van Hekataios van Milete (c.550-c.490) gelezen. Dat lijkt geen genoegen te zijn geweest, want Herodotos maakt deze Griekse geograaf regelmatig belachelijk. Zijn minachting voor Hekataios belette niet dat Herodotos zijn voorganger plagieerde: de passage over het nijlpaard waarover ik al eens blogde, schijnt te zijn overgeschreven. Een andere door Herodotos benutte geograaf is Skylax, die verslag had gedaan van India en de kusten van de Indische Oceaan.

Tot slot waren er de verhalen die circuleerden in de Griekse heiligdommen, zoals het verhaal van Kleobis en Biton in Delfi, en bij de adellijke families, waaronder een van de twee koninklijke dynastieën van Sparta. We kunnen ons voorstellen hoe Herodotos een graag geziene spreker was, die uitnodigingen kreeg om lezingen te verzorgen en dan verbleef bij een aristocratische familie. Daar hoorde hij dan verhalen over de grootse en indrukwekkende prestaties van de voorouders, die hij later verwerkte in de Historiën.

Herodotos combineerde dus interviews en familieverhalen, kende de literatuur van zijn tijd en raadpleegde enkele documenten. We kunnen toevoegen dat hij veel heeft gereisd (of dat althans pretendeert), waardoor hij veel plekken uit eigen waarneming kent.

[Wordt na het weekend vervolgd. Er is nogal wat online materiaal op LacusCurtius.]

4 gedachtes over “Herodotos’ bronnen

  1. A. den Teuling

    Wat betreft kritiek op geschreven bronnen dient men rekening te houden met antieke wetenschappelijke gebruiken. Bronnen waarmee een schrijver het eens is worden zonder bronvermelding en voor ons dus oncontroleerbaar geciteerd of naar huidige norm geplagieerd, maar kritiek wordt in scherpe en voor ons gevoel kwetsende wijze gepresenteerd. Wijlen prof. Drossaart Lulofs (ik hoop dat ik de naam goed spel) citeerde in dat verband een passage uit Aristoteles die na een papyrusvondst regelrecht geciteerd bleek uit een auteur die elders door A. als onbenul wordt weggezet. Herodotus is natuurlijk een eeuw eerder, maar hij kan juist groot respect hebben gehad voor Hekataios.

  2. Marijn Taal

    Herodotus een graag geziene spreker die uitgenodigd werd om lezingen te verzorgen en veel onderweg was? Hij klinkt een beetje als u, meneer Lendering!

  3. Dirk Zwysen

    Nog een reactie bij een reactie bij het derde deel (ik sta wat achter).

    Er wordt gesteld dat geletterde Grieken en Romeinen de Bijbel niet als goddelijk geïnspireerd konden aanvaarden omdat tegenstanders als Filistijnen op te weinig begrip kunnen rekenen.
    Twee bedenkingen: hoe strikt maakten de antieken het onderscheid tussen geïnspireerde en wereldlijke teksten? Niet zo streng als hedendaagse (on)gelovigen, denk ik.
    Het zou me ook verbazen als menselijkheid het criterium was om een tekst goddelijke inspiratie toe te dichten. Antieke religie was minder op moree richtlijnen gestoeld dan de monotheïstische godsdiensten vandaag.

Reacties zijn gesloten.