De Nijl (1)

De Nijl

Ik heb de laatste tijd geblogd over antieke rivieren en rond vandaag en morgen af met de grootste van de oude wereld: de Nijl. Enigszins afhankelijk van de wijze waarop je de lengte berekent, is de 6850 kilometer lange stroom de langste rivier op deze planeet of de langste na de Amazone. Als je kijkt naar het afwateringsgebied, heel noordoostelijk Afrika dus, hoeft de Nijl alleen de Amazone en de Congo voor zich te laten.

Noordelijk Afrika bestaat grotendeels uit de onherbergzame Sahara. Als de Nijl geen vruchtbare corridor zou bieden door deze dorre zone, zou het vrijwel onmogelijk zijn om te reizen vanuit Sub-Saharisch Afrika naar het Middellandse Zeegebied of het Nabije Oosten. De Nijl is daarom een cruciale verbindingsweg en dat maakt het verleden van Nubië en Egypte tot het collectieve verleden van de gehele mensheid.

Lees verder “De Nijl (1)”

III Gallica (2)

Soldaten van III Gallica eren keizer Caracalla (Nahr al-Kalb; meer)

[Tweede blogje over de geschiedenis van het Derde Legioen Gallica. Het eerste was hier.]

Armenië, Judea en Italië

Tijdens de regering van keizer Nero nam het Derde Legioen Gallica onder leiding van Corbulo deel aan de oorlogen in Armenië waarover ik al schreef. In 66 maakte een onderafdeling van III Gallica deel uit van het expeditieleger waarmee Gaius Cestius Gallus vergeefs probeerde de Joodse Opstand in de kiem te smoren. Vermoedelijk dienden de soldaten nog even onder Vespasianus, de door Nero gestuurde generaal die de regio moest pacificeren. Begin 68 werden ze echter overgeplaatst naar de Donau, waar III Gallica en VIII Augusta met succes de grens beveiligden tegen de Roxolani.

Lees verder “III Gallica (2)”

De vijanden van Nubië

Voetenbankje uit Nubië met afbeelding van krijgsgevangenen (Museum of Fine Arts, Boston)

Als president Trump zegt dat hij troepen kan weghalen uit Syrië omdat de zogenaamd Islamitische Staat is verslagen, staat hij in een lange traditie van schijnoverwinningen. Een Romeins voorbeeld: keizer Domitianus zei de Germanen te hebben overwonnen en liet de overwinningsmunten alvast slaan, maar had in feite niets bereikt. Zijn tijdgenoot Tacitus doorzag het en wijdde een etnografie aan de nobele wilden die vrij en onbedwongen woonden voorbij de Rijn en Donau.

Nog een stap verder ging de Egyptische farao, die zijn regering begon met het bestraffen van de Negen Bogen, volken die misschien ooit werkelijk hadden bestaan maar in de loop der eeuwen steeds weer een andere identiteit aannamen en in feite zuiver mythologisch waren. Ook ging de koning van Egypte aan het begin van zijn regering altijd even naar het zuiden om de Nubiërs te tuchtigen, maar het is zelfs niet zeker of hij werkelijk een bezoek bracht aan het gebied voorbij Syene. De vraag is op zichzelf niet belangrijk, maar er is een kleine discussie hoe ver Alexander de Grote, die de macht overnam in Egypte en zich presenteerde conform de faraonische traditie, naar het zuiden is geweest.

Lees verder “De vijanden van Nubië”