Marcus Antonius en de Mommsenthese

Zegelring met het portret van Marcus Antonius (British Museum, Londen)

Voor zover ik weet – of beter: ik heb geen zin om het na te trekken – is de Nobelprijs voor de Letteren maar tweemaal gegeven aan een geschiedwerk. (Dat zegt veel over de verschraling van de humaniora, maar dat terzijde.) De laatste keer telt bovendien niet mee. Toen werd de onderscheiding verleend aan Winston Churchill en dat was evident politiek. Tot overmaat van ramp bleek een fors deel van zijn oeuvre het werk van ghost writers. Feitelijk is de Nobelprijs voor de Letteren dus slechts één keer uitgereikt voor de geschiedschrijving, en dat was in 1902 aan de Duitse historicus Theodor Mommsen. Hij nam het initiatief tot het Corpus Inscriptionum Latinarum, schreef een Römisches Staatsrecht (nog altijd hét standaardwerk) en voltooide vier delen van een Römische Geschichte. Een samenvatting in één band is antiquarisch volop leverbaar en je hoeft maar een paar bladzijden te lezen om te weten: dit is klasse.

Mommsens centrale gedachte, weleens aangeduid als de Mommsenthese, is dat de Romeinen traditionele vormen gebruikten voor revolutionaire innovaties. Het bekendste voorbeeld is de monarchie van keizer Augustus, die werd uitgedrukt in republikeinse staatsrechtelijke termen, zodat “herstel van de republiek” feitelijk “einde van de republiek” betekende. Andere voorbeelden zijn de Tetrarchie en de kerkelijke innovaties in Nikaia. Ik vond eergisteren nog een mooi voorbeeld.

Lees verder “Marcus Antonius en de Mommsenthese”

Pompeius in Antalya

De stadspoort van Antalya (die er in de tijd van Pompeius nog niet was)

Als ik u zeg dat het 20 sextilis was in het jaar waarin Julius Caesar en Servilius Isauricus consuls waren, en als ik dat omreken naar 10 juli 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Ik heb geen idee. Wat ik wel weet is dat zijn rivaal Pompeius aankwam in Attaleia ofwel Antalya. Zoals we al zagen, was de aanvoerder van de senatoriële troepen verslagen bij Farsalos. De Senaat beschikte echter nog altijd over een superieure vloot alsmede legioenen in Africa, zoals het huidige Tunesië destijds heette. In het verre westen, in Andalusië, was men bovendien in opstand gekomen tegen Caesars gouverneur Quintus Cassius Longinus. Pompeius was echter niet naar het westen op weg. Zijn reis naar het oosten oogt als een slecht voorbereide improvisatie: hij was vooral bezig afstand te scheppen tot zijn achtervolgers. Caesar wilde immers verhinderen dat zijn verslagen tegenstander zich zou aansluiten bij een nieuw leger.

Lees verder “Pompeius in Antalya”

Pompeius in Amfipolis

Pompeius (Louvre, Parijs)

Als ik u zeg dat het 13 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 3 juli 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Pompeius op de vlucht

Als u het wil weten: te laat aankomen in Amfipolis. Na zijn nederlaag bij Farsalos was Pompeius door het Tempe-ravijn naar de kust gereisd. Caesar schrijft dat zijn rivaal voortdurend had geklaagd hoe hij bedrogen was in zijn verwachtingen. Pompeius overnachtte bij een visser, die hem de volgende dag aan boord nam. Een passerend graanschip nam de passagiers over: Pompeius, Publius Cornelius Lentulus Spinther, Lucius Cornelius Lentulus Crus en een zekere Marcus Favonius. Die had wat lagere bestuursfuncties bekleed en speelde de cynische filosoof, maar was niet te beroerd om de rol op zich te nemen van dienaar van Pompeius. Een dienstbaarheid die een senator, zelfs als hij alleen lagere ambten had bekleed, nooit zou betonen. Favonius is een van de weinig mensen die ons treft door een zekere humaniteit. Het graanschip zette het gezelschap uiteindelijk aan land in Amfipolis.

Lees verder “Pompeius in Amfipolis”