De Babylonische Oorlog (5)

Seleukos (Een onwaarschijnlijk goed bewaard bronzen beeld uit de Villa van de papyri in Herculaneum)

[In 311 v.Chr. heroverde Seleukos Nikator, een van de opvolgers van Alexander de Grote, Babylonië op zijn tegenstander, Antigonos Eénoog. Wetend dat Antigonos naar hem zou optrekken, verzekerde Seleukos eerst zijn rug en versloeg vervolgens Antigonos’ zoon Demetrios. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks over de Babylonische Oorlog was hier.]

Toen Antigonos in september 310 persoonlijk naar de stad kwam, moest er opnieuw om worden gevochten, zoals blijkt uit de Diadochenkroniek, die weliswaar vol lacunes is, maar waarvan de algemene strekking duidelijk is.

Maand abu (17 augustus – 15 september): De troepen van Antigonos leverden slag met de troepen van Seleukos.

Vanaf de maand abu tot de maand tebetu (12 januari – 10 februari 309): In de omgeving van Babylon streden ze met elkaar. <…> Antigonos vocht zich naar binnen in <…> en <…> tussen de tempels van Marduk en Ištar <…>. Antigonos drong <…> binnen met veel troepen. Vanaf 8 tebetu viel Antigonos aan, maar hij slaagde er niet in de <…> van het Huis Harê te veroveren.

Maand šabatu (11 februari – 11 maart): <…> Er was gejammer en rouw in het land en de zuidenwind <…>. Antigonos verliet Babylon, plunderde de stad en het platteland en nam het bezit van <…> mee.

2 addaru (13 maart): Hij ging naar Kutha en plunderde <…>. De mensen trokken zich terug. Hij stak de opslagplaats van de tempel van Nergal in brand. <…> Hij benoemde Archelaos als gouverneur van Babylonië en maakte hem verantwoordelijk voor het platteland rond Babylon.

In dat jaar was de koopkracht van een zilverstuk zes liter gerst, <…>. Er was zwarte handel en talloze huizen in de wijk <…> werden verwoest. Het bezit van <…> werd uit Babylon meegenomen. Het puin van de tempel van Marduk werd niet opgeruimd.

Zes liter gerst voor een zilverstuk was een zeer hoge prijs, maar niemand zal er verbaasd om zijn geweest. De gerstoogst van 310 was immers mislukt als gevolg van de expeditie van Demetrios, terwijl de inval van Antigonos het zaaien onmogelijk had gemaakt, zodat de oogst van 309 ook niet al te best zal zijn geweest. Het heeft er de schijn van dat voedseltekort Antigonos dwong de stad te ontruimen en dat hij Kutha plunderde omdat hij graan nodig had.

De kroniek van het volgende jaar, dat begon op 10 april, is moeilijk te begrijpen, maar het feit dat er meteen melding wordt gemaakt van de graanprijzen bewijst dat de voedselschaarste nog niet voorbij was. Er is een melding van een vergadering van Babyloniërs en de benoeming van een hoge tempelfunctionaris – hernam het leven in de stad zijn loop? – en er is opnieuw sprake van “gejammer en rouw in het land”. Opnieuw werd een stad geplunderd. Het kleitablet is verder onleesbaar, maar op de zijkant staan nog enkele tekens:

Archelaos en de troepen van Antigonos gingen naar <…> 25 abu (31 augustus 309): <…> leverde slag met de troepen van Seleukos.

Vermoedelijk heeft dit betrekking op een veldslag die ook wordt beschreven in de krijgslistenverzameling van de Grieks-Romeinse auteur Polyainos:

Seleukos raakte slaags met Antigonos. De uitkomst van het gevecht was onbeslist. Toen het nacht werd, vonden ze het allebei het beste de beslissing uit te stellen. De manschappen van Antigonos kampeerden ongewapend, maar Seleukos droeg zijn soldaten op in wapenrusting te eten en in slagorde te gaan slapen. Het was nog voor zonsopgang. Gewapend en in slagorde kwamen de mannen van Seleukos naderbij. Die van Antigonos werden ongewapend en in wanorde overvallen en in korte tijd schonken ze hun vijanden de overwinning.

Antigonos had inmiddels reden snel terug te keren, want de Egyptische heerser Ptolemaios had in de tussentijd een vloot gebouwd en was begonnen aan een grote expeditie naar het Egeïsche Zeegebied, waar hij sympathie wilde winnen door de Griekse stadstaten vrijheid en autonomie te beloven.

Korte tijd later brak de Vierde Diadochenoorlog uit, waarin Antigonos het (niet voor het eerst) moest opnemen tegen Kassandros en Ptolemaios. Seleukos profiteerde van dat conflict door op te rukken tot aan de Indus en daar een verdrag te sluiten met een Indische vorst. In ruil voor vijfhonderd olifanten zag Seleukos af van zijn aanspraken op de gebieden in het verre oosten, die toch onverdedigbaar waren.

Er zou een dag aanbreken waarop Antigonos zou betreuren dat hij Seleukos niet had kunnen onderwerpen en dat deze beschikte over olifanten. In 301 sloot Seleukos zich namelijk aan bij de coalitie tegen Antigonos Eénoog en dat gaf in de Vierde Diadochenoorlog de doorslag. Antigonos sneuvelde tijdens de veldslag bij Ipsos. Daarmee kwam een einde aan de laatste poging de eenheid van het rijk van Alexander te bewaren.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

4 gedachtes over “De Babylonische Oorlog (5)

      1. Maar troepen trekken niet altijd verder. Soms bleven ze maanden. Maar ook in een korte tijd kan d egraanoogst vernietigd worden, wat een ramp is voor de lokale mensen. De aanwezigheid van troepen in Babylonië kun je steeds onmiddelijk aflezen aan torenhoge graanprijzen.

  1. De Babylonische oorlog.
    Leuk, Jona, dat je hier aandacht aan besteedt. Een ingewikkelde episode in de vroeg-hellenistische geschiedenis. If I may een paar opmerkingen. Eigenlijk vind ik je aanpak wel traditioneel, ondanks het gebruik van spijkerschriftbronnen. Het traditionele beeld is dat Antigonus ernaar streefde eenheid van het rijk van Alexander te herstellen, terwijl anderen, zoals Ptolemaeus en Seleucus, naar kleinere territoriale rijken streefden. Volgens mij is er geen verschil. Ze probeerden allen zoveel mogelijk gebied te verkrijgen (zie o.a. artikelen van Alexander Meeus en Rolf Strootman). Dat gold zeker voor Seleucus. Hij had hetzelfde doel als Antigonus, maar hij was alleen veel succesrijker. 1. Hij nam in 311 niet voor niets de titel “strateeg van Azië” aan en zag zich daarbij als plaatsvervanger van Antigonus. 2. Seleucus was veel loyaler aan de dynastie dan Antigonus. Tussen 315 en 311 v. Chr. hield Antigonus op te dateren naar de regerende koning, t.w. Alexander IV. Seleucus herstelde dat toen hij in mei 311 Babylon veroverde. 3. Seleucus was veel succesvoller. Antigonus beperkte zijn militaire activiteiten tot de Levant en deed niets om het oosten stevig in handen te krijgen. Vanaf 311 verwaarloosde hij het gevaar Seleucus, die wel zijn volle aandacht gaf aan de oostelijke satrapieën. Antigonus liet de verovering van Babylon over aan zijn zoon Demetrius de Stedendwinger. Ik denk (zie eerder genoemd artikel over de Seleucus in Babylon), anders dan jij, dat hij nooit meer in Babylonië is geweest (al zou hij het na 309 nog even geprobeerd kunnen hebben, als we het zeer recente artikel van McTavish mogen geloven: ( https://www.academia.edu/44954902/A_New_Chronology_for_Seleucus_Nicators_Wars_from_311_308_B_C_E ). Ik houd ook een andere datering van Demetrius’ activiteiten aan: augustus 310 – maart 309, m.a.w. hij kwam na de graanoogst (maar het was evengoed rampzalig voor de boeren). Demetrius liet het lopen. 4. Seleucus slaagde waar Antigonus faalde. Seleucus veroverde heel Azië en hij probeerde aan het eind van zijn leven Macedonië te veroveren (‘zijn land’ volgens BCHP 9: rev. 3’: https://www.livius.org/sources/content/mesopotamian-chronicles-content/bchp-9-end-of-seleucus-i-chronicle/ . De genadeslag was inderdaad de slag bij Ipsus in 301 v. Chr.

Reacties zijn gesloten.