Albiobola, of: het Nachleben van een soepkapel

De stenen waarop “Albiobola” staat vermeld

In 1826 maakte de sloophamer een eind aan het “soeplokaal” van de stad Utrecht. In de volksmond heette het gebouwtje op het Domplein (waar inderdaad soep aan behoeftigen werd verstrekt) de “Soepkapel”. En met reden: het was in de tiende eeuw z’n leven begonnen als “Heilig-Kruiskapel”, later ook wel “Thomaskapel” genoemd, gebouwd van sloopmateriaal van een nog door Willibrord (ca. 700) gestichte kerk. De inmiddels bouwvallige kapel had al eeuwen geen religieuze functie meer en werd nu dus opgeruimd, samen met de brokstukken van het in 1674 ingestorte schip van de Domkerk. Op de plaats waar de laatste stenen van de Soepkapel uit de grond werden gehaald kwam een grote gedenksteen met “Hier stond de Kapel van St. Thomas”.

Lees verder “Albiobola, of: het Nachleben van een soepkapel”

Wee de overwonnenen (1)

Het vorige week verschenen boek van Alexander van de Bunt over de vestiging van het Romeinse gezag in de Lage Landen, Wee de overwonnenen, begint met Tacitus. Alexander legt uit dat zijn Romeinse voorganger veel heeft geschreven over onze contreien – Tacitus zal regelmatig terugkeren in het boek – en dat die teksten de beeldvorming over Romeins Nederland sterk hebben bepaald. Terecht wijst Alexander er vervolgens op dat we Tacitus niet al te serieus moeten nemen. Hij was een man van zijn tijd. Hij had een agenda. En vooral: hij schreef niet om onze vragen te beantwoorden.

Omdat Tacitus geen wetenschapper is en ook geen historicus in de normale betekenis van dat woord, moeten we zijn informatie – vertekend, verdraaid – vergelijken met andere gegevens en Van de Bunt wijst terecht op de archeologie. Dat geldt vanzelfsprekend voor alle antieke auteurs. We moeten ze toetsen. Als het gaat om Strabons beschrijving van de rauwe rituelen van de Germaanse Kimbren wijst Van de Bunt bijvoorbeeld op de Man van Grauballe, een Deens veenlijk waarvan de keel is doorgesneden. Van Plinius’ beroemde beschrijving van de terpenbewoners uit het Waddenzeegebied vertelt Van de Bunt dat ze hun woonplaatsen niet hadden gebouwd uit armoede, maar als reactie op de getijden. Soms klopt antieke informatie, soms niet, en je moet kritisch blijven.

Lees verder “Wee de overwonnenen (1)”

Het Romeinse platteland

Romeinse tuin (Museumpark Orientalis)

Antieke steden zijn goed herkenbaar: ook na enkele eeuwen vallen de ruïnes nog altijd op. Het waren echter niet de enige nederzettingen in de Lage Landen. De oude heuvelforten van de oorspronkelijke bewoners werden weliswaar overvleugeld door de hoofdsteden van de Romeinse gemeentes, maar werden niet allemaal verlaten.

In de buurt van de militaire kampen lagen burgerlijke nederzettingen waar kooplieden, kroegbazen en de gezinnen van de soldaten verbleven. Aan de kust lagen vissersdorpen en zeehavens als Boulogne, Domburg, Colijnsplaat en Katwijk. Kolenbranders en jagers woonden in de bossen, mijnwerkers bij de groeven en pottenbakkers op plaatsen met goede klei, zoals in Berg en Dal, waar op industriële schaal dakpannen werden vervaardigd. Rond Heerlen werd even grootschalig keramiek geproduceerd: momenteel zijn er niet minder dan zesenveertig pottenbakkersovens bekend.

Lees verder “Het Romeinse platteland”