Het Tempe-ravijn

Het ravijn Tempe

De Tempevallei is de diepe kloof tussen de bergen Olympos en Ossa, waar de snelle rivier Peneios zich een weg van Thessalië naar de Egeïsche Zee baant. Wat zo vaak een vallei wordt genoemd, is in feite maar 25 tot 50 meter breed, bijna 500 meter diep en tien kilometer lang. Het is een ravijn.

Er zijn prachtige kliffen en de vegetatie is lieflijk, zodat het niet verwonderlijk is dat het landschap altijd door dichters is geprezen: zo was er van Dion Chrysostomos een Ekfrasis (beschrijving). De tekst is helaas verloren gegaan.

De Grieken vertelden dat de god Apollo hier eens had geprobeerd de nimf Dafne aan te randen, maar dat ze was veranderd in een laurierboom. Apollo zou een loot vanuit de canyon hebben overgeplant naar de Kastalische Bron bij Delfi.

Lees verder “Het Tempe-ravijn”

De Babylonische Oorlog (5)

Seleukos I Nikator was de winnaar van de Babylonische Oorlog (Archeologisch museum, Napels)

[In 311 v.Chr. heroverde Seleukos Nikator, een van de opvolgers van Alexander de Grote, Babylonië op zijn tegenstander, Antigonos Eénoog. Wetend dat Antigonos naar hem zou optrekken, verzekerde Seleukos eerst zijn rug en versloeg vervolgens Antigonos’ zoon Demetrios. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks over de Babylonische Oorlog was hier.]

Toen Antigonos in september 310 persoonlijk naar de stad kwam, moest er opnieuw om worden gevochten, zoals blijkt uit de Diadochenkroniek, die weliswaar vol lacunes is, maar waarvan de algemene strekking duidelijk is.

Maand abu (17 augustus – 15 september): De troepen van Antigonos leverden slag met de troepen van Seleukos.

Vanaf de maand abu tot de maand tebetu (12 januari – 10 februari 309): In de omgeving van Babylon streden ze met elkaar. <…> Antigonos vocht zich naar binnen in <…> en <…> tussen de tempels van Marduk en Ištar <…>. Antigonos drong <…> binnen met veel troepen. Vanaf 8 tebetu viel Antigonos aan, maar hij slaagde er niet in de <…> van het Huis Harê te veroveren.

Maand šabatu (11 februari – 11 maart): <…> Er was gejammer en rouw in het land en de zuidenwind <…>. Antigonos verliet Babylon, plunderde de stad en het platteland en nam het bezit van <…> mee.

2 addaru (13 maart): Hij ging naar Kutha en plunderde <…>. De mensen trokken zich terug. Hij stak de opslagplaats van de tempel van Nergal in brand. <…> Hij benoemde Archelaos als gouverneur van Babylonië en maakte hem verantwoordelijk voor het platteland rond Babylon.

In dat jaar was de koopkracht van een zilverstuk zes liter gerst, <…>. Er was zwarte handel en talloze huizen in de wijk <…> werden verwoest. Het bezit van <…> werd uit Babylon meegenomen. Het puin van de tempel van Marduk werd niet opgeruimd.

Lees verder “De Babylonische Oorlog (5)”