Pompeius in Amfipolis

Pompeius (Louvre, Parijs)

Als ik u zeg dat het 13 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 7 juli 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Pompeius op de vlucht

Als u het wil weten: te laat aankomen in Amfipolis. Na zijn nederlaag bij Farsalos was Pompeius door het Tempe-ravijn naar de kust gereisd. Caesar schrijft dat zijn rivaal voortdurend had geklaagd hoe hij bedrogen was in zijn verwachtingen. Pompeius overnachtte bij een visser, die hem de volgende dag aan boord nam. Een passerend graanschip nam de passagiers over: Pompeius, Publius Cornelius Lentulus Spinther, Lucius Cornelius Lentulus Crus en een zekere Marcus Favonius. Die had wat lagere bestuursfuncties bekleed en speelde de cynische filosoof, maar was niet te beroerd om de rol op zich te nemen van dienaar van Pompeius. Een dienstbaarheid die een senator, zelfs als hij alleen lagere ambten had bekleed, nooit zou betonen. Favonius is een van de weinig mensen die ons treft door een zekere humaniteit. Het graanschip zette het gezelschap uiteindelijk aan land in Amfipolis.

Caesar schrijft:

In Amfipolis was namens Pompeius een edict uitgevaardigd dat alle jongere mannen van die provincie, Grieken en Romeinse burgers, zich moesten melden voor de krijgsdienst. Maar of Pompeius dit had afgekondigd om zijn plan om verder te vluchten zo lang mogelijk te verbergen, óf probeerde, als niemand hem zou bedreigen, met nieuwe lichtingen Macedonië in bezit te houden, was niet uit te maken. (Burgeroorlog 3.103; vert. Hetty van Rooijen))

De senatoren zoeken een leider

Terwijl Pompeius dus zonder leger verder reisde, probeerden de verslagen senatoren de laatste troepen opnieuw te hergroeperen. Ploutarchos meldt dat senator Cato de Jongere,

die veel troepen en een grote vloot bij Dyrrachion had, Cicero verzocht het commando te nemen, volgens de wet, omdat hij als oud-consul de hoogste in rang was. Toen Cicero het commando afsloeg en helemaal niet meer aan de campagne wilde deelnemen, werd hij bijna gedood. Want Pompeius Junior en zijn vrienden noemden hem een verrader en trokken hun zwaarden al, maar Cato kwam tussenbeide, redde hem met moeite en stuurde hem weg van het legerkamp. (Cicero 39; vert. Hetty van Rooijen)

Cicero ging naar Brindisi en bleef daar enige tijd, wachtend op de terugkeer van Caesar. Hij zal het er niet rustig hebben gehad, want de vloot waarmee Pompeius de Adriatische Zee had beheerst, was nog altijd actief en plunderde de kust rond Brindisi.

Sicilië en Andalusië

Een andere vloot, gecommandeerd door Gaius Cassius Longinus (de latere moordenaar) en afkomstig uit Syrië, opereerde in de Siciliaanse wateren. Dit betekende dat de graantoevoer naar Rome was afgesneden, want het voedsel van de stad kwam uit Tunesië en van Sicilië.

Er was nog een andere Cassius die in deze tijd van zich deed spreken: Quintus Cassius Longinus, de broer of neef van de vorige. Caesar had hem aangesteld als gouverneur van Andalusië. Hij zou gierig en wreed zijn geweest en daarom was de stad Cordoba in opstand gekomen. De twee legioenen die zich een jaar eerder samen met Marcus Terentius Varro aan Caesar hadden overgegeven, waren eveneens afvallig geworden. De Tweede Burgeroorlog mocht bij Farsalos dan zijn beslist in Caesars voordeel, voorbij was ze allerminst.

Pompeius en Cornelia

En dus achtervolgde Caesar Pompeius, om in elk geval te verhinderen dat hij zich zou plaatsen aan het hoofd van de Adriatische of Siciliaanse vloot, of zich zou voegen bij de mannen rond Cato, zich zou aansluiten bij de troepen die Juba commandeerde in Afrika, of contact zou maken met de opstandelingen in Andalusië. Hoewel Caesars achtervolgende leger zich te paard verplaatste, kwam het toch te laat aan in Amfipolis, vandaag 2069 jaar geleden. Pompeius was net vertrokken.

Hij voer naar Mytilene, de hoofdstad van Lesbos, waar zijn echtgenote Cornelia en hun zoontje waren. Ploutarchos:

Hij legde aan op het strand van het eiland en stuurde een bode naar de stad, maar niet met het bericht dat Cornelia verwachtte na alle opgewekte verhalen en brieven. Zij hoopte dat de oorlog bij Dyrrachion was beslist en dat Pompeius’ enige taak nog het achtervolgen van Caesar was. In die stemming trof de bode haar aan. Hij bracht het niet op haar te begroeten. (Pompeius 74).

Samen scheepten ze in naar Antalya. Daarvandaan zouden ze verder varen naar Alexandrië, nog steeds achtervolgd door Caesar.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

5 gedachtes over “Pompeius in Amfipolis

  1. Dirk Zwysen

    Ik vind Pompeius geen interessant figuur. Een goed veldheer, maar politiek leek hem wat te moeilijk. In de periode van deze reeks is hij al enkele jaren dood en met de Curia in vlammen opgegaan, maar Clodius is één van de boeiendste personages uit die tijd.
    Welk kamp zou die man gekozen hebben? Een onafhankelijke geest of een platte, egocentrische opportunist? In beide gevallen niet aan één factie gebonden zoals idealisten als Brutus, Cato of Cicero, of de meelopers die van Caesars succes hoopten te profiteren. Clodius zou wellicht niet in zijn element geweest zijn in het legerkamp. Zijn machtsbasis was het stedelijk gepeupel en hun tijd liep af.
    Sorry voor het gemijmer, maar over die man zou ik graag eens een biografie lezen.

    1. Fik Meijer schreef over Catilina en Clodius “De verliezers”. Vroeg werk. Hij was nog niet beroemd van de TV, hij had geen haast om te publiceren en controleerde zichzelf nog.

    2. Roger Van Bever

      Hallo Dirk,
      Je kunt veel te weten komen over Clodius op Wikipedia en ook op de volgende site:
      https://corvinus.nl/2019/10/16/publius-clodius-pulcher-een-aristocratische-volkstribuun-en-bad-boy/

      Ik heb als enige biografie gevonden:
      Tatum, W. J., The Patrician Tribune: Publius Clodius Pulcher (Chapel Hill ) DG260.C63T37 1999. Ik heb dit boek niet gelezen.
      Misschien zijn er nog meer.

      Verder hebben we in de leeskring Latijn de correspondentie van Cicero, inmiddels aartsvijand van Clodius, met zijn vrouw gelezen. Hierin komt Cicero als een tamelijk larmoyant figuur over. Na het Bona Dea schandaal is hij uit angst voor Clodius in vrijwillige ballingschap gegaan.

      Het boek ‘Terentia’ van Adelheid van Beuningen vertelt veel over Cicero zelf, gezien door de ogen van zijn vrouw: een groot redenaar en filosoof, geen familieman en iemand die moeilijk keuzes kon maken. Ik vond dit een aangenaam leesbaar en goed gedocumenteerd boek. Verder de drie boeken over het leven van Cicero van Robert Harris gelezen.

      Wat mij betreft was Clodius een corrupte schurk en een egocentrische opportunist.

      1. Dirk Zwysen

        Dat laatste is een passende omschrijving van heel wat politici uit de late Republiek (en daarvoor, en daarna …). Cicero’s ballingschap was niet zo vrijwillig. Clodius laat zich hier gewillig gebruiken door het triumviraat dat Cato en Cicero liever uit de weg had. Ze waren bang dat hun beslissingen uit 59 door deze vurige en strenge republikeinen zouden uitgedaagd worden. Cicero ging in ballingschap, Cato werd weggepromoveerd.

Reacties zijn gesloten.