How do they know?

apm
Halbe en ik (foto Wim Hupperetz)

Gisteren werd uw vanaf nu favoriete oudheidkundige tijdschrift, Ancient History Magazine in het Allard Piersonmuseum officieel gepresenteerd. De uitgever, Rolof van Hövell, hield een toespraakje over het belang van historische kennis en de ambitie van Karwansaray Publishers een platform te zijn voor de uitwisseling van ideeën. Daarna verzorgde ik een rondleiding door het blad en tot slot overhandigden Josho en ik de eerste exemplaren aan Wim Hupperetz (de directeur van het museum en onze gastheer) en aan Wim Weijland (de directeur van het Rijksmuseum van Oudheden). Welke Wim het eerste eerste exemplaar heeft gekregen en welke het tweede eerste exemplaar, mogen ze zelf uitmaken.

Pieter Stroobach maakte foto’s, die later nog online komen, maar de bovenstaande foto is er alvast: dit ben ik tijdens de door mij verzorgde rondleiding door het blad. Meer in het bijzonder leg ik hier uit dat we aan het einde een rubriekje “How do they know?” hebben, waarin we uitleggen wat oudheidkundigen nou eigenlijk doen. Dat wordt namelijk zelden uitgelegd. In dit nummer: met welke technieken stellen oudheidkundigen vast dat een papyrus echt is? Volgend keer: een stuk van Casper Porton over de uitspraak van het Latijn. Later: eliminatie, de koolstofmethode, het verschil tussen spreek- en schrijftaal, en zo voort en zo verder.

Lees verder “How do they know?”

Bijbellectuur

Dit is natuurlijk geen konijn.
Dit is geen konijn.

Een kennis van me ging met pensioen en besloot, nu hij wat tijd had, de Bijbel eens te lezen. Zoals te verwachten viel, bekwam hem dat slecht en hij is er halverwege mee gestopt. Zijn eerste fout: hij nam de Statenvertaling. Zijn tweede fout: hij begon bij Genesis. Zijn derde fout: hij vergat dat deze bibliotheek niet voor hem was geschreven.

Om met de Statenvertaling te beginnen: die is vier eeuwen oud en ook in hertaling geen toegankelijk Nederlands. Een andere moeilijkheid is dat een moderne lezer al snel struikelt over evidente fouten. Zo wordt het Hebreeuwse woord voor klipdas vertaald met “konijn”. Je hoeft geen biologie te hebben gestudeerd om te weten dat dit dier in het oude Nabije Oosten niet voorkwam. Storend.

Lees verder “Bijbellectuur”

Karel de Grote

charlemagne
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Het is natuurlijk best leuk de machtigste man in West-Europa te zijn, maar je wil natuurlijk ook iets nalaten, zodat mensen zich jou herinneren. Karel de Grote koos voor een onderwijshervorming. Die staat bekend als de Karolingische Renaissance. Rond 795 dicteerde hij de circulaire die bekend is komen staan als De brief over het cultiveren der letteren. Wie de tekst wil nalezen, kan terecht in de reeks middeleeuwse bronnen die bekendstaat als Monumenta Germaniae Historica, en wel in het eerste deel met Capitularia Regum Francorum. Daarin is het nummer 29.

Het is tekst met twee stemmen. Enerzijds zien we hoe de klerken zich inspanden om het mooi te formuleren, anderzijds horen we de spreektaalwoorden van de grote koning, die de zorg voor het onderwijs legt bij de bisdommen en abdijen. Hier is een deel van de tekst:

Lees verder “Karel de Grote”