De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking

[De komende tijd zal Kees Alders in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het slot van de inleiding, waarvan het begin hier was.]

Het gangbare beeld is dat de Griekse, Indische en Chinese filosofie tegelijkertijd, ongeveer zes eeuwen vóór het begin van onze jaartelling, zouden zijn ontstaan, onafhankelijk van elkaar, en dat ze zich in de eerste daarop volgende eeuwen vrijwel los van elkaar hebben ontwikkeld. Maar is dat wel zo?

Lees verder “De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking” →

De tyran

Periandros (Vaticaanse Musea, Rome)

Lange tijd was het bestuur van de Griekse stadstaten in handen van aristocraten. Ze claimden niet zelden af te stammen van de door Homeros bezongen helden. Mede doordat de interregionale in de Archaïsche Periode herleefde, ontstond er een klasse van nouveaux riches. Dat waren niet per se kooplieden. De Blois en Van der Spek wijzen er in het handboek Een kennismaking met de oude wereld op dat het ook kan gaan om mensen die in staat waren geweest profijtelijker gewassen te gaan verbouwen.

Van aristocratie naar oligarchie

De traditionele, aristocratische bestuursklasse kreeg dus concurrentie van nieuwe rijken. Evengoed dienden beide groepen als hoplieten in de stedelijke legers. Dat leidde tot de wrange situatie dat de nouveaux riches wel mochten sneuvelen voor het vaderland maar geen stem hadden in de besluitvorming die tot oorlog leidde. Dat leidde tot ergernis. Omgekeerd waren er ook aristocraten die niets moesten hebben van die kapsoneslijders met hun nieuwe geld. De poëzie van Theognis, in het Nederlands vertaald door Hugo Koning, biedt nog altijd een venster op een mentaliteit die totaal anders is dan de onze.

Lees verder “De tyran” →

Zeven wijzen

Oannes, een van de zeven wijzen (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Volgens de Mesopotamische mythen schiepen de goden de mensheid om het land te bewerken, de opbrengst te offeren en er zo voor te zorgen dat de goden goed te eten hadden. Helaas kenden de eerste mensen hun taken en plichten nog niet zo goed. Daarom zonden de goden de zeven apkallū, de zeven wijzen.

De eerste hiervan was Uanna, die een vissenlijf had en de voeten, armen, hoofd en stem van een mens. Hij leerde de eerste mensen schrijven, rekenen, steden stichten, tempels bouwen, wetten maken, grenzen trekken, land verdelen, zaden planten, vruchten oogsten en – uiteraard – offeren. Ook legde hij uit hoe de wereld was geschapen. Er waren nog zes apkallū, elk geassocieerd met een andere oude stad en andere vaardigheden. U leest er hier meer over.

Lees verder “Zeven wijzen” →