Oudheidkunde en oudheidkundes

Niet dat dit theatermasker uit het museum in Thessaloniki iets wezenlijks over oudheidkunde overdraagt, maar ach, het is wel zo aardig.

Het kwam vorige week even ter sprake: wat is eigenlijk het verschil tussen al die oudheidkundige disciplines? Misschien is het zinvol om wat begripsverheldering te bieden, temeer omdat ik nogal eens word geconfronteerd met mensen die niet begrijpen dat geschiedenis een vak is.

De classici

De oude wereld wordt vanouds bestudeerd door mensen die ik classici zal noemen. Die staan in een prachtige traditie, teruggaand op de Renaissance, toen de inzet was dat de mensen graag beter wilden schrijven en de Oudheid als voorbeeld namen. Er waren destijds ook geleerden die de Oudheid niet zozeer wilden volgen maar gewoon wilden kennen. In feite zijn deze attitudes nog altijd aanwezig: er zijn nog volop classici die vooral bewondering voelen voor wat inderdaad mooi is – het boek van Simon Goldhill dat ik ooit besprak is een voorbeeld – en er zijn mensen die hun vakgroep liever “Griekse en Latijnse taal en cultuur” noemen. Meestal worden ze samen aangeboden, al oogt dat toch een beetje alsof je het hebt over de faculteit “Franse en Duitse taal en cultuur”, maar zo vreemd is dat niet: een groot deel van de Romeinse literatuur is nu eenmaal in het Grieks. Veel opvallender is eigenlijk de afwezigheid van het Aramees voor wie de literatuur en cultuur van de Romeinen wil bestuderen.

De archeologen

De tweede grote groep wetenschappers die zich met de oude wereld bezighoudt, zijn de archeologen. Oorspronkelijk waren dat vooral kunsthistorici à la Winckelmann, die de bewonderende houding deelden met sommige classici. Ik kan ver met hen mee gaan. Als ik niet meer minimaal eens per week zou denken “dit is mooi”, zou ik ander werk moeten gaan zoeken.

Lees verder “Oudheidkunde en oudheidkundes”

Liefde, seks en tragedie

De Nederlander is afgericht door de koe. Hoewel er ochtend-, avond- en nachtmensen zijn, beginnen alle scholen om half negen (hoewel een deel van de kinderen dan niet goed leert), haasten werknemers zich door de ochtendspits (hoewel menigeen kampt met concentratieproblemen) en biedt de TV ’s avonds vooral amusement (hoewel menigeen juist dan snakt naar iets intelligents). De maatschappelijke norm – sterker dan onze biologische klok – dat je vroeg aan het werk moet en ’s avonds mag rusten, is een erfenis uit de tijd waarin het grootste deel van de bevolking werkte in de veeteelt.

Wie breekt met deze norm, zal dat moeten uitleggen op school, fabriek of kantoor. Dat zijn de instituties die de norm reproduceren en ervoor zorgen dat er overeenkomsten blijven bestaan tussen het gedrag van Nederlanders toen en nu. Hierdoor worden we, althans voor een deel, gevormd door het verleden.

Lees verder “Liefde, seks en tragedie”

Ach, geschiedenis

Kleio, de muze van de geschiedenis (Prado, Madrid)

1.

Momenteel ben ik in Antwerpen, waar ik morgen in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience een lezing zal verzorgen over Alexander de Grote. Om er op tijd te kunnen zijn, heb ik een hotel geboekt. Het bevindt zich in een oud gasthuis, waar sinds de dertiende eeuw de zieken werden verpleegd. Een deel is herbouwd als ziekenhuis, maar de kamers van de nonnetjes zijn nu in gebruik als hotel. Je slaapt hier, letterlijk, in de geschiedenis.

Daarvan kun je genieten. Dit is niet zomaar een kamer, dit is niet zomaar een huis. De hanenbalken zijn geen gewone stukken hout. Er komen associaties bij, die het huis versieren en een toegevoegde waarde vormen. En zoals kennis van de schilderkunst je helpt genieten van wat welbeschouwd een stuk textiel met opdruk is, zo helpt kennis van het verleden je extra genieten van wat welbeschouwd een structuur van bakstenen is.

Lees verder “Ach, geschiedenis”