Arabië anno 650: sterke vrouwen

Een Arabische man en vrouw (Louvre, Parijs)

In de pre-islamitische Arabische poëzie van pakweg 550 na Chr. wordt er in de inleiding (nasīb) van de langere gedichten dikwijls even teruggedacht aan een vrouw. De dichternoot Nou ja, het lyrische ik natuurlijk, maar dat praat zo lastig. Ik spreek hier gemakshalve maar van ‘de dichter’. herinnert zich het heerlijke samenzijn met een of andere Layla, Salwa, Salma of Hind, een tijd geleden al, en brengt daardoor bij zichzelf en zijn hoorders een weemoedige en gevoelige stemming teweeg.

Die duurt echter maar een paar regels. Zijn makkers of reisgenoten zeggen dat hij zich moet vermannen: er zijn immers nog meer vrouwen. Bovendien zijn er nu andere dingen te doen: trekken, jagen, vechten, de eigen stam roem bezorgen en andere schade toebrengen, een stamhoofd of een koning prijzen. Daarover gaat dan de rest van het gedicht. Een vrouw kan er nog op twee manieren in voorkomen: ten eerste als voorwerp van begeerte, als de dichter opschept over zijn seksuele vermogens, ten tweede als zeurende huisvrouw, die de man kritiseert omdat hij zijn bezit vergooit aan drank of gokken, of de traditionele deugden van vrijgevigheid en gastvrijheid zó uitvoerig toepast dat er voor vrouw en kinderen te weinig overblijft.

Lees verder “Arabië anno 650: sterke vrouwen”

Asmahan, geheim agent

Asmahan

Hoe Asmahan als geheim agent is gerekruteerd, en door wie, is niet helemaal duidelijk. Haar contactpersoon heette Napier, maar het is onbekend of die in dienst was van de Britse MI6 of het Franse BCRA. Vast staat dat ze eind mei 1941 spoorslags afreisde naar Jeruzalem, waar ze verbleef in het King David Hotel. De kranten in Caïro schreven over het onverwachte vertrek van de grote ster. Vervolgens reisde ze naar Transjordanië, stak de grens met Vichy-Syrië over en ontmoette daar haar ex Hassan al-Atrash.

Het staat vast dat ze hem ervan overtuigde dat hij partij moest kiezen voor de Britten en dat ze later terugkeerde met adviezen over de route die de Geallieerden in juni 1941 inderdaad volgden. Mogelijk om Asmahans reis geloofwaardig te laten lijken, hertrouwden de twee. De bruiloft werd groots gevierd, met allerlei internationale gasten – de geheime missie was hidden in plain sight. Een soort Gino Bartali.

Lees verder “Asmahan, geheim agent”

Asmahan, prinses en zangeres

Asmahan

Vandaag is het tachtig jaar geleden dat de Arabische zangeres Asmahan overleed. Of werd vermoord. We zullen nooit weten of het een echt ongeluk was, of eerwraak, of een afrekening met een spionne. Maar daarover straks. Eerst: wie was Asmahan?

Asmahan was een artiestennaam. Ze heette eigenlijk Amal al-Atrash en kwam uit een familie van Syrische druzen. Niet zomaar een familie: de Al-Atrash-clan vormde feitelijk hoge adel en we kunnen haar beschouwen als prinses. Haar vader bekleedde dan ook een voorname bestuursfunctie in het Ottomaanse Rijk en Amal, geboren in 1912, groeide op in weelde. Maar ook in vooraanstaande families gaan weleens dingen verkeerd en Amals moeder zag zich in 1922 gedwongen haar man te verlaten. Het kwam niet alleen door een slecht huwelijk, maar ook doordat de Al-Atrash-clan een belangrijke rol speelde in het verzet tegen de Fransen, die na de Eerste Wereldoorlog Syrië als mandaatgebied hadden gekregen. De druzen streefden naar onafhankelijkheid, de Al-Atrash-clan kreeg het hard voor de kiezen en Amals moeder onttrok zich aan die stress.

Lees verder “Asmahan, prinses en zangeres”

De Arabisering van de Maghreb

De grote moskee van Kairouan

Een tijdje geleden kreeg ik een vraag naar de arabisering van de Maghreb. Anders gezegd: waarom zijn de mensen in het noordwesten van Afrika Arabisch gaan spreken? Vroeger spraken ze immers Latijn en daarvoor woonden er mensen die een taal spraken die ik gemakshalve Numidisch zal noemen. Ook zijn er nog Berbers. Kortom, hoe zit het?

Ik ben geen arabist en elk antwoord dat ik geef moet met een korreltje zout worden genomen. Ik denk echter dat ik wel een paar factoren kan noemen.

Verovering

Primo, de Arabische veroveringen vormden hoe dan ook de beslissende factor. In 647 intervenieerde een Arabisch leger in een burgeroorlog in wat bekendstond als het Exarchaat van Karthago, ofwel het door de Byzantijnen op de Vandalen heroverde Afrika. Bij het huidige Sbeitla versloegen de Arabieren een opstandeling – let op: ze werkten hier samen met de Byzantijnen – en lieten zich vervolgens afkopen. Een kwart eeuw later rukten de Arabieren op tot Kairouan, en weer een kwart eeuw later (in 695 om precies te zijn) viel Karthago. De Byzantijnen heroverden de stad en verloren haar definitief in 698. Daarmee lag de weg naar het westen open. Berbers boden nog weerstand maar in 708 stonden de Arabische troepen aan de Atlantische Oceaan. Drie jaar later staken ze de Straat van Gibraltar over. Het Rijk van Toledo, centraal georganiseerd als het was, viel in één klap.

Lees verder “De Arabisering van de Maghreb”