Drie stammen

Romeinse ruiterij (Institut archéologique du Luxembourg, Arlon)

Het zijn zomaar de namen van drie van de vele etnische groepen die worden genoemd in de Griekse en Romeinse bronnen: de Sunuci, de Frisiavonen en de Baetasii. De oudere Plinius noemt ze één keer. Achter de Schelde, zo schrijft hij, wonen de Catoslugi, de Atrebates (in Artesië), de Nerviërs (in Henegouwen), de Vermandui (rond Noyon), de Suaeuconen, Suessiones (rond Soissons), de Ulmanectes, de Tungri (rond Tongeren), de Sunuci, de Frisiavonen (Nederlandse archeologen zoeken die, om redenen die ik niet ken, in Zeeland), de Baetasii, de Leuci (in Lotharingen), de Treveren (rond Trier), de Lingonen (bij Langres), de Remers (rond Reims), de Mediomatrici (rond Metz), de Sequanen (in de Jura), de Raurici (achter Bazel) en de Helvetiërs (langs de Boven-Rijn).

Waar alle groepen uit deze grotendeels systeemloze lijst woonden, is een van de vele geografische puzzels uit de Oudheid, waarbij onderzoekers hypothese op hypothese stapelen. Als de Ulmanectes een schrijffout zijn voor Sulbanetes, dan leefden ze rond Senlis, waar een inscriptie die naam vermeldt. Als, als, als. We zullen vandaag eens speculeren over de Sunuci, Baetasi en Frisiavones.

Lees verder “Drie stammen”

Het Romeinse platteland

Romeinse tuin (Museumpark Orientalis)

Antieke steden zijn goed herkenbaar: ook na enkele eeuwen vallen de ruïnes nog altijd op. Het waren echter niet de enige nederzettingen in de Lage Landen. De oude heuvelforten van de oorspronkelijke bewoners werden weliswaar overvleugeld door de hoofdsteden van de Romeinse gemeentes, maar werden niet allemaal verlaten.

In de buurt van de militaire kampen lagen burgerlijke nederzettingen waar kooplieden, kroegbazen en de gezinnen van de soldaten verbleven. Aan de kust lagen vissersdorpen en zeehavens als Boulogne, Domburg, Colijnsplaat en Katwijk. Kolenbranders en jagers woonden in de bossen, mijnwerkers bij de groeven en pottenbakkers op plaatsen met goede klei, zoals in Berg en Dal, waar op industriële schaal dakpannen werden vervaardigd. Rond Heerlen werd even grootschalig keramiek geproduceerd: momenteel zijn er niet minder dan zesenveertig pottenbakkersovens bekend.

Lees verder “Het Romeinse platteland”

Caesar in Noord-Gallië (3)

Caesar (Vaticaanse Musea, Rome)

[Dit is het derde uit een korte reeks stukjes waarin de Vlaamse archeoloog Guido Cuyt en ik de recente identificatie van Caesars slagveld bij Kessel proberen te plaatsen in de wijdere context van het onderzoek. In het eerste deel behandelden we dat de archeologische vondsten het verslag in Caesars Gallische Oorlog niet bevestigden, in het tweede zochten we naar het slagveld aan de Sabis en naar het heuvelfort van de Aduatuci.]

Atuatuca (54-53 v.Chr.)

Caesar keerde in 55 terug naar Noord-Gallië om te strijden tegen de Usipetes en Tencteri. Deze gebeurtenis heb ik hier en daar voldoende behandeld en zal ik nu laten rusten. Na deze campagne stak Caesar voor het eerst de Rijn en Het Kanaal over, en dat laatste deed hij in 54 opnieuw. Toen hij terugkeerde, legerde hij zijn legioenen in Noord-Gallië. Eén eenheid, gecommandeerd door Quintus Tullius Cicero (inderdaad, broer van), verbleef bij de Nerviërs; een tweede lag in het grensgebied van de Remers en de Treveren, gecommandeerd door Titus Labienus. Bij de Eburonen lag onder andere het Veertiende Legioen, gecommandeerd door Sabinus en Cotta. Dit versterkte kamp – Caesar noemt het een castellum en geen oppidum, wat duidt op door mensen gemaakte muren – heette Atuatuca, wat verdacht veel lijkt op de naam van de in 57 verslagen stam maar toch iets anders is. Caesar zelf was niet in Noord-Gallië, maar wilde overwinteren in het zuiden.

Lees verder “Caesar in Noord-Gallië (3)”

Caesar in Noord-Gallië (2)

Caesar (Archeologisch Museum, Palermo)

[Dit is het tweede uit een korte reeks stukjes waarin de Vlaamse archeoloog Guido Cuyt en ik de recente identificatie van Caesars slagveld bij Kessel proberen te plaatsen in de wijdere context van het onderzoek. In het eerste deel behandelden we het probleem: de asymmetrie van het bewijsmateriaal – de archeologische vondsten bevestigden het verslag in Caesars Gallische Oorlog niet.]

De Belgische campagne van 57 v.Chr.

Caesars Belgische campagne begon, zoals gezegd, met een veldslag aan de rivier de Aisne, even ten noordwesten van het huidige Reims. Het Romeinse kamp wordt al heel lang gezocht op een heuvel die Mauchamp heet, en deze identificatie werd in 1997 bevestigd met luchtfoto’s. Daarop was bijvoorbeeld goed zichtbaar dat de poorten leken op die in Gergovia en Alesia. Deze identificatie is dus zeker.

Lees verder “Caesar in Noord-Gallië (2)”