Het einde van de Oudheid

Toen Romulus Augustulus in 476 werd afgezet, was Julius Nepos nog steeds de officiële keizer van het West-Romeinse Rijk (Bodemuseum, Berlijn)

Het handboek van Luuk de Blois en Bert van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, eindigt met een beschouwing over het einde van de Oudheid. Die begint met de opmerking dat het een onmogelijke taak is het einde van het behandelde tijdperk te markeren. Elke periodisering, zo schrijven de auteurs, heeft immers iets onnatuurlijks. Ze geven ook aan dat het jaartal 500 na Chr. alleen maar de gewoonlijke keuze is, en behandelen dan diverse mogelijkheden.

Politiek en religie

Wie kijkt naar de politiek, kan kiezen voor het einde van het Romeinse Rijk, maar dan deugt 500 niet. In plaats daarvan zou je 1453 moeten kiezen, als Mehmet de Veroveraar de laatste Romeinse hoofdstad Constantinopel inneemt. Het einde van het West-Romeinse Rijk in 476 is ook al een rare keuze, schrijven de auteurs, want feitelijk stelde dat politiek al een tijdje niet meer zo veel voor, terwijl de ideologie van de ene wereldheerser nog bleef bestaan. Dus wat wilde het afzetten van Romulus Augustulus zeggen? De Arabische veroveringen in de zevende eeuw vormden volgens de schrijvers wél een belangrijke politieke breuk. Ze geven althans geen redenen waarom het belang van dit proces genuanceerd zou moeten worden. Ik denk: terecht.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”

De vijfde eeuw (slot)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

In 468 besloot de Oost-Romeinse keizer Leo om van het Westen te redden wat er te redden viel. Hij verbond zich met Ricimer en beloofde Geiserik en diens Vandalen te vernietigen. Zoals we al zagen, vernietigde in plaats daarvan Geiserik het leger van Leo. Ricimer werd verlost van zijn problemen toen hij in 472 overleed – een maand nadat hij zijn laatste stromankeizer had vermoord. De uiteindelijke “val van Rome” kwam daarna niet meer door complexe omstandigheden en voltrok zich ook niet in slow motion. Geiserik is de man die in enkele dagen het noodlot voltrok. Op het slagveld. Hij was de man met de hamer.

Het West-Romeinse Rijk heeft niet het excuus dat het deze mogelijkheid niet zag aankomen. Sterker nog: men heeft er sinds de slag bij Adrianopel actief aan meegewerkt. De eeuw-lange accommodatiepolitiek van Theodosius, Stilicho en Aetius heeft rampzalig uitgepakt.
Lees verder “De vijfde eeuw (slot)”