Johannes Kinker

kinker
Johannes Kinker

Jaloers was ik, toen ik hoorde dat de bewoners van de Apeldoornse Vondellaan in hun straat een buste hadden geplaatst van de grote dichter. Ik woon aan de Bilderdijkkade in Amsterdam en het is ondenkbaar dat de naamgever hier ooit een gedenkteken zal krijgen, hoewel zijn Aanmerkelijke luchtreis best de moeite van het lezen waard is. Het is in feite de eerste Nederlandstalige science fiction. Maar Bilderdijk zal nooit een buste krijgen, laat staan een standbeeld.

Amsterdam is namelijk slecht in het eren van zijn schrijvers. Een paar blokken van mijn huis is W.F. Hermans geboren en de school waar hij leerde schrijven (en waar “Manuscript in een kliniek gevonden” zich afspeelt) is er nog steeds. Vanzelfsprekend komt daar geen gedenkteken – dat  zou hypocriet zijn in een stad die hem persona non grata verklaarde. Dat is al erg genoeg, maar nee, hij kreeg nog een trap na: toen de school een nieuwe naam moest krijgen, werd ze vernoemd naar een andere schrijver.

Lees verder “Johannes Kinker”

Vingers en cijfers

Er is iets raars aan de hand met herdenkingen. Dat wat herdacht moet worden is in het 100e jaar niet belangrijker dan in het 99e jaar. De enige reden om dit jaar 2000 jaar keizer Augustus, 1200 jaar Karel de Grote of 100 jaar Eerste Wereldoorlog te herdenken, is dat die aantallen er zo leuk bij staan in het tientallig stelsel. Anders gezegd, we hebben de platvloersheden dit jaar te wijten aan het feit dat we tien vingers hebben. Het belang van geschiedenis afhankelijk van een biologisch feitje.

Zouden we twee keer drie vingers en een zestallig stelsel hebben, dan noteerden we dit jaar dat Augustus 13132 jaar dood was, dan schreven we nu dat Karel de Grote 5320 jaar geleden overleed en hadden we alweer tot 244 geteld voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Dan zouden we nu niets herdenken.

Lees verder “Vingers en cijfers”

De eerstgevallenen

Door een gelukkige speling van het lot woont mijn collega Theo Toebosch bij me in de buurt. We komen elkaar elke maand wel eens in de winkelstraat tegen, lunchen regelmatig en komen ook wel eens bij elkaar over de vloer. Dat maakt me niet tot de meest objectieve recensent van zijn laatste boek, De eerstgevallenen, maar dat weerhoudt me niet dit boek over de Eerste Wereldoorlog onder uw aandacht te brengen.

De eerste eerstgevallene is de Franse korporaal André Peugeot, die op 2 augustus 1914 om het leven kwam bij een incident aan de Frans-Duitse grens. Dat was dertig uur voordat Duitsland met een oorlogsverklaring aan Frankrijk een tot dan toe kleinschalig conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië deed escaleren en misschien moet je daarom zeggen dat de dood van Peugeot geen oorlogshandeling was maar een moord in vredestijd. Hoe dat ook zij, Peugeot geldt als de eerste dode van de Eerste Wereldoorlog.

Lees verder “De eerstgevallenen”

Opgewarmd kliekje

Searching For Utopia
Searching For Utopia

Daar kaapte De Speld toch even een primeur voor mijn neus weg, met dat stuk dat de wereld het verleden herdenkt. Voorwaar, het zijn belangwekkende vergezichten die de daar geciteerde opiniemakers openen. Gelukkig komt er een gedramatiseerde televisieserie. “Dat zie je altijd,” licht een van de betrokkenen toe, “Nu alles op de dag af zo veel tijd geleden is, neemt de interesse weer toe.”

Alle gekheid op een stokje: ik voel me ongemakkelijk bij al die herdenkingen. De media waren nog bezig met de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede of we herdachten dat het zeventig jaar geleden was dat de Invasie plaatsvond. Later dit jaar volgen de mislukte staatsgreep van Von Stauffenberg, de slag om Arnhem en het Ardennenoffensief – allemaal zeventig jaar geleden – alsmede de moord op Van Gogh in 2004 en, één week later, het zilveren jubileum van de val van de Berlijnse Muur. We herdenken wat af.

Lees verder “Opgewarmd kliekje”

Vondel aan de Nes

Vondel (Amsterdam, Bank van Lening)
Vondel (Amsterdam, Bank van Lening)

Ik blogde onlangs over de buste van Joost van den Vondel die in 1987 door de bewoners van de Apeldoornse Vondellaan is opgericht ter ere van de dichter. Die werd onthuld door de directeur van de Amsterdamse Stadsbank van Lening, de instelling waar Vondel van 1658 tot 1668 heeft gewerkt.

“Het kan toch niet zo zijn dat ze in Apeldoorn wel een buste hebben en wij niet?” lijkt de directeur te hebben gedacht, want drie jaar werd een kopie van de Apeldoornse buste geplaatst in het kantoor van de Stadsbank. Het portret van de beroemdste employee werd onthuld door burgemeester Ed van Thijn. Ik neem aan dat ook deze buste is gemaakt door bronsgieter Roel Maaskant.

Lees verder “Vondel aan de Nes”

Vondelherdenking in Apeldoorn

Joost van den Vondel

Er bestaat een hilarisch verhaal van Godfried Bomans, “Vondelherdenking in Beetsterzwaag”, waarin de schrijver vertelt hoe hij bij toeval belandt in het Friese dorp, waar hij aangenaam verrast is als hij een spandoek ontwaart met de woorden “Zonder Vondel kunnen wij niet leven”. Ofschoon hij aanvankelijk vermoedt dat het gaat om een landelijke scherts, blijkt al snel dat het dorp totaal in de ban is van de grote dichter.

Ik ben eens naar Beetsterzwaag gegaan om te zien of de bewoners de grap hadden opgepikt. Zou ik daar een restaurant hebben gehad, het zou Het Hemelse Gerecht hebben geheten. Helaas, er was zelfs geen café Vondel, en ook voor Bomans was geen gedenkteken.

Lees verder “Vondelherdenking in Apeldoorn”

4 mei 2009

Amsterdam, Kinkerstraat, het verkeerslicht voor de Nassaukade. Het is 4 mei 2009, het is acht uur. Voetgangers en fietsers staan op de trottoirs stil. Een wat oudere dame zet de motor van haar kleine blauwe auto af. Misschien niet op de handigste plaats: voor een stoplicht.

Als het op groen springt, blijft ze stil staan. Dat is niet naar de zin van de chauffeur van de zwarte auto achter haar: de stilte wordt verstoord met luid getoeter. Het licht wordt rood, het licht wordt opnieuw groen, wederom getoeter. Een man uit de zwarte auto gooit zijn portier open en beent op het dametje af.

Lees verder “4 mei 2009”

De behoefte aan moralisme

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei komt op het idee een jongen van vijftien een gedicht te laten voordragen bij de Dodenherdenking, waarin hij erop wijst dat zijn oudoom, als SS-er, een foute en onomkeerbare keuze heeft gemaakt. Ook die oudoom mocht niet worden vergeten. Misschien was het kortzichtig van het genoemde comité om dit gedicht te laten voordragen, want het vervolg was voorspelbaar. Er klonken protesten van het CIDI en het Auschwitzcomité, die vinden dat de Dodenherdenking eigenlijk een slachtofferherdenking moet zijn. Het resultaat is bekend: het gedicht werd teruggenomen.

Het relletje bewijst, om te beginnen, dat we nog steeds onze schouders niet ophalen over de gebeurtenissen, zelfs al liggen ze inmiddels zo’n zeventig jaar achter ons. Het is ook goed dat niemand de jonge dichter ook maar iets kwalijk neemt – de discussie gaat niet over hem of zijn gevoelens, die door alle partijen worden gerespecteerd. Dat is eigenlijk allemaal goed nieuws.

Lees verder “De behoefte aan moralisme”

Searching For Utopia

Dat toneelspelers op het podium kikkers doodtrappen, dat is niet mijn idee van een leuke voorstelling. Het is een onderdeel van “De Macht der Theaterlijke Dwaasheden”, het stuk waarmee de Vlaamse kunstenaar Jan Fabre in 1985 een voorspelbaar relletje en naambekendheid uitlokte. Ik weet eigenlijk niet wat ik erger vind: het walgelijke toneelidee of de voorspelbaarheid waarmee de media elke keer weer ingaan op dit soort provocaties.

Fabres beeld “Searching For Utopia”, dat in het kader van de expositie ArtZuid 2011 aan de Amsterdamse Apollolaan was te zien, vond ik echter mooi. Ik was niet de enige die de enorme schildpad waardeerde als symbool voor de zoektocht naar een betere wereld. Het beeld was de onbetwiste publieksfavoriet en bleef op veler verzoek staan nadat de expositie was afgelopen, opdat de Stichting ArtZuid geld kon inzamelen om het aan te kopen.
Lees verder “Searching For Utopia”

Amsterdamse dodenherdenking (2)

Mijn kritiek op onze hoofdstad maakt me niet blind voor haar kwaliteiten, en daaronder reken ik haar vermogen af en toe verdraaid snel actie te kunnen ondernemen. Vorige week blogde ik dat het Van Randwijkmonument beschadigd was, en ik stuurde het betreffende stadsdeel een mailtje. Ik zal zeker niet de enige zijn geweest. In elk geval zag ik vandaag dat het was hersteld. Dat was vakwerk, mensen. Chapeau bas!