Karel ende Elegast (3)

Beeldje van Karel de Grote uit Metz, nu in het Louvre. Het kan ook Karel de Kale voorstellen.
Beeldje van Karel de Grote uit Metz, nu in het Louvre. Het kan ook Karel de Kale voorstellen.

Karel ende Elegast is geschreven in de twaalfde eeuw maar veronderstelt een verhaal dat al de ronde deed:

Wat den konink daar gevel,
dat weten nog die menige wel.

Het verhaal van Karel ende Elegast bevat inderdaad oudere elementen. Daarbij denk ik niet meteen aan een historische kern, al is er misschien (en zonder dat we dat ooit zeker kunnen weten) wel een stille echo van een historische gebeurtenis. Die ligt vanzelfsprekend niet in Karels avonturen op het dievenpad, maar wel in wat daarop volgt: de ondergang van Karels verwant Eggerik, tijdens een hofdag in Ingelheim. Karel heeft namelijk in die palts in 788 een einde gemaakt aan de carrière van een van zijn voornaamste en invloedrijkste familieleden, Tassilo van Beieren. Meer denkbare historische echo’s kan ik echter met de beste wil van de wereld niet aanwijzen en zoals gezegd is ook deze niet bewijsbaar.

Lees verder “Karel ende Elegast (3)”

Karel ende Elegast (2)

Reliëf met Karel de Grote, Roleand, Alboin en Widukind (Alta Nationalgalerie, Berlijn)
Reliëf met Karel de Grote, Roeland, Alboin en Widukind (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Ik blogde gisteren over Karel ende Elegast, een middeleeuwse ridderroman over Karel de Grote die op dievenpad gaat, midden in de nacht zijn verbannen vazal Elegast ontmoet, na een duel besluit met hem in te breken in het kasteel van ’s konings zwager Eggerik en zo ontdekt dat deze een staatsgreep beraamt. Afgaande op de tekst heeft Elegast tot de ontknoping niet in de gaten met wie hij van doen heeft, maar ik wees er in mijn stukje op dat een voorlezer de tekst – ik dacht concreet aan regels 824-826 – zó voordragen kan dat de toehoorder een ander vermoeden krijgt. Een kwestie van intonatie, strategisch pauzeren en eventueel een gekke bek.

Dat was een losse flodder van me, maar misschien valt er iets meer over te zeggen. Om te beginnen: Elegast heeft al opgemerkt dat Karel een mooiere wapenrusting draagt dan hij in zeven jaar heeft gezien:

Zi verlichten alse den dag
van stenen ende goude.

Lees verder “Karel ende Elegast (2)”

Karel ende Elegast (1)

Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Ik vertelde al eens dat een oude vriend ongeneeslijk ziek is. Hij leest graag en bezit een bibliotheek om jaloers op te zijn. Dat leidt tot soms wat wrange cadeaus: al ik aanstalten maak weg te gaan, drukt hij me vaak nog een boek in handen. “Ik heb het niet meer nodig.” Inmiddels bezit ik ongeveer een meter boeken meer dan ik boekenplanken heb. Mijn laatste aanwinst droeg daar gelukkig slechts een paar millimeter aan bij: Karel ende Elegast.

En ineens was ik weer in 4 vwo, al herinner ik me niet of we de geestige ridderroman destijds klassikaal hebben gelezen of dat ik ervan heb kunnen genieten voor mijn literatuurlijst. Het is in elk geval een ontzettend geestige tekst, die de vraag bij me deed opkomen wat er vorige maand in Christiaan Weijts is gevaren dat hem deze ridderroman deed typeren als verstoft monument. Hij betoogde dat er op de middelbare school andere teksten moesten worden gelezen, opdat kinderen het lezen leuker zouden vinden. Me dunkt dat ze dan juist de Karel ende Elegast moeten lezen: een verhaal dat zowel spannend als grappig is, en bovendien helpt het heilige eigen gelijk van onze eigen tijd wat te relativeren.

Lees verder “Karel ende Elegast (1)”