De Fatimiden

Fatimidisch reliëf (Monastir)

Als ik het goed heb geteld, heb ik op deze blog al drieëntwintig keer verwezen naar de Fatimiden, zonder dat ik werkelijk heb uitgelegd wat dat voor Arabische dynastie was. Daar moet toch eens verandering in komen, dus bij dezen – en we beginnen in de zevende eeuw, bij de uitvaart van de profeet Mohammed in 632 na Chr. Het was niet helemaal duidelijk wie hem moest opvolgen, en daarom speelde vanaf dit moment in de islamitische wereld de kwestie van het leiderschap. Na ongeveer zestig jaar ontstond daarover wat duidelijkheid: de meeste moslims aanvaardden het gezag van de kalief van Damascus (later Bagdad) en worden soennieten genoemd, terwijl een (vermoedelijk vrij grote) minderheid liever een afstammeling van Mohammed als leider zag. Die groep heette de sji’a en hun leider wordt aangeduid als de imam.

De sji’a depolitiseerde. Deels was ze met geweld onderdrukt, bijvoorbeeld in de slag bij Kerbala (680), deels was ze zelf verdeeld over de diverse familietakken. De frictie tussen enerzijds de als legitiem ervaren claim op het leiderschap en anderzijds de praktijk, werd opgelost door het idee dat aan het einde der tijden een vermist geraakte imam zou terugkeren.

Lees verder “De Fatimiden”

Middeleeuws Tunesië

Mahdia

Ik vertelde gisteren dat Aghlabidisch Tunesië in de problemen kwam door een grote opstand. De rebellen hielpen vervolgens de Fatimiden, eveneens sji’ieten, aan de macht in Egypte. Zij eisten het kalifaat op, dat volgens hen ten onrechte in handen was gekomen van de Umayyaden (eerst in Damascus, rond 900 nog steeds in Córdoba) en de Abbasiden van Bagdad. De zich als kalief aandienende Fatimidische leider gold als de teruggekeerde laatste imam, de mahdi, en de residentie van de Fatimidische gouverneur in Tunesië heette dan ook Mahdia.

De Ziriden

De bestuurders die, toen de Fatimidische kalief zich vestigde in Cairo, namens hem heersten over Tunesië, kwamen vanaf 972 uit de dynastie die bekendstaat als de Ziriden, Berbers. En zoals de Aghlabiden autonomie hadden verworven ten opzichte van de Abbasiden, zo gingen de Ziriden zich onafhankelijk gedragen ten opzichte van de Fatimiden. De economische bloei van Tunesië zette zich aanvankelijk voort, maar men verloor de greep op de woestijnhandel: de Fatimiden in Egypte en de Almoraviden in Marokko werden geduchte concurrenten.

Lees verder “Middeleeuws Tunesië”

De deuren van Tunesië

Deur in Sidi Bu Ali

Wie door Tunesië reist kan er niet aan ontkomen: ze hebben in dit land verschrikkelijk mooie deuren. Geef iemand in dit land een huis en hij leeft zich uit op het beschilderen en bespijkeren van de deur. Vrolijke kleuren verf en patronen van spijkers, en vaak ook prachtige deurlijsten. Getuige de verkoop van ansichtkaarten, posters met les portes de Hammamet, en brievenbussen in de vorm van een deur hebben de Tunesiërs wel door dat toeristen er gecharmeerd van zijn. Het is een beetje vergelijkbaar met de kerststallen van Napels of de gevelsteentjes van Amsterdam: het is een kleine kunstvorm, die de handboeken kunstgeschiedenis nooit zal halen, maar evengoed waardering verdient.

De foto hierboven nam ik in Sidi Bu Ali, een kunstenaarsdorpje op het terrein van wat ooit Karthago was. Als u goed kijkt ziet u helemaal bovenaan twee halve manen (liggend, zoals hier gebruikelijk), in het tweede register twee davidssterren en daaronder enkele kruisen. Iemand heeft hier heel bewust de symbolen van de drie monotheïstische religies willen samenbrengen. Andere gebruikelijke motieven zijn de vis en de cipres, beide symbolen van de vruchtbaarheid: de eerste omdat hij leeft in het element dat leven geeft en de ander omdat hij altijd groen is. Ook de hand van Fatima is moeilijk te missen.

Lees verder “De deuren van Tunesië”