Poëzie: De Jordaan

Bron van de Jordaan

De Jordaan

Jozua trok hier over de rivier
In het water van het jonge land
Waste hij zijn vechtershand
De zonden van zijn volk zijn hem vergeven

“En jullie, zien jullie de twaalf stenen niet?
Jullie zijn de getuigen van het woedende bevel”

Jezus kwam aan bij de Jordaan
In het water van zijn jongenshoop
Heeft Johannes hem gedoopt
De zonden van zijn ouders zijn hem vergeven

“En jullie, wie denken jullie dat ik ben?
Jullie zijn de getuigen van het bloedende herstel”

In het nieuwe jaar was ik ook daar
In het water van de Leliegracht
Dronk ik sterren uit de eerste nacht
De zonden van mijn vrouw zijn mij niet vergeven

“En jullie, zien jullie de rode bordelen niet, waar ze zich heeft volgevreten aan halva, dadels en andere zoetigheden?
Jullie zijn de getuigen van de hoerende hel”

[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

De Ammonieten

Een koning van Ammon (Jordan Museum, Amman)

Op de instorting van het Bronstijd-systeem – ook wel bekend als het drama van de Zeevolken – volgde in het Nabije Oosten de IJzertijd. Eigenlijk per definitie. Het gebied lijkt verdeeld te zijn geraakt tussen diverse stammen, die in detiende en negende eeuw begonnen te clusteren tot vroege koninkrijken: Juda rond Jeruzalem, Israël rond Samaria, Aram rond Damascus. De aanleiding tot deze clustering was de dreiging van Assyrië. Ten oosten van de rivier de Jordaan lijkt het proces wat langzamer te zijn verlopen. Daar woonden de Edomieten, Moabieten en Ammonieten.

De Ammonieten in de Bijbel

De laatsten zijn vooral bekend uit de Bijbel, meer precies uit het lange narratief dat bekendstaat als het Deuteronomistisch Geschiedwerk. Al aan het begin is te lezen dat het land van “de kinderen van Ammon” was gelegen “van de Arnon tot de Jabbok en tot aan de Jordaan”.noot Rechters 11.13. We zouden eraan kunnen toevoegen dat de oostgrens de woestijn was. De woorden “kinderen van” duiden waarschijnlijk op het (semi)tribale karakter van de Ammonieten.

Lees verder “De Ammonieten”